|

Wat leren de dividenden ons over aandelen ?
|
De beurzen konden zich in augustus wat herstellen van
de klappen in juli, maar verloren nadien toch weer veel terrein. De economische
hemel blijft uiterst bewolkt want het herstel komt maar niet op gang en sommige
sectoren kampen met een enorme schuldenlast.
Toch hielden in die moeilijke omstandigheden heel wat ondernemingen vast aan
hun dividenduitkering en van sommige bedrijven kregen de aandeelhouders zelfs
een hoger dividend. Hoe komt dat ? En welke boodschap willen de bedrijven zo aan
de aandeelhouders meegeven ? We proberen de plaats van het dividend in de
bedrijfsstrategie te verduidelijken en duiding te geven bij de manier waarop de
belegger dat moet bekijken.
Dividenden zitten opnieuw in de lift
Ter herinnering herhalen we even dat het dividend dat door een onderneming
wordt betaald het gedeelte van de gerealiseerde winst is dat na de belastingen
wordt uitbetaald aan de aandeelhouders. Hoe hoog het gedeelte van de uitbetaalde
winst is, wordt uitgedrukt door de "pay out", het percentage van de uitgekeerde
winst. Als het bedrijf verlies lijdt of onvoldoende winst heeft gemaakt, dan
kunnen de dividenden uit de reserves worden geput. Hoewel de dividenden deel
uitmaken van de vergoeding voor de aandeelhouders, zijn ze noch op voorhand
gekend, noch gegarandeerd. En dat is meteen waarin ze grondig verschillen van de
intresten die u kunt opstrijken als u obligaties koopt. Dividenden worden
bepaald op basis van de huidige en toekomstige winst van de onderneming en
hangen ook af van de vraag of de onderneming over het nodige geld beschikt om ze
uit te keren.
Terwijl de beursmarkten een echte crisis beleven, maken dividenden een
opgemerkte terugkeer. In de tweede helft van de jaren negentig was er immers
niet meer dan een bescheiden bijrolletje voor ze weggelegd. Vanwaar die ommekeer
? Als gevolg van de financiële schandalen waarin grote groepen, die tot voor
kort nog een onberispelijke reputatie hadden, betrokken raakten, zijn de
beleggers op zoek gegaan naar meer veiligheid en zekerheid, temeer omdat ze zich
niet meer laten paaien door mooie beloftes over snelle meerwaarden.
Het is in die omstandigheden dan ook niet te verwonderen dat aandelen die
regelmatig een dividend uitkeren hun belangstelling wekken. In de uitbetaling
van het dividend zien ze immers een teken dat het bedrijf wel degelijk winst
maakt en den dat de winst geen "papieren" winst is die louter te danken is aan
boekhoudkundige spitsvondigheid. Het beleid inzake de uitkering van de winsten
werpt een duidelijk licht op de kwaliteit van het management, en zeker als het
bedrijf ook in moeilijke economische omstandigheden de aandeelhouders niet in de
kou laat staan. Als het dividend uitzonderlijk hoog is, is het evenwel opletten
geblazen. Dan zit er wellicht een addertje onder het gras. En als het bedrijf er
echt niet goed voor zit, kan het behoud van het dividend ook een negatieve
impact hebben die uiteindelijk een bedreiging vormt voor de koers van het
aandeel.
Evolutie van het dividend
Het dividendbedrag is uiteraard belangrijk omwille van het rendement dat het
oplevert. Dat rendement wordt aangeduid met de term "dividend yield" en is
eigenlijk de verhouding tussen het dividend en de koers. Maar nog belangrijker
is de evolutie van het dividend op lange termijn. We illustreren dat aan de hand
van twee scenario's.
Eerste scenario : hoger dividend
Volgens de signaaltheorie, geeft het management, dat geacht wordt de
zaken van het bedrijf beter te kennen dan de externe waarnemers, via het
dividenduitkeringsbeleid waardevolle informatie aan de markt. Zo zou een
stijging van het dividend erop wijzen dat het management erop vertrouwt dat het
de winst op middellange en lange termijn kan doen toenemen, ook al ligt de winst
lager dan het jaar voordien. Zo kondigde de Franse verzekeringsgroep AXA in
maart 2002 aan dat de resultaten over 2001 80 % slechter waren dan het jaar
voordien, maar ze verhoogde toch het dividend van 0,55 naar 0,65 euro. Dat teken
van vertrouwen in de bekwaamheid om het tij te keren, zorgde ervoor dat de koers
van het aandeel op de dag van de aankondiging van het hogere dividend met 4,08 %
steeg.
Amerikaanse onderzoekers houden er echter een andere mening op na. Volgens
hen wijst de uitkering van een hoger dividend niet op de verwachte verbetering
van de resultaten maar integendeel op het feit dat het bedrijf in een mature
fase zit, die wordt gekenmerkt door het feit dat er steeds minder
investeringsprojecten zijn. Het geld dat niet wordt geïnvesteerd, kan dan worden
uitgekeerd aan de aandeelhouders onder vorm van dividenden. Als men deze recente
theorie mag geloven dan zijn de groeiperspectieven voor deze bedrijven minder
sterk, maar ze houdt ook in dat de risico's, verbonden aan een belegging in dit
bedrijf, iets minder groot zijn. Dat zou impliceren dat de actualisering van de
toekomstige winsten - een methode om een aandeel te waarderen - minder hoog
wordt en dat de koers dus stijgt.
Wij blijven in ieder geval van oordeel dat de uitkering van dividenden een
beter alternatief is dan het op allerlei verschillende manieren gebruiken van de
liquiditeiten waarover een bedrijf beschikt. De jongste gebeurtenissen op de
beurzen hebben duidelijk aangetoond dat het verdelen van het teveel aan
liquiditeiten onder de aandeelhouders nog zo'n slechte zaak niet is. Het is
alleszins beter dan het geld te investeren in megalomane projecten die eigenlijk
aan de rijkdom van de aandeelhouders knagen, of dan er een privévliegtuig mee te
kopen voor de managers of dan het te gebruiken voor het toekennen van leningen
aan het management tegen erg voordelige voorwaarden. Als een onderneming haar
kapitaal kan herbeleggen tegen een hoger rendement dan dat op de
aandelenmarkten, keert ze beter geen dividend uit, maar als ze geen betere
keuzemogelijkheden heeft en expansie, het overnemen van een concurrent of
financiële beleggingen op dat ogenblik geen betere optie zijn, dan is het
uitkeren van een dividend meer dan gerechtvaardigd.
Een plan om eigen aandelen terug in te kopen, zou eventueel een waardig
alternatief kunnen zijn, maar in het huidige beursklimaat, wordt niet bijster op
prijs gesteld door de beleggers, temeer omdat een aankondiging over een
terugkoop niet altijd betekent dat dit ook daadwerkelijk gebeurt. Een terugkoop
van eigen aandelen is ook niet recurrent en dient vaak alleen om de eerdere
uitgifte van nieuwe aandelen voor de kaderleden (stock options) te compenseren.
Het lijkt ons dan ook een minder sterk teken van de kwaliteit van het management
dan de uitbetaling van dividenden, voor zover de pay-out natuurlijk op een
redelijk niveau blijft.
Tweede scenario : een lager dividend
Als een bedrijf het dividendbedrag terugschroeft, is dat een slecht teken,
temeer omdat de toename van de dividenden toch meestal al wordt afgevlakt, om zo
een schoksgewijs dividendverloop te vermijden, omdat dit veel beleggers stoort.
Een lager dividend is in ieder geval een signaal dat wijst op de toekomstige
verlaging van de rendabiliteit. Dat kan bijvoorbeeld te maken hebben met nakende
herstructureringsplannen of met het feit dat er ondoordachte investeringen of
investeringen tegen een veel te hoge prijs werden gedaan, zodat de waarde ervan
in de balans moet worden afgeschreven. Het kan ook wijzen op het feit dat de
financiële structuur van het bedrijf in gevaar is. Zo zagen de financiële
groepen Crédit Suisse en Zurich Financial Services zich onlangs genoodzaakt om
een lager dividend uit te keren als gevolg van heel slechte financiële
resultaten.
Toch willen we erop wijzen dat het ook verantwoord kan zijn om een lager
dividend uit te keren, als daar tegenover staat dat het bedrijf meer investeert.
Alhoewel daar onmiddellijk dient te worden aan toegevoegd dat het niet de
groepen zijn die het meest investeren die hun koersen ook het sterkst zien
stijgen. De jongste gebeurtenissen op de aandelenmarkten hebben aangetoond dat
sommige managers van erg grote bedrijven vaak snel de neiging hebben om
kolossale bedragen te spenderen om een zakenimperium op te bouwen, dat echter
geen aandeelhouderswaarde vertegenwoordigt. Het komt er dan ook op aan het
juiste evenwicht te vinden tussen enerzijds een overschot aan liquiditeiten en
anderzijds een te hoge schuldgraad.
Een bedrijf als Microsoft beschikt over een berg liquiditeiten, die wordt
geraamd op 36 miljard dollar. Bovendien is Microsoft actief op de stilaan in een
mature fase aanbelande informaticamarkt. Volgens ons zou het bedrijf dan ook een
inspanning kunnen doen om aan zijn aandeelhouders een dividend te betalen, ook
al zou dat fiscaal nadelig zijn voor Bill Gates. Dat Berkshire Hathaway, het
investeringsbedrijf van de legendarische investeerder Warren Buffet, geen
dividend uitkeert, wordt echter door de aandeelhouders met de glimlach aanvaard,
want de groep slaagt er bijna elk jaar in om met elke dollar winst die opnieuw
wordt geïnvesteerd een bijkomende dollar aan waarde voor de aandeelhouders te
creëren.
Naar een nieuwe fiscaliteit ?
Uit wat voorafgaat, blijkt duidelijk dat hoe meer een bedrijf vasthoudt aan
zijn liquiditeiten, hoe groter het gevaar is dat het zich laat verleiden tot
beleidsdaden die aandeelhouderswaarde vernietigen. Vandaar dat diverse
specialisten zich hebben gebogen over de vraag hoe ondernemingen ertoe kunnen
worden aangezet om een groter deel van hun winst uit te keren. Amerikaanse
onderzoekers stelden onlangs voor om te sleutelen aan de fiscaliteit en de
uitkering van dividenden fiscaal aftrekbaar te maken. Tot nu toe zijn enkel de
intresten op schulden aftrekbaar, wat het management er soms toe brengt zich wel
heel diep in de schulden te steken - waarbij er zelfs een risico op
faillissement bestaat - of om veel liquiditeiten aan te houden waarmee projecten
worden gefinancierd die uiteindelijk aandeelhouderswaarde vernietigen. Door de
aftrekbaarheid van de dividenden zouden de ondernemingen volgens de onderzoekers
sneller dividenden uitkeren, want als ze dat niet doen, worden ze in feite meer
belast. Bovendien zouden bedrijven die geen dividend uitkeren met een scheef oog
worden bekeken door de aandeelhouders die er wellicht van zouden uitgaan dat de
winst waarmee deze bedrijven pronken alleen "papieren" winst is. De uitbetaling
van een dividend zou dus een teken van vertrouwen zijn in het beheer en in de
resultaten van de onderneming. Dat zou de ondernemingen meteen ook weer
makkelijker toegang bieden tot de kapitaalmarkten en het zou bijdragen tot het
broodnodige serene klimaat.
In ons land is een dergelijke maatregel moeilijk haalbaar aangezien de
meerwaarden (in tegenstelling tot de dividenden) niet worden belast en omwille
van het risico op de verwatering van grote buitenlandse groepen die onze
bedrijven controleren.
Welke aandelen ?
Voor beleggers die op zoek zijn naar duidelijkere en minder riskante
beleggingen kan het, zeker in de huidige context, interessant zijn om hun
portefeuille te diversifiëren met aandelen die worden gekenmerkt door een hoger
dan gemiddeld dividendrendement. U moet er echter wel rekening mee houden dat
indien bedrijven hoge dividenden uitkeren, dat vaak het gevolg is van het feit
dat de koers van hun aandelen minder volatiel is dan gemiddeld en dus minder
sterke pieken en dalen vertoont. Plotse forse koersstijgingen van deze aandelen
moet u met andere woorden niet verwachten. Aandelen van bedrijven die onlangs
een hoger dividend uitkeerden, zoals Axa en BP verdienen volgens ons alvast uw
aandacht. Ook elektriciteitsaandelen bieden traditioneel vrij aardige
dividendrendementen en ze hebben uitzicht op een regelmatige winstgroei die de
uitkering van een hoger dividend mogelijk maakt. Dergelijke aandelen houden
bovendien minder risico's in. Het Franse Suez, het Spaanse Iberdrola en het
Portugese EDP bieden een dividendrendement van respectievelijk 3,2 %, 4,6 % en
6,6 % bruto. De olieaandelen TotalFinaElf, BP en ENI geven voor 2002 uitzicht op
een dividendrendement van respectievelijk 2,9 %, 3 % en 3,4 % en hebben eveneens
een mooi groeipotentieel. In deze tijden die worden gekenmerkt door een lage
rente zijn dat alvast geen onaardige cijfers.
Conclusie
Na jaren een beetje in het verdomhoekje te hebben gestaan, lijken de
dividenden nu opnieuw in de lift te zitten. Het Amerikaanse Philip Morris
bijvoorbeeld, dat er altijd al een voorstander van was om regelmatig een hoger
dividend uit te keren, verhoogde zijn dividend met 10 %. Het lijkt één van de
middelen waartoe ondernemingen hun toevlucht nemen om opnieuw het broodnodige
vertrouwen dan de aandeelhouders te winnen. Maar met een gemiddeld
dividendrendement van 2 % blijven de aandelen uit de S&P 500 - de index die
de aandelenkoersen van de 500 grootste Amerikaanse bedrijven weerspiegelt - nog
ver onder het gemiddelde niveau van 6 % van begin de jaren tachtig. Eén ding is
echter zeker : nu de beursstorm zoveel averij heeft aangericht, lijken de
dividenden wel de reddingsboei waaraan bedrijven, analisten, consultants, banken
en auditkantoren zich vastklampen. Zelf blijft u best met beide voeten op de
grond : weet dat het dividendbeleid interessant een signaal kan zijn, maar niet
het enige criterium waarop u zich mag baseren om een aandeel al dan niet te
kopen.
In België is de roerende voorheffing "liberatoir" : dat betekent dat de
belasting aan de bron wordt geheven en dat u een nettobedrag krijgt. Die
roerende voorheffing bedraagt voor aandelendividenden 25 % en 15 % als u ook
"VV-strips" hebt, die recht geven op verminderde voorheffing. We herinneren er
ook aan dat de meerwaarden niet belast worden, zodat ons land voor
aandelenbeleggingen een fiscaal paradijs is. De dividenden van buitenlandse
aandelen die in België worden geïnd worden zowel onderworpen aan de Belgische
roerende voorheffing als aan de buitenlandse dividendbelasting. Maar aangezien
België met diverse landen de zogenaamde dubbele belastingverdragen heeft
ondertekend, betekent dit dat een gedeelte van de buitenlandse belasting kan
worden gerecupereerd. Dat heeft administratief wel veel voeten in de aarde, maar
soms kan het de moeite zijn. Om te weten welke procedure u daarvoor moet volgen,
is het aangewezen contact op te nemen met het Centraal Taxatiekantoor in Brussel
(02/548.57.61).

|