|

Cijfers om te ontcijferen
|
Wie het over beleggingen heeft, moet het onvermijdelijk ook over cijfers
hebben. Een diagnose maken van de gezondheidstoestand van de economie of van een
onderneming kan nu eenmaal niet zonder allerhande cijfers en statistieken onder
de loep te leggen. Professionele analisten en beleggingsfreaks slagen er
weliswaar meestal in om in dit cijferlabyrint hun weg te vinden, maar ook zij
kunnen struikelen over het gebruik en de interpretatie van de cijfers. We
overlopen hieronder even de belangrijkste valkuilen waarin u niet mag trappen.
In een economische wereld die steeds ingewikkelder wordt, is de
aantrekkingskracht van de cijfers makkelijk te verklaren : ze maken het immers
mogelijk om een precies idee te krijgen van een bepaald gegeven of van
verschillende gegevens die met elkaar te vergelijken zijn. Zo zegt men dat het
BBP (Bruto Binnenlands Product van een bepaald land met 1,5 % gestegen is,
terwijl dat van een ander land met 1 % is gedaald. Maar zoals we hieronder
uitleggen is het allemaal niet zo eenvoudig.
Eerste valkuil : betwistbare historische cijfers
Het spreekt voor zich dat cijfers die gebaseerd zijn op data uit het verleden
een andere waarde hebben dan cijfers die gebaseerd zijn op toekomstige
verwachtingen. Maar dat belet niet dat ook de cijfers uit het verleden, ondanks
diverse controles, al dan niet uitgevoerd met krachtige computers, vaak een
vertekend beeld geven van "de werkelijkheid". Macro-economisch gezien
bijvoorbeeld, woeden er nog steeds heftige discussies over de gebruikte
methodologie om de inflatie- en productiviteitscijfers te bepalen. Zo kan het
inflatiecijfer sterk verschillen naargelang van de goederen en diensten die men
in aanmerking neemt om het algemene niveau van de prijsstijgingen te bepalen.
Voorts is het zowel voor de inflatie- als voor de productiviteitscijfers
moeilijk om rekening te houden met de evolutie van de kwaliteit van de producten
en diensten. En inzake de jaarrekeningen, hebben de recente schandalen rond
Lernout & Hauspie in België en Enron in de Verenigde Staten, duidelijk
aangetoond dat men noch de boekhoudkundige resultaten noch het werk van de
auditkantoren voor de volle honderd procent kan vertrouwen. Bij het berekenen
van de "courante" of "por-forma" resultaten hebben de bedrijven immers de
mogelijkheid om geen rekening te houden met . een aantal vervelende elementen
(vooral financiële lasten) om zo de indruk te wekken dat de winst hoger ligt dan
in werkelijkheid het geval is. De voornaamste reden die ze daarvoor inroepen is
dat deze kosten eenmalig zijn en zich in de toekomst niet meer zullen voordoen.
Maar dat valt natuurlijk nog te bezien. Meestal wordt op die manier een fout van
het management weggemoffeld en men doet er goed aan om te proberen in te
schatten hoe zwaar die fout echt heeft gewogen.
Valkuil 2 : heel voorzichtig zijn met voorspellingen
Nog minder dan andere cijfers mogen cijfers over de verwachte toekomstige
ontwikkeling valse hoop wekken. Zo is al vaak gebleken dat het cijfer dat
diverse experts bij het begin van elk jaar naar voor schuiven over de verwachte
groei van de wereldeconomie behoorlijk kan afwijken van de uiteindelijke
realiteit. Natuurlijk kunnen totaal onvoorziene gebeurtenissen, zoals de
terreuraanslagen van 11 september roet in het eten gooien, maar dat verklaart
niet alles. Over het algemeen zijn de voorspellingen te optimistisch, met name
op korte termijn. Zo is de beurszeepbel die ontstond toen de hype rond het
concept van de "nieuwe economie" hoog tij vierde vooral het gevolg van het feit
dat de analisten overdreven optimistisch waren over de positieve impact die de
nieuwe technologie zou hebben op de economie. Dat zorgde immers voor een
psychologische vertekening. Bovendien moet de vraag worden gesteld of de
voorspellers hun werk wel plichtsbewust genoeg doen. Ook is al herhaaldelijk de
vraag gerezen of analisten en makelaars bij zakenbanken wel voldoende
onafhankelijk van elkaar werken. Zo wijst de Amerikaanse Federal Reserve er in
een recente studie op dat de analisten vaak meer verdienen met de reclame die ze
via aanwezigheid in de media maken voor de bedrijven waarvoor ze werken dan met
de juistheid van hun voorspellingen. Dat stemt in ieder geval tot nadenken, ook
al zijn wij ervan overtuigd dat de kwaliteit van de voorspellingen in de
toekomst de bovenhand zal halen op het ondersteunen van de naambekendheid….
U moet hoe dan ook beseffen dat de meest geloofwaardige voorspellingen
gepaard gaan met verschillende scenario's, waarbij rekening wordt gehouden met
de impact van diverse mogelijke gebeurtenissen. Zo maken D. Jorgenson en K.
Stiroh in een recente studie uit 2001 gewag van een mogelijke jaarlijkse
Amerikaanse productiviteitstoename die zich situeert in een vork tussen de 1,33
% en de 2,98 %, en die afhankelijk van de evolutie in de sector van de
halfgeleiders ergens in het midden zal liggen tussen beide cijfers.
Valkuil 3 : bedrieglijke statistieken
Afhankelijk van de invalshoek van waaruit ze worden voorgesteld, kunnen
bepaalde cijfers tot vergissingen leiden. Een schoolvoorbeeld daarvan dat in de
vakliteratuur vaak wordt geciteerd is het volgende : in 1992 was het gemiddelde
werkelijke inkomen - zonder de inflatie - van de Amerikaanse gezinnen gelijk aan
dat van 1969. Op het eerste gezicht zou men daaruit kunnen afleiden dat het
levenspeil in die periode stagneerde, maar nadere analyse leert dat de stagnatie
van het gezinsinkomen gewoon het gevolg was van het feit dat de gezinnen in die
periode gemiddeld genomen veel kleiner werden. Het gemiddelde individuele
inkomen steeg in deze periode immers met 40 %. Ook met het gebruik van
percentages is het opletten geblazen. Als u bijvoorbeeld een aandeel hebt
gekocht waarvan de koers met 50 % gedaald is en als u daarna leest dat de koers
weer met 50 % gestegen is, betekent dit niet dat uw aandeel weer even veel waard
is als ten tijde van de aankoop. Als het aandeel immers 30 euro kostte en als de
koers gedaald is tot 15 euro en daarna weer 50 % stijgt, dan noteert het aandeel
tegen 22,5 euro. Om terug de beginwaarde te halen, zou de koers met 100 % moeten
stijgen.
Valkuil 4 : Opletten met ranglijstjes
Het staat buiten kijf dat ranglijstjes bijzonder populair zijn. Ze worden dan
ook te kust en te keur opgemaakt. Zo zijn er lijstjes over de meest bewonderde
bedrijven, over de bedrijven die het meest rijkdom creëren voor de
aandeelhouder, over fondsen die in hun categorie de beste jaarprestatie hebben
neergezet en over de landen met de grootste concurrentiekracht. Voor u echte ruw
oordeel baseert op dergelijke ranglijstjes moet u een groot aantal elementen
verifiëren en heel wat vragen stellen. Is de ranglijst exhaustief of is ze
slechts gebaseerd op een staal ? Op welke manier zijn de gebruikte criteria
verfijnd ? Is er bij een vergelijking van bijvoorbeeld fondsen ook rekening
gehouden met de risico's om een oordeel te kunnen vellen over de prestatie van
de beheerders. Bij abstracte rangschikkingen, zoals die van de meest bewonderde
bedrijven of de landen met de grootste concurrentiekracht, worden diverse
criteria in aanmerking genomen, maar zijn die allemaal valabel en welk gewicht
leggen ze in de schaal ? Zo zijn er bijvoorbeeld behoorlijk van elkaar
verschillende rangschikkingen over de concurrentiekracht van de landen. In 2001
rangschikte het IMD (Institute for management Development) uit Lausanne de
Verenigde Staten op de eerste plaats, terwijl het World Economic Forum in
samenwerking met de Amerikaanse universiteit van Harvard de hoogste plaats op
het podium toekende aan Finland. Ook met de interpretatie van ranglijstjes moet
u opletten. Als een land of bedrijf in een ranglijst van het ene jaar op het
andere een fikse vooruitgang boekt, zegt dat vaak veel meer dan het naakte
cijfer van de plaats in de rangschikking. Wie het ene jaar eerste staat, kan die
positie daarom niet noodzakelijk het jaar nadien handhaven en een bescheiden
plaats in de rangschikking biedt meer kansen op vooruitgang dan een absolute
toppositie.
Valkuil 5 : Van waar komen de cijfers ?
Uit al het vorige blijkt ook dat er achter elk cijfer wordt verschaft door
een bepaalde organisatie of auteur en diens motivatie kan sterk uiteenlopen. Een
kritische analyse van de auteur van het cijfer en van zijn motivatie dringt zich
dan ook op. Zo zal een onderneming meestal proberen om haar resultaten in een zo
gunstig mogelijk daglicht voor te stellen, terwijl een onafhankelijke analist er
niet voor terugschrikt om de aandacht te vestigen op bepaalde zwakke punten. Een
beroepsorganisatie probeert dan weer de belangen van haar aangesloten en
betalende leden te verdedigen. Aarzel daarom niet om verschillende
informatiebronnen naast elkaar te leggen. En vertrouw vooral op de instellingen
die het aan zichzelf verplicht zijn neutraliteit hoog in het vaandel te voeren,
zoals regionale, nationale en Europese overheden en universitaire
onderzoekscentra. Let ook goed op nog twee andere belangrijke aspecten : voor
welke periode en voor welke geografische regio gelden de cijfers ?
Veralgemenende vergelijkingen zijn uit den boze. Een statistiek over de
Verenigde Staten in de jaren tachtig kan niet worden vergeleken met cijfer over
Europa in de jaren negentig. En een laatste tip : niemand erkent graag dat hij
fouten heeft gemaakt. Als u in de voorstelling of de interpretatie van cijfers
een onregelmatigheid ontdekt, is dat misschien wel het gevolg van het feit dat
iemand een vroegere vergissing of inschattingsfout probeert toe te dekken.
Valkuil 6 : Is alles te vatten in cijfers ?
Hoe belangrijk economische en financiële middens de cijfers ook vinden, het
staat vast dat niet alles in cijfers kan worden gevat. Meer en meer wordt er
trouwens op gewezen dat het lang niet vaststaat dat het welzijn van een land en
van zijn bevolking samenhangt met de toename van het BBP. Wat als de groei van
het BBP gebeurt ten koste van het leefmilieu ? Hoe wordt rekening gehouden met
vrijwilligerswerk ? Wat is de waarde van vrije tijd voor de mensen ? Vandaar dat
analyses tegenwoordig alsmaar meer rekening houden met kwalitatieve gegevens.
Bij de rangschikking over de concurrentiekracht (zie puntje vier) komen
bijvoorbeeld ook criteria zoals transparantie en zorg voor sociale cohesie
steeds meer om het hoekje kijken. En om de groeiperspectieven van een
onderneming in te schatten, moet de financiële analist zich ook buigen over de
ervaring van het management en de kwaliteit van de relaties tussen de
werknemers.
Voorzichtigheid is de moeder van de porseleinwinkel !
In elke economische en financiële analyse zijn cijfers onontbeerlijk. Maar ze
staan niet altijd garant voor volledige objectiviteit en ze vertellen ook niet
de hele waarheid. Al wie de cijfers gebruikt moet daar dan ook heel voorzichtig
en kritisch mee omspringen, niet alleen omdat ze bewust of onbewust kunnen
worden gemanipuleerd, maar ook omdat ze verkeerdelijk kunnen worden
geïnterpreteerd.

|