|

Koers/winstverhouding : een goede indicator om een aandeel te evalueren ?
|
In de gespecialiseerde financiële pers of bij een beleggingsclub bent u
ongetwijfeld ooit al eens geconfronteerd geweest met de befaamde beursindicator
van de koers/winstverhouding , ook aangeduid met het Engelse P/E. Het is een
indicator waarop heel wat beleggers zich baseren om een aandeel te kopen of te
verkopen. Van de vele parameters die worden gebruikt om aandelen te evalueren,
zoals bijvoorbeeld de verhouding tussen de koers en de boekwaarde van de eigen
middelen of de verhouding tussen de koers en de cash flow, is de P/E de meest
gehanteerde. Maar zoals we hieronder in een analyse van het concept aangeven,
betekent dit nog niet dat het een gouden sleutel is die met absolute zekerheid
de deuren naar succesvolle beleggingen opent.
Een koers/winstverhouding (P/E) van bijvoorbeeld 15, waarbij de P staat voor
de koers van het aandeel en de E voor de winst per aandeel, betekent letterlijk
dat de prijs die voor het aandeel moet worden betaald vijftien keer de winst
bedraagt. Daarbij dient meteen te worden opgemerkt dat de "E" gelijk staat met
de verwachte winst per aandeel in het lopende of het komende boekjaar. In
absolute termen biedt die informatie de belegger geen enkele opheldering. De P/E
wordt pas relevant als hij wordt vergeleken op een historische basis of met de
P/E van andere bedrijven die actief zijn in dezelfde sector of in dezelfde
regio.
Statistische betekenis
Hoewel in beursmiddens al heel lang over de P/E wordt gepraat, blijft dit
criterium in wetenschappelijke kringen voor veel stof tot discussie zorgen.
· Volgens de aanhangers van de theorie van de
marktefficiëntie - die zegt dat de beurs op een rationele manier rekening houdt
met alle op elk ogenblik beschikbare informatie, wat impliceert dat de aandelen
altijd correct zijn geëvalueerd - wijzen verschillende P/E -waarden gewoon op
een verschillend risiconiveau. Een aandeel met een lagere P/E dan gemiddeld zal
ook meer risico's inhouden dan gemiddeld. Als een aandeel immers riskanter is
dan een ander, zal de belegger een hoger rendement eisen en dus een lagere prijs
willen betalen voor een identieke winst per aandeel. Omgekeerd is een hoge P/E
volgens hen een teken dat het aandeel niet erg riskant is. De hogere koers in
vergelijking met de winst betekent dat de belegger zich tevreden stelt met een
lager rendement in ruil voor het feit dat de belegging minder risico's inhoudt.
· Volgens degenen die niet geloven in de theorie van
de marktefficiëntie wijst een lage of hoge P/E erop dat de aandelen "goedkoop"
of "duur" zijn. Met name de aanhangers van de zogenaamde "value investing"
ondernemen een speurtocht naar aandelen met een lage P/E. Ze gaan ervan uit dat
die aandelen overmatig gestraft zijn, bijvoorbeeld door overdreven pessimisme
van de beleggers na de publicatie van slechte resultaten. Of ze vinden dat die
aandelen in het vergeethoekje zijn gedrumd door een gebrek aan belangstelling
van de beleggers of omdat er weinig van verhandeld worden. In dezelfde zin
vinden zij dat een hoge P/E het gevolg van zijn van een recente of op korte
termijn te verwachten sterke winstgroei. Ze merken ook op dat een lage of hoge
P/E op middellange of lange termijn niet houdbaar zijn. In deze opvatting gaat
men ervan uit dat de markten altijd terugkeren naar het gemiddelde. Men spreekt
daarom over een "mean-reverting process". Het komt erop neer dat de koers van de
goedkope aandelen mettertijd stijgt en dat de koers van de dure aandelen
mettertijd daalt.
Wat moet u daarvan denken ? U zult wellicht niet verbaasd zijn als u ons
hoort zeggen dat wij in dit verband voor de gulden middenweg kiezen. Het is
ongetwijfeld heel redelijk om te denken dat de P/E indicaties geeft over het
risico én over de relatieve duurte. Maar de vraag waar het risico eindigt en
waar de relatieve duurte begint, blijft bijzonder moeilijk te beantwoorden. Wie
niet bang is om risico's te nemen kan altijd opteren voor aandelen met een lage
P/E, want of ze nu risicovol of goedkoop zijn, ze bieden een goede uitvalsbasis
om een hoger rendement te halen. In ieder geval kan men proberen de scherpste
kantjes af te ronden. Een zeer lage P/E van bijvoorbeeld minder dan 7 - hoewel
we dit cijfer gewoon lukraak kiezen - kan alleszins wijzen op een hoger dan
gemiddeld risico. Dat risico kan een operationeel karakter hebben - bijvoorbeeld
als gevolg van permanente productieproblemen -, maar vaker nog een financieel
karakter. Dat is met name het geval als er aanzienlijke schulden zijn die de
manoeuvreerruimte beperken of, erger nog, het gevaar op een faillissement doen
stijgen. Een zeer hoge P/E van bijvoorbeeld meer dan 30 - opnieuw een arbitrair
gekozen cijfer - kan erop wijzen dat het om zeer dure aandelen gaat, die
onvoldoende uitzicht hebben op duurzame groei om hun hoge koers te kunnen
rechtvaardigen.
Heel voorzichtig benaderen
Op basis van een groot aantal aandelen kan men op die manier voor een markt
of voor een sector in zijn geheel interessante statistische trends opsporen, ook
al is het debat over de werkelijke betekenis van die trends nog lang niet ten
einde. Bij individuele aandelen ligt een en ander een behoorlijk stuk subtieler.
In eerste instantie kan men het peil van de P/E vergelijken met het gemiddelde,
maar dat volstaat eigenlijk niet. Om de analyse te verfijnen, komt het erop aan
verschillende fundamentele vragen te stellen.
1. Over welke E gaat het ?
De notie "winst per aandeel (w/a)" is op zich al heel delicaat. Momenteel
woedt trouwens een debat over wat al dan niet in de w/a moet worden opgenomen.
Hoewel de definitie van de ene tot de andere bron kan verschillen, wordt de w/a
traditioneel beschouwd als courant. Dat wil zeggen dat geen rekening wordt
gehouden met uitzonderlijke elementen die hetzij door hun specifieke karakter,
hetzij door de omvang van de bedragen die ermee gepaard gaan, weinig kans hebben
om zich in de toekomst opnieuw voor te doen. Niemand kan er echter nog omheen
dat steeds meer bedrijven, vooral Amerikaanse, een aantal lasten steeds vaker
als uitzonderlijke elementen boeken. En dat is voor discussie vatbaar, want is
er bijvoorbeeld nog sprake van echte herstructureringskosten als een onderneming
regelmatig naar dat wapen grijpt. ? Bij het vergelijken van bedrijven uit
dezelfde sector die in verschillende landen actief zijn, is het ook van groot
belang rekening te houden met de in zwang zijnde nationale boekhoudmechanismen.
Zo hanteren de Japanse ondernemingen een veel agressiever afschrijvingsbeleid
dan de Europese. Daardoor is voor die Japanse bedrijven de E lager en hebben ze
dus een hogere P/E. Een ander minder bekend voorbeeld is dat de Amerikaanse
ondernemingen de gewoonte hebben om hun uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling
dadelijk ten laste te nemen, terwijl de Europese bedrijven die meestal
geleidelijk aan afschrijven. Met name voor bedrijven die actief zijn in
hoogtechnologische sectoren die erg gevoelig zijn voor dit element kan dat ertoe
leiden dat de P/E van de Amerikaanse bedrijven hoger uitkomt, omdat de winst
door de onmiddellijke tenlasteneming lager ligt.
2. Elke onderneming heeft een geschiedenis achter zich
In de gespecialiseerde pers staat soms te lezen dat een bepaald aandeel
noteert tegen de laagste of de hoogste P/E uit zijn geschiedenis. In dat geval
is de verleiding groot om meteen te concluderen dat het aandeel erg goedkoop of
erg duur is. Met dit soort analyses is het echter opletten geblazen ! Externe
factoren kunnen immers een belangrijke rol spelen. Denken we bijvoorbeeld maar
aan een langere periode met intrestdalingen als gevolg van een beter onder
controle zijnde inflatie. Zoiets kan een belangrijke impact hebben op het
algemene peil van de beurskoersen en kan dus bij alle aandelen voor een hogere
P/E zorgen zonder dat dit iets verandert aan de intrinsieke waardering van het
aandeel en aan de relatieve waardering ten opzichte van andere aandelen.
Bovendien is een bedrijf allesbehalve statisch. Elke onderneming gaat door fases
van ontwikkeling, groei en maturiteit en stuk voor stuk hebben die een invloed
op de waardering (zie ook punt 4). De omzetverdeling (geografische markten, de
mix van producten met een lagere of hogere rendabiliteit) kan eveneens
evolueren. Ook zoiets verandert de aard van een onderneming en dus potentieel
ook haar P/E.
3. De invloed van landen en sectoren
Is het in vergelijking met andere landen en sectoren gerechtvaardigd dat
bedrijven uit een bepaald land of een bepaalde sector automatisch een hogere P/E
hebben ? Sommigen zijn geneigd om die vraag affirmatief te beantwoorden. De
Verenigde Staten hebben bijvoorbeeld een heel goede reputatie omwille van hun
kapitalistische systeem, hun eengemaakte markt, hun gunstige demografische
ontwikkeling en hun grote aanpassings- en innovatievermogen. Door dat alles
zouden ze over betere groeiperspectieven moeten beschikken dan andere landen.
Dat is misschien ten dele waar, maar er moet toch altijd worden opgelet met
veralgemeningen. Bovendien hebben de recente spraakmakende faillissementen van
Enron en WorldCom aangetoond dat ook het Amerikaanse systeem niet vrij is van
soms spectaculaire inzinkingen. Dat de P/E van bedrijven uit groeilanden ondanks
de veelal aanzienlijk betere groeiperspectieven vaak beduidend lager ligt dan
die van ondernemingen uit geïndustrialiseerde landen, heeft dan weer te maken
met de meestal aanzienlijk hogere risico's in die landen. Denken we maar aan
politieke onrust, wisselkoersschommelingen, een zo goed als onbestaande
bescherming van de beleggers, enzovoort.
In verband met de sectoren leren de recente gebeurtenissen rond de "nieuwe
economie", waarbij bedrijven uit de internet-, informatica- en telecomsector op
hun toppunt soms een P/E bereikten van meer dan 100, dat het bijzonder
gevaarlijk is om met de ogen dicht elke waardering te aanvaarden die gebaseerd
is op zogenaamde toekomstgerichte activiteiten. Met name de overinvesteringen in
een sector die heel wat actoren aantrekt die uit zijn op snel gewin, kunnen voor
een bijzonder zware kater zorgen. Bomen groeien nu eenmaal niet tot in de hemel.
Een aandeel dat op basis van zijn P/E als minder duur wordt beschouwd dan andere
aandelen uit zijn sector of uit zijn land is in absolute termen niet
noodzakelijk goedkoop, want het kan best dat de desbetreffende sector of het
desbetreffende land in hun geheel overgewaardeerd zijn.
4. Momentopnames
Zelfs bedrijven die in dezelfde sector of in hetzelfde land actief zijn,
kunnen moeilijk met elkaar worden vergeleken. Ze bevinden zich immers sowieso
altijd in een andere fase van hun ontwikkeling. Zo kan een startend bedrijf dat
net rendabel begint te worden een hoge P/E rechtvaardigen, zonder duur te zijn,
terwijl het ook erg risicovol blijft. De P loopt in dit geval immers enkel
vooruit op sterk stijgende verkoopcijfers in de komende maanden, en dat zal dan
binnen één of twee jaar de P/E op een "normaler" peil brengen. Het is ook
opletten geblazen met ondernemingen die traditioneel een hoge P/E hebben als
gevolg van hun groei, maar die nu in een fase aanbelanden waarin hun activiteit
tot maturiteit komt. Hun vaak stevige positie binnen hun sector verzekert deze
bedrijven weliswaar van een zekere stabiliteit, maar als de beurs niet op de
juiste manier heeft geanticipeerd op hun groei, kunnen er vrij brutale
koerscorrecties komen. Voorts spelen ook nog tijdelijke effecten een belangrijke
rol. In het ene jaar kan de activiteit bijvoorbeeld uitzonderlijk hoog zijn,
terwijl ze in het andere jaar op een uitzonderlijk laag pitje brandt. Zo zorgde
de overgang naar het jaar 2000 voor een stormloop op informaticasoftware. De
sterke groeiprestaties van bedrijven uit die sector leidden tot heel sterke
stijgingen van de koersen en van de P/E. Maar het spreekt voor zich dat die
toestand niet houdbaar was. Het geeft aan dat de P/E in een welbepaald jaar erg
misleidend kan zijn. Ook de economische conjunctuur kan een vergelijkbare rol
spelen : als de economie van een land door een korte periode van recessie gaat,
kan dat leiden tot een algemene verhoging van de P/E - voor zover natuurlijk de
E-waarden dalen, maar niet de P-waarden - maar dat betekent niet noodzakelijk
dat de aandelen meteen duur worden. We moeten ook nog aanstippen dat de P/E geen
zin of betekenis heeft indien de E een negatief cijfer is, met andere woorden
indien de onderneming verlies lijdt.
5. Zelfs een bijna perfecte vergelijking loopt nog altijd mank
Laten we eens van de veronderstelling uitgaan dat u, om u een idee te vormen
over een aandeel, de P/E ervan kunt vergelijken met die van andere aandelen die
in dezelfde sector, in hetzelfde land in dezelfde ontwikkelingsfase zitten. Op
het eerste gezicht is dat een degelijke basis om te vergelijken, maar toch moet
u opletten met het trekken van overhaaste conclusies. Als "uw" aandelen een
hogere P/E heeft dan anderen, betekent dit niet noodzakelijk dat het duur is :
het is immers mogelijk dat de betrokken onderneming geniet van
concurrentievoordelen die haar in staat stellen om hogere marges te realiseren
dan de concurrenten of die haar betere groeiperspectieven bieden. Statistisch is
het weliswaar niet realistisch om te denken dat alle aandelen met een hoge P/E
betere groeiperspectieven hebben, maar voor welbepaalde individuele aandelen kan
dat wel het geval zijn. Wees echter wantrouwig ten opzichte van aandelen waarvan
de managers automatisch de hoge P/E rechtvaardigen door te verwijzen naar betere
groeiperspectieven. Ze gebruiken vaak de PEG-ratio. Dat is de verhouding tussen
de P/E en de "Growth", waarbij de G staat voor de verwachte gemiddelde
jaarlijkse winstgroei, meestal over een periode van 5 jaar. Een aandeel met
bijvoorbeeld een relatief hoge P/E van 25 en een G-waarde van 30 zou volgens hen
niet duur zijn, omdat voor de volgende vijf jaar voor het bedrijf een gemiddelde
winstgroei van 30 % wordt verwacht. De verhouding 25/30 ligt lager dan 1 en dat
wijst volgens hen op het feit dat het aandeel niet duur is. Dit "keukenrecept"
is bij ons weten tot nu toe echter niet wetenschappelijk onderzocht. Als voor
een onderneming een snelle winstgroei wordt vooropgezet kan dat ook het gevolg
zijn van een te groot optimisme bij de analisten of bij het management of ten
koste gaan van een gezond voorraad- en debiteurenbeheer. Dat kan een negatieve
impact hebben op de inkomsten van het bedrijf en dus ook op de koers van het
aandeel.
Hoe gebruiken ?
Uit wat vooraf gaat blijkt duidelijk dat de P/E, hoe populair die als
parameter ook is omwille van het gebruiksgemak, omzichtig moet worden veranderd.
Als u hebt belegd in een aandelenfonds kan het nuttig zijn om u te informeren
over het gemiddelde P/E-niveau van dit fonds : als het hoger ligt dan het
marktgemiddelde voor een geografisch gespreid fonds of dan het sectorgemiddelde
voor een sectoraal gespreid fonds, vraagt u best aan uw beheerder wat daar de
oorzaak van is. Kiest de beheerder voor een voorzichtige strategie met weinig
risico's of kent hij daarentegen te veel gewicht toe aan aandelen die te duur
zijn ? Belegt u in individuele aandelen, dan moet de P/E het begin vormen van uw
analyse en niet het einde. Gebruik deze indicator om u de juiste vragen te
stellen inzake het financiële, operationele en strategische profiel van het
bedrijf in vergelijking met zijn markt en zijn sector. Na een dergelijk
onderzoek zult u beter in staat zijn om de betekenis van de P/E te relativeren
ten opzichte van het risico en de relatieve duurte van het aandeel. Valt er dan
geen enkele conclusie te trekken ? Alleen dat alvast op empirische basis is
vastgesteld dat aandelen met een lage P/E over een langere periode gemiddeld
beter presteren dan de andere. U moet u er echter voor hoeden om in de hoop op
hogere rendementen onverantwoorde risico's te nemen.
In de methodologie die we bij Budget Week hanteren, houden we met
verschillende criteria rekening. De P/E wordt zeker in aanmerking genomen, maar
gezien de berekenings-en interpretatieproblemen waartoe deze waarde aanleiding
geeft, kennen we er minder gewicht aan toe dan aan andere criteria zoals de
verhouding prijs/boekwaarde van de eigen middelen (stabieler) en de
groeiperspectieven op lange termijn.

|