|

Business of show business
|
Messier (Vivendi Universal), Ebbers
(WorldCom), Barnevik (voordien aan de slag bij ABB), … De jongste weken kwamen
een groot aantal managers, die tot dan toe nochtans groot aanzien genoten bij
hun collega's en bij de analisten, onder vuur te liggen.
Als goede
communicatoren slaagden ze er indertijd in de successen die ze mee hadden helpen
realiseren in hun voordeel te doen spelen om voor zichzelf een positief imago op
te bouwen. De keerzijde van de medaille is echter dat ze in moeilijke periodes
ook op een brutale manier werden blootgesteld aan de harde kritiek van met name
de beleggers die het op de heupen kregen van hun fratsen en hun dubbelzinnige
verklaringen. Hun geloofwaardigheid staat nu op het spel. Stond het in de
sterren geschreven dat zoiets zou gebeuren en kan de kleine belegger er zich
tegen wapenen ?
Aan de basis : de rol van de grote baas is veranderd
« Mijnheer de directeur is vandaag afwezig », herhaalt
de secretaresse voortdurend…Net als veel van zijn collega's heeft de algemene
directeur van een grote onderneming ondanks zijn schitterende bureau met
overdadig comfort en een onvergelijkbaar uitzicht, zoals zo vaak het geval is
een afspraak buitenshuis. Natuurlijk brengt hij nog een groot gedeelte van zijn
tijd in het bedrijf door om een en ander in goede banen te leiden. Dat betekent
dat hij de grote lijnen uitzet en erover waakt dat de ingezette materiële,
menselijke en financiële middelen zo goed mogelijk worden aangewend. Conflicten
oplossen, budgettaire keuzes maken, strategische werkgroepen voorzitten, het
blijft natuurlijk allemaal deel uitmaken van de kernactiviteiten van de
topmanager. Maar toch is er de jongste jaren een opmerkelijke verschuiving
opgetreden in de rol van de CEO ( afkorting van het Engelse « Chief
Executive Officer »). Veel meer dan vroeger staat die rol vandaag in het
teken van communicatie en van het fungeren als uithangbord voor de buitenwereld.
Drie niveaus
Zonder stil te willen blijven staan bij de vaak niet al te
duidelijke verhouding die ze soms hebben met het politieke milieu, kunnen we
zeggen dat de grote bedrijfsleiders hun communicatietalent vandaag de dag
extra muros op drie niveaus moeten aanwenden : bij klanten en
leveranciers, bij de financiële wereld (de investeerders en beleggers) en bij de
media.
Aan de basis van elke klantenrelatie ligt logischerwijze de
notie van vertrouwen en in enigszins onzekere tijden zoals nu is dat nog
belangrijker dan anders. Het vertrouwen van leveranciers en klanten in een
onderneming kristalliseert zich vaak in hun vertrouwen in de grote baas, die
borg moet staan voor het langetermijnkarakter van de commerciële relatie en
daarvoor dus zijn geloofwaardigheid in de waagschaal legt. Als een goede klant
bijvoorbeeld goed is voor 5 of 10 % van de omzet, of soms zelfs nog voor meer,
is het uiteraard van cruciaal belang om goede relaties met hem te onderhouden.
Maar het is misschien nog belangrijker om tegemoet te komen aan de wensen en
noden van potentiële klanten om op die manier op middellange termijn de groei
van de activiteit te verzekeren. Met de leveranciers is de oefening nog
subtieler. Een manager moet die leveranciers immers tegen elkaar uitspelen om zo
goedkoop mogelijk te kunnen aankopen, maar hij moet tegelijk ook op goede voet
met hen blijven staan, om in geval van eventuele schaarste in hun productie,
toch nog als eerste te worden bediend.
Via de Raad van Bestuur en de Algemene Vergadering moet de
topmanager rechtstreeks verantwoording afleggen aan de beleggers in verband met
een zo hoog mogelijk aandelenrendement via een stijging van de waarde en het
dividend. Die rol zorgt ervoor dat de algemene directeurs steeds sterker
betrokken zijn bij de relaties met de investeerders. Laten we niet vergeten dat
hoe beter het aandeel gewaardeerd is, hoe minder het de onderneming zal kosten
om zich te financieren bij overnames of als ze een beroep wil doen op de
kapitaalmarkt. Vandaar dat de topmanagers niet enkel op de voorgrond treden bij
kapitaalverhogingen, fusies en overnames en de bekendmaking van de kwartaal-
halfjaar- en jaarresultaten, maar ook steeds meer op allerhande congressen, en
in interviews en gespreksrondes met gespecialiseerde journalisten en analisten.
We herhalen in dit verband nog eens dat informatie over de verwachtingen voor
het lopende boekjaar, of over de vooruitgang van welbepaalde projecten, nog
steeds de belangrijkste grondstof is voor de beursoperatoren.
Een recentere trend, zeker in Europa, is dat de managers van de
grote groepen, er tegenwoordig geen punt meer van maken om ook in de zogenaamde
"people"-magazines of in populaire talkshows op televisie hun opwachting te
maken. Meer zelfs, constant aanwezig zijn in de media is voor sommige managers
uitgegroeid tot een ware obsessie. Het opvallendste voorbeeld daarvan gaf de
Franse baas van Vivendi Universal Jean-Marie Messier - die ondertussen wel een
deemoedig mea culpa sloeg - door onlangs nog de ploeg van Michel Drucker,
de bekende showbizzpresentator van Antenne 2, in zijn keuken te ontvangen.
Messier liet zich ook op een dubbele pagina met een gat in zijn kous
fotograferen door het magazine Paris Match. Het is trouwens opvallend dat vooral
de managers van grote media- en softwarebedrijven -die immateriële activiteiten
uitoefenen - het vaakst in de media aanwezig zijn. Denk bijvoorbeeld ook maar
eens aan Michael Eisner van Walt Disney, Rupert Murdoch van BskyB en natuurlijk
de onvermijdelijke Bill Gates van Microsoft. Sommige critici zeggen zonder
aarzelen dat zij veel wind maken om lucht te kunnen verkopen.
Een goede of een slechte zaak ?
Om zich te ontwikkelen en te groeien kan een onderneming
uiteraard haar voordeel doen bij de zichtbaarheid die de algemene directeur weet
te creëren door zich op te werpen als een soort superman in PR. Maar ook in dit
domein zit er veel waarheid in het aloude gezegde dat overdaad schaadt.
Natuurlijk kan niemand er kritiek op hebben dat men zich zo goed en zo efficiënt
mogelijk bekommert om de leveranciers en om de klanten, ook al dient de grote
baas in dit verband uiteindelijk vooral een luxehelper te zijn van de mensen die
daarvoor bevoegd zijn. Wie te veel van zijn tijd steekt in Wall Street of in
interviews met CNN, doet dat immers altijd ten koste van de goede operationele
gang van zaken bij zijn bedrijf. De motieven van de bedrijfsleiders zijn daarbij
trouwens zeker niet altijd lovenswaardig. In de hoop op een hogere beurskoers
kan een bedrijfsleider bijvoorbeeld beslissen om het budget voor onderzoek en
ontwikkeling terug te schroeven. De winst per aandeel neemt dan toe, een
criterium dat op korte termijn wordt gevolgd door de beursoperatoren, maar dat
gaat wel ten koste van de perspectieven op middellange en op lange termijn. Of
als de vergoeding van de topmanager te sterk gebonden is aan een regime van
stock options, is de kans niet denkbeeldig dat hij een riskanter beleid voert
dan redelijk zou zijn of dat hij zelfs - zoals het geval was bij Enron -
overgaat tot illegale praktijken, enkel met de bedoeling om een "grote slag te
slaan". Als dat mislukt en als hij moet opstappen, bestaat zelfs de kans dat hij
het elders nog eens probeert, terwijl de kleine aandeelhouders die de aandelen
van de onderneming vaak tegen een te hoge prijs kochten, verbouwereerd en
geruïneerd achterblijven. Voorts kan een obsessie voor de media ook de
uitdrukking zijn van een strikt persoonlijke ambitie of van een overmatig groot
ego. De grootheidswaanzin die daaruit voortvloeit en die zich meestal vertaalt
in een giga-overname waarvoor een enorme prijs wordt betaald, speelt in de
meeste gevallen in het nadeel van de aandelenkoers. Want de synergieën waarnaar
zo vaak wordt verwezen om de aandeelhouders de pil van de overname te doen
slikken, blijken bij het opmaken van de rekeningen vaak hun kat te sturen en de
overmatig hoge schulden vormen een zwaar juk om te dragen. Zo bracht de
flamboyante manager Ebbers met zijn vele dure en met schulden gefinancierde
overnames de Amerikaanse telecomoperator WorldCom aan de rand van het
faillissement.
Successen zonder toeters en bellen
Bij zijn zoektocht naar interessante aandelen wordt de aandacht
van de kleine aandeelhouder uiteraard in de eerste plaats getrokken door de
grote titels in de financiële kranten, die nogal wat aandacht besteden aan de
persoonlijkheden die op dat ogenblik het meest in de kijker lopen. Maar hij zou
er natuurlijk helemaal fout aan doen als hij dan al zijn zoektocht zou
stopzetten. Een Amerikaanse studie toonde onlangs immers aan dat de grootste
beursuccessen werden behaald door ondernemingen waarvan de managers slechts
weinig of zelfs helemaal niet bekend zijn bij het grote publiek. Het zijn
managers die zich nederig opstellen, die hun verantwoordelijkheid aanvaarden in
geval van een mislukking en bij succes weigeren om alle lauweren voor zichzelf
op te eisen, en die het lot van hun bedrijf veel belangrijker vinden dan hun
eigen carrière. Ze bezitten wat Jim Collins in zijn boek « Good to
great : why some companies make the leap … and others don’t » – Harper
Business, 2001 de zeldzame gaven van leiderschap op niveau 5 noemt, waarbij de
andere niveaus gaan van individuele capaciteiten tot de gaven van leiderschap in
de traditionele zin van het woord. Wie kent er bijvoorbeeld Darwin Smith, een
man met een naam die op zichzelf al een soort bescheidenheid oproept ? Welnu, in
de twintig jaar nadat hij 1971 de leiding nam van het Amerikaanse Kimberly-Clark
- specialist in huishoudpapier en persoonlijke hygiëne - bezorgde hij het
aandeel een rendement dat vier hoger lag dan het beursgemiddelde en deed hij het
beter presteren dan General Electric en Coca-Cola waarvan de prestaties nochtans
veel vaker en veel meer in de verf werden gezet.
Factoren om in het oog te houden
Als een individuele belegger beslist om zijn geld in een
welbepaald aandeel te stoppen, kan het nooit kwaad als hij eerst even het
antwoord probeert te vinden op enkele eenvoudige vragen over de CEO van het
betrokken bedrijf. Dat is natuurlijk geen wondermiddel, maar het kan in
fine zware teleurstellingen vermijden.
- Wat is het profiel van de CEO ? Als hij wordt aangeworven voor een
herstructureringsoperatie is de vraag wat hij op dat vlak elders al heeft
gerealiseerd. Heeft hij de neiging om in interviews eerder over zichzelf te
spreken dan over zijn onderneming ? Of komt hij nederig over en toont hij zich
bewust van de moeilijkheden in de taak die hem te wachten staat ? Doet hij
uitspraken die te optimistisch zijn en die, bij het niet halen van de
geformuleerde doelstellingen, kunnen leiden tot grote ontgoochelingen ? Hoe
kan men bijvoorbeeld geloof hechten aan Jean-Marie Messier als hij zegt dat
zijn groep het heel goed doet, terwijl de verliezen van zijn onderneming in de
miljarden euro lopen ? Is deze "eenvoudige boekhoudkundige rekening" zoals hij
ze omschrijft immers niet het bewijs dat hij zijn overnames te duur betaald
heeft, en dat hij die overinvesteringen niet met één pennentrek kan tenietdoen
? Andere vragen hebben betrekking op de manier waarop de CEO wordt betaald. Is
zijn vergoeding niet tegenstrijdig met de belangen van de aandeelhouders ?
Heeft hij al, in geval van tegenvallende resultaten, verzaakt aan een bonus
waarop hij recht heeft, of houdt hij, ten koste van de aandeelhouders, vast
aan zijn privileges ? Het zijn allemaal vragen die een duidelijk licht kunnen
werpen op de aandelen waarin de belegger geïnteresseerd is.
- Is de CEO overmatig aanwezig in de media en in de beurswereld ? Als dat
inderdaad het geval is, gebeurt het slechts zelden dat de aandelenkoers van
zijn bedrijf in goede beurstijden niet overgewaardeerd is. Bij een tegenslag
of mislukking - verlies van geloofwaardigheid, conjuncturele ommekeer,
verkeerde strategische inschatting, een overname die waarde tenietdoet,
achterstand bij de commercialisering van een belangrijk product, enzovoort -
worden ook de talentrijkste klimmers in een mum van tijd gedegradeerd tot
meelopers die zelfs nog geen molshoop op kunnen rijden. Dat gebeurde
bijvoorbeeld bij het Zwitsers-Zweedse bedrijf ABB, waarvan het management
lange tijd werd voorgesteld als een model van transparantie. Toen er echter
onthullingen kwamen over de kolossale bedragen die de vroegere CEO en topman
Percy Barnevik eind november 2001 bij zijn vertrek als voorzitter van de raad
van bestuur had opgestreken, zat meteen de klad erin. Er kwam een echte
vertrouwenscrisis tussen management en aandeelhouders die het echt te gortig
vonden dat de topman zoveel geld had gekregen op een ogenblik dat de groep die
heel veel schulden had, angstig om elke hoek keek of het spook van het
faillissement daar niet met de zeis klaar stond. De koers van het aandeel ABB,
die midden 2000 een hoogtepunt bereikte van meer dan 50 CHF, is sindsdien
teruggevallen tot het peil van zowat 10 CHF. En het staat buiten kijf dat de
vertrouwenscrisis nog lang sporen zal nalaten, want ook als de groep erin
slaagt haar huidige financiële problemen te overwinnen, zal het wellicht nog
lang duren eer ze met even veel luister wordt omgeven als in de periode onder
Barnevik.
- Laat ons eindigen met een paradox : let op voor managers die op korte of
lange periode al een aanzienlijk succes hebben geboekt. Voor een CEO is het
immers niet gemakkelijk om ten aanzien van zijn vroegere successen de nodige
afstand te bewaren. De capaciteiten die nodig zijn om een bedrijf op te
richten of te herstructureren zijn niet dezelfde als deze die men nodig heeft
om een internationale expansie tot een goed einde te brengen of om een nieuwe
strategische visie te ontwikkelen voor een mature bedrijfsactiviteit.
Bovendien veranderen de tijden snel. Een technologische ommekeer zoals de
doorbraak van internet of het ontcijferen van het menselijke genoom kan de
omstandigheden waarin de managers moeten werken volledig omkeren en ervoor
zorgen dat een enorm verrassingseffect hen plots uit hun dagelijkse routine
haalt. Er zijn natuurlijk managers die dwars door alles heen hun status van
talentrijke bedrijfsleider bevestigen, maar dergelijke witte raven zijn toch
erg dun gezaaid. En ook dan is voorzichtigheid nog geboden, want als het
succes van een onderneming en dus ook haar beurskoers te sterk samenhangen met
de capaciteiten van de bedrijfsleider, is het nog maar de vraag wat er met het
bedrijf en het aandeel zal gebeuren als hij plots zou verdwijnen. Het is dus
ook van zeer groot belang om te bekijken of dergelijke supermanagers hun
opvolging wel goed hebben geregeld.
Dit alles geeft aan dat beleggers heel wat over een onderneming
en haar aandelen kunnen leren door aandachtig de gedragingen van de CEO in het
oog te houden. Vooral de individuele belegger moet de soms overdreven
mediatisering van managers met een korreltje zout nemen. Meer dan waar ook geldt
in dit verband dat niet al wat blinkt goud is. Intellectuele eerlijkheid en
daadkracht van de managers moeten de bovenhand blijven halen op bluf en
intentieverklaringen. De ervaring leert dat flamboyante verklaringen en een al
te uitgesproken aanwezigheid in de pers vaak niet meer zijn dan "window
dressing" om een imago hoog te houden, dat van zodra het barsten begint te
vertonen, helemaal kan wegkwijnen en uiteindelijk kan leiden tot veel geween en
tandengeknars.

|