|

In de nasleep van de protesten tegen Amerikaanse
interventie in Vietnam en tegen de ondernemingen die daar rechtstreeks of
onrechtstreeks ook bij betrokken waren, wonnen diverse bewegingen die opkomen
voor de belangen van de burgers in de jaren tachtig en negentig aan belang.
Dit gebeurde tegen de achtergrond van een aantal industriële catastrofes die
wereldwijd in de belangstelling kwamen, zoals de ontploffing van een chemische
fabriek van Union Carbide in het Indische Bhopal, en het zinken van de
olietanker Exxon Valdez voor de kust van Alaska. Die rampen werkten geleidelijk
aan een klimaat van wantrouwen tegenover de ondernemingen in de hand. Recenter
zorgden de beurskrach van de technologiewaarden, de vele ontslagen bij tal van
bedrijven en het faillissement van een onaantastbaar geacht bedrijf als Enron
opnieuw voor een vloedgolf van twijfels over de rol van de ondernemingen in onze
samenleving. Die bedrijven beginnen daar dan ook meer en meer over na te denken,
niet in de laatste plaats omdat sommige beleggingsfondsen alleen nog maar
aandelen van ethische bedrijven in de portefeuille opnemen.
Bedrijven nemen meer hun verantwoordelijkheid op …
Als reactie op het koelere onthaal dat veel bedrijven de jongste jaren
vanwege de burgers krijgen, tonen de ondernemingen zich geleidelijk aan
gevoeliger en opener voor de vragen van de maatschappij. Dat gebeurt wellicht
niet zozeer vanuit echte bezorgdheid, maar omdat ze merken dat een toenemend
aantal investeerders en consumenten hun beslissingen over beleggingen en
aankopen onder meer ook op ethische criteria baseren. Waar zijn mijn
sportschoenen gemaakt ? Wordt het industrieel afval gerecycleerd ? Is mijn wagen
erg vervuilend ? Het gaat hier zeker nog niet om een algemeen verbreid fenomeen
- want voor heel wat consumenten blijft de prijs van de producten zoniet het
enige dan toch het doorslaggevende argument - maar er is toch sprake van een
bepaalde trend. En als de consumenten zich zorgen maken om de ethische aspecten,
dan doen de markten dat ook, zodat ook de bedrijfsleiders er aandacht aan
beginnen te besteden. Dat grote industriële groepen uit de agro-voedingssector
zich bijvoorbeeld niet wagen aan de grootschalige productie van genetisch
gemanipuleerde organismen, bevestigt deze trend. En in de oliesector neemt een
bedrijf als Rolyal Dutch zijn verantwoordelijkheid op door zich in te zetten
voor duurzame ontwikkeling via een "sustainable development management
framework" en door zijn prestaties niet alleen in economische cijfers uit te
drukken, maar door ook oog te hebben voor de sociale- en de milieuresultaten.
Het bedrijf werkt dus met de ondertussen bekend geraakte "tripple bottom line".
…en landen staan onder druk
Eind februari 2002 deed het Amerikaanse pensioenfonds Calpers, dat de
pensioenfondsen van de Californische ambtenaren beheert, veel stof opwaaien met
de aankondiging dat het niet langer wil beleggen in vier Aziatische landen :
Indonesië, Maleisië, Filipijnen en Thailand. Deze landen staan nu ook op de
"zwarte lijst" van Calpers, waarop eerder al de namen stonden van Pakistan,
China en Venezuela. Dat een fonds zoals Calpers, dat in principe geen ethische
roeping heeft, ethische en sociale criteria zoals de werkomstandigheden, de
democratische basisprincipes en de bescherming van de aandeelhouders, op voet
van gelijkheid behandeld met financiële criteria, zoals de puur cijferkundige
prestaties van de bedrijven, is een nieuwigheid die door heel wat mensen op
applaus wordt onthaald. Op basis van het door Calpers gestelde voorbeeld, dat
tussen haakjes gezegd wellicht meer de Amerikaanse vakbonden zal verheugen dan
de Aziatische werknemers, is het niet uitgesloten dat ook andere financiële
tussenpersonen hun investeringen in bepaalde regio's van de wereld zullen
herbekijken.
Sociale verantwoordelijkheid : een breed spectrum
De sociale verantwoordelijkheid van de ondernemingen gaat veel verder dan het
respecteren van sociale criteria en milieunormen. Ze omvat ook de houding die
het management aanneemt tegenover zijn werknemers, - het beheer van de risico's
op de werkplaats -, tegenover de leveranciers - door ervoor te zorgen dat deze
dezelfde criteria respecten - en tegenover de aandeelhouders. Ten opzichte van
de aandeelhouders moet het management het recht respecteren om een duidelijk en
transparant zicht te hebben op hun investering. In een algemene context die
gekenmerkt wordt door een groeiend wantrouwen tegen grote groepen en meer
bepaald tegen groepen die hun activiteiten sterk spreiden als gevolg van talloze
overnames - denken we maar aan AOL Time Warner, Vivendi Universal en WorldCom -
moet het management er zeker ook voor zorgen dat de aandeelhouders voldoende en
voldoende duidelijk worden geïnformeerd.
Gaan ethiek en rendement hand in hand ?
Aan de ontwikkeling van ethische fondsen liggen hoofdzakelijk twee redenen
ten grondslag die niet noodzakelijk contradictorisch zijn. In de eerste plaats
zijn financiële tussenpersonen altijd op zoek naar nieuwe bronnen van inkomsten
en dus naar nieuwe beleggingsproducten die ze aan hun klanten kunnen voorleggen.
Net als de fondsen met kapitaalgarantie en de sectorfondsen vormen de ethische
fondsen dan ook een aanvulling van het gamma collectieve beleggingsfondsen dat
aan de beleggers wordt voorgesteld. Anderzijds beantwoordt de toenemende vraag
naar dit soort producten aan de nood van een groter wordende maatschappelijke
laag van de bevolking die ervoor ijvert om de publieke opinie en het politiek
correcte denken te verzoenen met beleggen. Aangezien ethische fondsen momenteel
nog een kleine garnaal zijn in het globale universum van de beleggingsfondsen,
hebben ze alvast nog een aanzienlijke progressiemarge.
Dat het aantal ethische fondsen toeneemt, staat in ieder geval buiten kijf.
Of dit ook betekent dat sociale verantwoordelijkheid gelijk staat met sterke
beursprestaties is echter nog een andere vraag. Omdat het fenomeen nog maar zo
lang bestaat en omdat er dus te weinig gegevens over zijn, is het niet mogelijk
daar een eenduidig antwoord op te geven. Ethische fondsen boeken de jongste
jaren zeer goede resultaten, maar die moeten toch wat genuanceerd worden. Hun
scores waren namelijk deels te danken aan de forse koersstijgingen die de
technologieaandelen - de bedrijven die in die sector actief zijn, hebben van
nature uit een ethischer karkater dan pakweg de petroleumproducenten of de
mijnexploitanten - tot in het voorjaar van 2000 lieten optekenen. Maar de
recente vakliteratuur leert hoe dan ook dat er wellicht geen redenen bestaan om
te denken dat ethische beleggingen minder goed zouden renderen dan andere. De
aanhangers van ethische beleggingen hebben daar trouwens een eenvoudige
verklaring voor : een onderneming die haar werknemers beter beschermt en meer
oog heeft voor het milieu zal ook makkelijker haar werknemers en haar klanten
behouden - een klant houden is veel rendabeler dan op zoek te moeten gaan naar
nieuwe klanten - en zal minder risico's lopen dat er tegen haar gerechtelijke
stappen worden gezet. Dat zal dus voor stabielere activiteiten zorgen en ook het
imago van het bedrijf ten goede komen. Daardoor daalt dan weer de kapitaalkost -
de kostprijs van de middelen die het bedrijf van banken en investeerders krijgt
voor het uitvoeren van zijn activiteiten - en kan het bedrijf betere werknemers
aantrekken en eventueel de uiteindelijke prijs van zijn producten of diensten
verhogen. Dat zorgt voor betere financiële resultaten en dus ook voor een hogere
beurskoers en is dus interessant voor de beleggers. Een voorbeeld geeft aan dat
er voor die redenering wel een en ander valt te zeggen. Zo worden in de
Verenigde Staten momenteel de autoconstructeurs Ford, DaimlerChrysler en General
Motors vervolgd omdat ze enkele jaren geleden hun wagens zouden hebben uitgerust
met bij toeleveranciers gekochte remsystemen waarin asbest was verwerkt Het feit
dat ze terzake niet helemaal ethisch handelden, keert zich nu dus duidelijk
tegen hen.
Kritisch kiezen…
Particuliere beleggers die via ethische fondsen een mooi rendement willen
halen moeten zeer aandachtig zijn voor de samenstelling en de wijze van
functioneren van die fondsen, want anders kunnen ze van een kale reis
terugkomen. Er bestaan weliswaar een aantal gespecialiseerde onafhankelijke
bureaus die zich uitspreken over het al of niet ethische karakter van
ondernemingen, maar los daarvan geeft elke fondsenbeheerder daar toch een beetje
zijn eigen interpretatie aan. En dat is niet eens onlogisch, want na 11
september bleek de zo vaak in het verdomhoekje gezette defensiesector toch
belangrijk voor het verzekeren van onze veiligheid. En genetisch gemanipuleerde
organismen kunnen voor de enen ethisch niet door de beugel, terwijl anderen er
een potentiële bron in zien om de wereldgezondheid te verbeteren of om de
ontwikkelingslanden een hefboom in handen te geven voor een betere toekomst.
Moeten nucleaire technologie en genetische wetenschap wel in dezelfde zak worden
gestoken, zoals sommige beheerders doen ? Voor de fondsenbeheerders lijkt het in
ieder geval aangewezen om in dit verband zoveel mogelijk de kaart van de
transparantie te trekken.
… en zoeken naar evenwicht
Commercieel gezien zal het voor de beheerders van ethische fondsen altijd
interessant zijn om een fraai rendement te halen. De verleiding kan dan ook
groot zijn om de selectiecriteria wat minder streng te maken en om zo de
resultaten een duwtje in de rug te geven. Aan de andere kant bestaat ook het
gevaar dat een beheerder die zich te strikt aan de ethische criteria houdt,
daardoor het aantal aandelen en sectoren waarin hij kan beleggen te zeer
beperkt. Dat leidt dan tot het gevaar dat de portefeuille onvoldoende gespreid
is en te volatiel wordt, zodat ook de risico's voor de belegger aanzienlijk
toenemen. En dat is niet aan te bevelen want de beurs vergoedt nooit het risico
dat kan worden vermeden door diversificatie. De volatiliteit van ethische
fondsen wordt dus duidelijk niet in de hand gewerkt door het ethische gedrag van
de bedrijven waarin het fonds belegt, maar wel door het feit dat er minder
sectoren en bedrijven in portefeuille zitten. Door het feit dat er heel wat
tussenpersonen worden ingeschakeld voor de samenstelling van een ethisch fonds -
denk maar aan de onafhankelijke bureaus die bepalen of een bedrijf al dan niet
ethisch is - liggen de beheerskosten - waarvan een deel soms wordt teruggestort
aan NGO's - ook soms hoger en dat neemt uiteraard ook een hap uit het
uiteindelijke rendement.
Conclusies
Geleidelijk aan zien de ondernemingen voor zichzelf een andere en meer
ethische maatschappelijke rol weggelegd. Die houding wordt in managementkringen
ook niet langer weggelachen als overjaars "geitenwollensokkengedoe". De
uitspraak van Milton Friedman dat de enige verantwoordelijkheid van de
ondernemingen erin bestaat een zo hoog mogelijk dividend uit te betalen aan de
aandeelhouders, lijkt dus stilaan haar beste tijd te hebben gehad. Om niet te
worden afgedaan als een modeverschijnsel, moet de huidige trend nog wat mee
bevestiging krijgen. Maar het lijkt wel die richting uit te gaan en dat betekent
dat "ethiek" en "beleggen", een duo dat tot voor kort als "water" en "vuur" werd
beschouwd, wellicht toch zal kunnen worden verzoend.

|