|

Wat kunt u leren uit lijstjes ?
|
In de massa informatie die dagelijks in de media
verschijnt, ziet de lezer die op zoek is naar echt betrouwbare informatie door
de bomen vaak het bos niet meer. Dat verklaart het toenemende succes van
tabellen en lijstjes met "de grootste ondernemingen", "de meest innoverende
groepen", of "de bedrijven die het meest rijkdom genereren".
Het opstellen van zo'n lijstje beantwoordt niet alleen aan onze natuurlijke
neiging om alles in vakjes onder te brengen in de hoop het zo beter te
begrijpen, maar het geeft aan de beleggers ook de kans om enkele zaken op een
rijtje te zien die van belang kunnen zijn voor hun toekomstige beleggingen. De
voorwaarde daarvoor is natuurlijk wel dat de cijfers makkelijk te analyseren
zijn en zoals we uitlegden in "Achter de schermen" van januari is dat lang niet
altijd het geval.
Top-10 van de meest bewonderde bedrijven
De rangschikking van de "meest bewonderde" bedrijven ter wereld, die eind
2001 werd gepubliceerd door de Financial Times, is alvast behoorlijk leerrijk.
Ze werd opgesteld op basis van een vragenlijst die in 2001 werd opgestuurd naar
914 managers in 65 verschillende landen
|
Rang |
Bedrijf |
Land |
|
1. |
General Electric |
VS |
|
2. |
Microsoft |
VS |
|
3. |
IBM |
VS |
|
4. |
Sony |
Japan |
|
5. |
Coca-Cola |
VS |
|
6. |
Toyota |
Japan |
|
7. |
Nokia |
Finland |
|
8. |
Wal-Mart |
VS |
|
9. |
Intel |
VS |
|
10. |
Citigroup |
VS |
Op basis van deze top-10 staan we hieronder even stil bij vier aspecten die
als belegger uw aandacht verdienen.
Management van hoogstaande kwaliteit
Het gemeenschappelijke kenmerk van deze tien ondernemingen is dat ze kunnen
bogen op een management met uitstekende kwaliteiten. Voor een onderneming blijft
dat volgens ons hét middel om onderscheidend vermogen en een stabiel merk op te
bouwen (zie ook "Achter de schermen", juni 2001). Een bekend
citaat van managementgoeroe Peter Drucker illustreert dat perfect : "In
een ultra concurrentiële omgeving, is het succes van een onderneming, of zelfs
haar voortbestaan voor alles afhankelijk van de kwaliteit van haar
directie." De directie vormt het cement tussen de vaak zeer uiteenlopende en
geografisch sterk verspreide activiteiten van de groep. Zij moet in staat zijn
om een groeiritme te vinden voor een structuur die van nature heel complex is.
Managers moeten heel goed communiceren. Vandaar dat het niet verwonderlijk is
dat sommige topmanagers al enkele referentiewerken hebben geschreven inzake
management. Ze moeten voortdurend de woorden kunnen herhalen waardoor zowel hun
werknemers als de doelgroep tot wie ze zich richten, achter hen staan. Inzake
communicatie wordt Bill Gates, één van de stichters van Microsoft, vaak als
voorbeeld naar voor geschoven. Toch is de kwaliteit van het management niet voor
elke onderneming van even groot belang. Hoe zeldzamer de groeikansen immers
zijn, hoe alerter het management zich zal moeten tonen om ze te grijpen, want
als dat niet gebeurt, brengt dat de onderneming veel schade toe. Als de
kwaliteit van het management van prioritair belang is, zal de beurskoers ook
sterker reageren op elk nieuwtje dat verband houdt met de directie. Het is
trouwens niet ongebruikelijk dat de koers van een aandeel fors stijgt na de
aankondiging van het ontslag van managers die worden gehekeld om hun slecht
beleid.
Loopt Europa achter ?
Bij de top-10 van de klassering zien we slechts één Europees bedrijf en in de
top-20 vinden we er slechts drie. Betekent dit dat er geen ontzag meer bestaat
voor ondernemingen op het oude continent ? Of dat de Europese industrie een
forse achterstand heeft opgelopen ? Er zijn alvast een aantal elementen waar we
even naar willen verwijzen. In tegenstelling tot de Amerikaanse collega's die
behoorlijk goed weerstand boden aan de diverse stormen die in 2001 over de
economie raasden, moesten Europese bedrijven zich eerst ontwikkelen en één
worden op zeer versnipperde markten, waar meestal in elk land een verschillende
marktleider was. De consolidatie- en concentratiebeweging in de Europese
economie heeft tijd in beslag genomen, temeer omdat er op het oude continent
geen sprake was van gemeenschappelijke wetten en een gemeenschappelijk politiek
beleid, met name inzake de financiering voor research en de bescherming van
octrooien. Dat heeft lang een rem gezet - en doet dat in sommige gevallen nog
steeds - op de vorming van grote groepen die op wereldschaal de handschoen
kunnen opnemen tegen Amerikaanse groepen. De verbrokkeling van de financiële
markten en de wettelijke verschillen inzake onder meer de regeling van fusies
hebben het bovendien moeilijker gemaakt om het kapitaal te vinden dat nodig is
om de ontwikkeling en de groei op verschillende geografische markten te
financieren. Last but not least blijft het zo dat de Europeanen over het
algemeen meer terughoudend zijn dan de Amerikanen om risico's te nemen.
Geleidelijk aan is in een en ander wel verandering aan het komen. In een
gezondere economische omgeving - daling van de intrestvoeten, beter beheer van
de overheidstekorten die vaak de groei in de weg stonden,… - zijn de Europese
bedrijven erin geslaagd hun beheersmethodes te verfijnen en te moderniseren en
schenken ze meer aandacht aan de manier waarop ze functioneren : meer nadruk op
de activiteiten waarin ze een concurrentieel voordeel hebben, geleidelijk aan
meer oog voor de regels van "behoorlijk bestuur" die de ondernemingen
transparanter maken, enzovoort. In het licht van deze verbeteringen tonen
sommige Europese groepen zich ondertussen met redelijk succes ook een stuk
offensiever, in een economische omgeving die overigens wereldwijd opener is
geworden. Zo is Vivendi Environnement dank zij diverse overnames de nummer één
in de wereld geworden in de behandeling en verdeling van water, terwijl
moederbedrijf Vivendi Universal aan het uitgroeien is tot een zeer belangrijke
mediagroep. Cementbedrijf Lafarge deed eveneens een aantal zeer doelgerichte
overnames en het slaagde erin de overgenomen bedrijven snel te integreren om zo
uit te groeien tot één van de leiders op zijn markt.
Nog plaats voor de nieuwe economie ?
De in 2000 ingezette beweging om de bedrijven van de "nieuwe economie" -
ondernemingen die gebruik maken van nieuwe informatietechnologie om de
productiviteit te verhogen - in vraag te stellen, zette zich ook in 2001 door.
Zo zakte het Amerikaanse telecombedrijf Cisco van de zevende naar de
zevenentwintigste plaats in de lijst van de Financial Times, terwijl de
Amerikaanse on-line boekhandel Amazon.com en het Britse telecombedrijf Vodafone
er zelfs helemaal uit verdwenen. Niet alleen kwam er een einde aan het
tijdelijke modeverschijnsel om managers uit de "nieuwe economie" even veel
glamour en glitter toe te dichten als filmsterren en variétévedetten, maar
vooral groeide het besef dat het management bij die groepen vaak op los zand was
gebouwd. Sommige ondernemingen werden naar eigen zeggen onmisbaar omdat ze
beantwoordden aan klantenwensen die eigenlijk enkel in hun verbeelding
bestonden. Denk maar aan de vele megalomane internetsites die in die tijd boven
de doopvont werden gehouden. Andere bedrijven bezondigden zich aan
overinvesteringen om te kunnen beantwoorden aan een vraag die uiteindelijk op
zich liet wachten. Het mooiste voorbeeld hiervan vormt de telecomsector die zich
diep in de schulden stak om de UMTS-licenties te verkrijgen voor het exploiteren
van de mobilofonie van de derde generatie, terwijl het nog steeds zeer onzeker
is of die activiteit wel de nodige inkomsten zal opleveren. Toch vallen er uit
deze periode waarin de "nieuwe economie" als een raket de hoogte in schoot
enkele lessen te trekken. Bepaalde studies geven immers aan dat er wel degelijk
productiviteitswinst werd gerealiseerd, zij het niet altijd daar waar men het
verwachtte. Zo slaagden de Amerikaanse groothandelaars en distributeurs er in de
tweede helft van de jaren negentig in heel wat productiever te worden, onder
meer door hun distributiecentra te automatiseren en door een veel efficiëntere
relatie uit te bouwen met de klanten. Anderzijds kochten de Amerikaanse
retailbanken gemiddeld twee PC's per werknemer, zonder dat die enorme
informaticamacht ooit maximaal werd benut. Nu de hype rond de "nieuwe economie"
helemaal is opgedroogd, bestaat het gevaar dat men het kind met het badwater
weggooit. En dat zou jammer zijn, want de nieuwe technologie biedt zeker
mogelijkheden aan ondernemingen die hun activiteiten efficiënter willen
uitbouwen. Maar men moet goed beseffen dat dit enkel is weggelegd voor de
ondernemingen die getuigen van veel moed en verbeeldingskracht.
Beproefde beleidsmethodes
De val van de technologiewaarden droeg ertoe bij dat bedrijven met beproefde
beleidsmethodes weer op het voorplan kwamen. Hoewel de eerste tien ondernemingen
uit de bovenstaande rangschikking actief zijn in een brede waaier van sectoren -
elektrische uitrustingsgoederen (GE), informatietechnologie (Microsoft en IBM),
consumptiegoederen (Sony) - hebben ze wel met elkaar gemeen dat ze tegenover de
concurrentie consequent hun specifieke karakter uitspelen. Het is precies
daardoor dat ze zich van anderen onderscheiden en kunnen weerstaan aan de druk
van de concurrentie in een periode dat noch de omvang van het bedrijf, noch het
marktaandeel daarvoor voldoende garanties bieden. Elk in hun domein hebben deze
marktleiders zich weten door te zetten en hun positie weten te handhaven dank
zij een grote innovatiekracht, die verder gaat dan het af en toe op de markt
brengen van nieuwe producten. Wal Mart maakte bijvoorbeeld op een oordeelkundige
manier gebruik van de informatietechnologie om de bevoorrading voor zijn grote
winkels in betere banen te leiden, terwijl Coca-Cola door consequent te focussen
op marketing één van de best bekende merken ter wereld geworden is en een naam
heeft die in veel uithoeken van de wereld beter bekend is dan die van de
president van de Verenigde Staten. Innovatiekracht alleen volstaat echter niet.
Een bedrijf moet dat immers ook kunnen vertalen in resultaten door de klanten te
doen betalen voor de bijkomende kwaliteit van de nieuwe producten of de
verstrekte diensten. Een bedrijf als Xerox bijvoorbeeld, dat wereldwijd bekend
is als dé grote fotokopiespecialist - in het Engels duidt men kopiëren zelfs aan
met de term "xerox" - ondervindt heden ten dage heel wat moeilijkheden om zijn
producten met succes te commercialiseren. Anderzijds slaagde het Finse Nokia,
dat vijftien jaar geleden niet meer was dan een groot industrieel conglomeraat,
erin om zich op te werpen als marktleider op de GSM-markt. Technologische
innovatie, een uitstekend management en een strikt financieel beleid hebben er
de jongste jaren voor gezorgd dat Nokia is uitgegroeid tot een echt topmerk.
Uit elke rangschikking en elk lijstje kunnen beleggers nieuwe informatie
halen. Die is niet altijd aan de oppervlakte zichtbaar, maar wie er een
kritische blik op wil werpen, en de nodige inspanningen wil doen om ze beter te
ontrafelen, kan er zeker en vast zijn voordeel mee doen.

|