|

De voorzitter van de Amerikaanse centrale bank,
"Magic Greenspan" verkondigde onlangs dat het Amerikaanse economische herstel
wel degelijk "een aanvang heeft genomen". Deze woorden stelden alvast tijdelijk
een groot aantal beleggers gerust en bevestigden het positieve gevoel dat op de
financiële markten al een tijdje aan de horizon gloort in verband met de
toekomstige economische ontwikkelingen. En als het economisch weer beter gaat in
het land van Uncle Sam dan krijgt de economie wereldwijd ook weer wat meer
kleur.
Vandaar dat de beleggers geleidelijk aan herschikkingen beginnen door te
voeren in hun portefeuille; Ze maken er immers meer plaats voor
conjunctuurgevoelige aandelen, zoals die van bedrijven uit de auto- en de
oliesector. Betekent dit dat men de aandelen met een defensiever profiel nu
links kan laten liggen ? Volgens ons niet. De meer dynamische aandelen hebben
immers al vooruitgang geboekt en over het economische wereldtoneel blijven
enkele hardnekkige mistslierten van onzekerheid hangen, zoals de broosheid van
het economische herstel en de dreigende oorlog in het Midden-Oosten. Toch is het
aureool van veiligheid dat de defensieve aandelen zich de jongste jaren alsmaar
vaker hebben aangemeten, iets waarmee voorzichtig moet worden omgesprongen.
Aandelen die bescherming bieden….
Aandelen worden als "defensief" bestempeld als de resultaten van de betrokken
bedrijven minder gevoelig zijn voor de economische conjunctuur dan de resultaten
van andere bedrijven. Omdat de resultaten minder pieken en dalen vertonen,
blijft de koers van deze aandelen ook stabieler in periodes waarin het
economisch een stuk minder gaat, zoals de laatste maanden van 2001 en het begin
van 2002. Defensieve aandelen worden ook vluchtwaarden genoemd, want de
voorspelbaarheid van hun resultaten maakt het in een moeilijke omgeving
makkelijker om het winstpotentieel in te schatten dan bij de zogenaamde
cyclische waarden, die wel sterk afhangen van de conjunctuur. Typische cyclische
waarden zijn bijvoorbeeld de staalaandelen en de aandelen van bedrijven die
halfgeleiders maken. De resultaten van die bedrijven zijn minder makkelijk te
voorspellen, zodat hun koers ook meer schommelt. Een en ander verklaart waarom
de index MSCI Pharma - de wereldindex van de aandelen uit de farmaceutische
sector - tussen 1 januari 1999 en 31 december 2001 slechts 0,6 % achteruit ging,
terwijl de index MSCI World - de samenvattende index van alle beurzen ter wereld
- over dezelfde periode een verlies van 4,5 % moest laten optekenen. Op basis
daarvan zou men kunnen stellen dat defensieve waarden de kans bieden om te
kiezen voor een aandelenbelegging - die, zoals we weten, op lange termijn de
meest rendabele belegging is - en tegelijk de risico's te beperken.
Het is dan ook interessant om te bekijken welke sectoren als defensief worden
beschouwd. We citeren er hieronder drie :
· De agro-alimentaire sector (Danone, Nestlé,
Unilever,…) : zowel bij hoogconjunctuur als bij laagconjunctuur, blijft het een
feit dat elke mens voedsel nodig heeft. De grote spelers op de agro-alimentaire
markt kunnen dan ook rekenen
op een omzet en winstcijfers die minstens stabiel blijven en regelmatig
realiseren ze zelfs nog een toename van de omzet en de winst. Ook als het
economisch minder gaat, blijven de gezinnen immers ongeveer hetzelfde bedrag
uitgeven aan voedsel. Ze besparen eerder op aankopen die zwaarder wegen in het
budget. Zo zullen ze bijvoorbeeld de aankoop van een nieuwe wagen uitstellen.
· De sector van de nutsdiensten (energie,
afvalbeheer, met bedrijven als Suez, Vivendi Environnement, Electrabel,…). Net
als de agro-alimentaire sector zijn de nutsdiensten weinig gevoelig voor de
grillen van de economie, want ze staan eveneens in voor zaken die de mensen niet
kunnen missen. Om te kunnen blijven groeien en minder afhankelijk te zijn van de
vaak verzadigde nationale markten waar bovendien strenge reglementeringen
gelden, zoeken de bedrijven uit de sector van de nutsdiensten de jongste jaren
internationale expansie. Tractebel bijvoorbeeld, dat tot de groep Suez behoort,
trekt sinds een aantal jaar resoluut een internationale kaart.
· De farmasector (UCB, Novartis,…). Omdat de
bedrijven uit die sector over onze gezondheid waken, was het assortiment
medicamenten dat ze aanbieden de jongste jaren een garantie voor regelmatig
stijgende winsten. Bovendien zijn de nieuwe medicamenten die ze ontwikkelen via
patenten gedurende een aantal jaar beschermd en dat garandeert hen royalties op
elk verkocht medicament.
…maar waarvan het profiel de jongste jaren verandert
Op papier heeft iedereen die op de beurs wil beleggen en niet al te veel
risico's wil nemen er dus belang bij voor defensieve aandelen te kiezen. In
theorie liggen de zaken echter ingewikkelder. Het voorbeeld van de Belgische
elektriciteitsproducent Electrabel bewijst dat. Eind 1998 bereikte de koers van
dit aandeel een hoogtepunt van 400 euro, terwijl hij nu teruggevallen is tot
zowat 230 euro. Aan het defensieve karakter van het aandeel is nochtans niets
veranderd, maar de huidige snelle ontwikkelingen in het domein van de
globalisering en de deregulering, zorgen ervoor dat het voor bedrijven steeds
moeilijker wordt om zich als vluchtwaarde te profileren. Die twee concepten
verdienen een woordje uitleg.
Globalisering : in een internationale context, waarin de geografische
grenzen elke dag een beetje meer vervagen, hebben de bedrijven nu toegang tot
tal van markten die vroeger gesloten bleven. De keerzijde van de medaille is dat
elke onderneming nu zowel op de nationale als op de internationale markten wordt
geconfronteerd met een messcherpe concurrentie. Het is dus een stuk moeilijker
geworden om marktleider te blijven en een constante rendabiliteit te halen. Kijk
bijvoorbeeld maar eens naar de markt van het tafelwater. Tot voor kort
verdeelden enkele grote namen de koek daarin onder elkaar, waarbij ze elkaar elk
een bepaalde regio gunden, maar nu proberen alle agro-alimentaire groepen als
gevolg van de grotere vraag in alle regio's hun marktaandeel daarin te
vergroten. De concurrentie neemt toe en dat kan de marktkaarten grondig door
elkaar schudden.
Deregulering : de liberalisering van de markten maakt een einde aan de
zekerheid over inkomsten en winsten die altijd terug komen, zodat ook de
toekomst voor dergelijke bedrijven onzekerder wordt. Het voorbeeld van de
elektriciteitssector is in dit verband verhelderend. Enkele jaren geleden werd
die nog als een beschermde markt beschouwd (geen nationale en internationale
concurrentie, een regelmatig stijgend verbruik,…), maar als gevolg van de
deregulering is die markt helemaal door elkaar geschud. Voor zover de hoge graad
van politieke geladenheid die met dit dossier samenhangt geen roet meer in het
eten gooit, zal de elektriciteits- en gasmarkt vanaf 2004 in Europa gedeeltelijk
zijn geliberaliseerd, zodat er tussen de producenten meer concurrentie zal
ontstaan. Dat zal normaal ook resulteren in een daling van de tarieven en van de
weeromstuit ook leiden tot lagere winsten. Zowel de globalisering als de
deregulering liggen aan de basis van het feit dat de ondernemingen - terecht of
onterecht - op zoek gaan naar kritische massa. Daardoor doen ze vaak overnames
tegen erg hoge prijzen en stijgen hun schulden aanzienlijk. In dat geval mogen
hun aandelen dan nog het etiket "defensief" dragen, in feite komt het erop neer
dat deze bedrijven aandeelhouderswaarde vernietigen.
Naast de globalisering en de deregulering die zich als externe factoren als
het ware aan de ondernemingen opdringen, kunnen ook de specifieke kenmerken
en eigenheden van een bepaalde sector de ontwikkeling ervan op de helling
zetten. Zo kan de farmasector inderdaad rekenen op het grote potentieel van de
markt van de medicamenten, maar het mes snijdt aan twee kanten, want van zodra
de patenten vervallen zijn, daalt de verkoop van die medicamenten drastisch en
vallen dus ook de inkomsten sterk terug. De farmabedrijven zijn dus verplicht
telkens weer nieuwe medicamenten lanceren die voor de aflossing van de wacht
kunnen zorgen. En dat is geen makkelijke opdracht, want de ontwikkeling van
nieuwe medicamenten kost alsmaar meer tijd. Terwijl de ontwikkelingstijd in de
jaren zestig zowat 7,5 jaar bedroeg, is dat nu verdubbeld tot zowat 15 jaar. Dat
verhoogt de kosten en verkleint de kans dat er met het nieuwe medicament echt
geld kan worden verdiend. Erger nog is het als een bedrijf een belangrijk
medicament van de markt moet halen, zoals Bayer in 2001 moest doen met de
cholesterolremmer Baycol. Daardoor zag Bayer een half miljard euro inkomsten aan
zijn neus voorbijgaan.
Conclusies
Betekent dit alles nu dat men zich als belegger moet afkeren van de
"defensieve waarden" ? Zeer zeker niet. Maar wat we hierboven hebben
uiteengezet, toont wel aan dat "zekerheid" op de aandelenmarkten een alsmaar
relatiever begrip wordt. Beleggers mogen zich zeker niet laten verleiden om
blind te varen op de aandelen van een sector die de reputatie heeft veilig te
zijn. Wel integendeel, om het groeipotentieel te becijferen komt het er op aan
elke onderneming heel zorgvuldig te analyseren en ook heel nauwlettend te kijken
naar de omgeving waarin ze zich begeeft. Voorzichtigheid is de boodschap en
daarom moet men blijven voor ogen houden dat in aandelen beleggen iets is voor
de lange termijn dat best gebeurt via een goed gediversifieerde portefeuille.

|