De site van Budget Week onafhankelijke beleggingsadvies van Test-Aankoop
Zoeken op de site :  

Gedetailleerde fiches
Onze koopwaardige favorieten
Sectorvergelijkingen
Portefeuille Budget Week
Gedetailleerde fiches
Koopwaardige fondsen
Vergelijkende tabellen



 

Is beleggen in groeilanden vandaag nog te rechtvaardigen ?

De aandelen van groeilanden worden gewoonlijk voorgesteld als interessante beleggingsopportuniteiten met heel wat potentieel, maar waaraan een zeer hoog risico verbonden is. De jongste jaren hebben ze teleurstellend gepresteerd. De opeenvolgende economische- en beurscrisissen hebben immers behoorlijk pop het rendement gewogen ?

Betekent dit nu dat men de groeilanden definitief naar de vergeetput moet verbannen ? Wij menen van niet en denken dat ze de aandacht verdienen van alle beleggers, of het nu om doorgewinterde speculanten gaat of om "goede huisvaders".

Beurzen van industrielanden staan te voet

De meeste aandelenbeleggers zijn vandaag de dag compleet het noorden kwijt. Terwijl ze lijdzaam toezien hoe de waarde van hun portefeuille blijft dalen, weten ze echt niet meer waar ze nog de mosterd moeten halen. Het minste wat van de prestaties van de westerse beurzen kan gezegd worden is immers, dat ze de jongste tijd erg teleurstellend waren. In dat verband kunnen beleggers alvast twee grote en belangrijke lessen onthouden.

  1. De bomen groeien niet tot in de hemel.

    Terwijl de voorstanders van de "nieuwe economie" ons amper twee jaar geleden nog voorhielden dat er een aanhoudend sterke economische groei zou zijn met aanzienlijke productiviteitsstijgingen en dat de economische cycli quasi zouden verdwijnen, stellen we nu duidelijk vast dat die droom die de Amerikaanse aandelen - vooral die uit de high-techsector maar ook andere - naar ongekende hoogten stuwde, een…droom zal blijven. De beleggers moesten ondervinden dat risico's nu eenmaal inherent zijn aan aandelen, en ze hebben tevens een kruis moeten maken over duizelingwekkende winstperspectieven. In racetermen kunnen we zeggen dat de economieën in Europa, de Verenigde Staten en Japan te voet gesteld zijn. In die context is het niet verwonderlijk dat de aandelenkoersen in die landen een forse correctie moesten ondergaan. Zonder dat ze volgens ons evenwel al goedkoop geworden zijn.

  2. Welke diversificatie ?

    Beleggers die er in een poging om het risico te beperken zorg hadden voor gedragen om niet al hun eieren in hetzelfde mandje te leggen en zowel Europese als Amerikaanse aandelen kochten, hebben daar geen voordeel mee kunnen doen. Wel integendeel, want aan beide zijden van de Atlantische oceaan hebben de beurzen op dezelfde manier gereageerd. Vroeger was dat nochtans niet altijd het geval. Zo was het in de twintig jaar na de tweede wereldoorlog mogelijk om de risico's te beperken als gevolg van het feit dat er weinig samenhang bestond tussen de westerse beurzen. Maar in periodes met veel economische en financiële opschudding die wereldwijd voor deining zorgt, is er tussen de beurzen wel veel meer samenhang. Dat was bijvoorbeeld het geval tijdens de Grote Depressie in de jaren dertig. De doorgedreven globalisering van de laatste jaren, eerst tussen de Europese landen onderling, later ook tussen Europa en Amerika is natuurlijk niet vreemd aan wat vandaag gebeurt. De high-techsector - informatica en telecom -, die kan beschouwd worden als de voornaamste bron van alle problemen, is van nature erg geglobaliseerd, maar in andere sectoren, zoals bijvoorbeeld de financiële, hebben de Europese bedrijven nogal wat geïnvesteerd in de Verenigde Staten. Meer algemeen gesproken blijft de Europese economie trouwens afhankelijk van de Amerikaanse en van de dollar waarvan de koersschommelingen een grote invloed hebben op de export.

Volgens ons is in een dergelijke context het ogenblik aangebroken om de aandacht voor aandelen van de groeimarkten op te drijven. Sinds 20 jaar al staat het als een paal boven water dat de beleggingsmogelijkheden in die landen ook voor de kleine belegger enorm zijn toegenomen. Azië, Latijns-Amerika, Oost-Europa en Afrika zijn weliswaar nog altijd contreien die meer aan exotische avonturen doen denken dan aan aandelenbeleggingen, maar de ontwikkeling van fondsen van het sicavtype en gesloten fondsen die gespecialiseerd zijn in die regio's heeft er geleidelijk aan voor gezorgd dat ook Jan met de pet een klein gedeelte van zijn spaargeld kan beleggen in aandelen uit die landen. Tot voor kort gebeurden dergelijke beleggingen nog voornamelijk door speculanten of als gevolg van een modefenomeen, zonder dat daar veel rationele elementen aan te pas kwamen. Van oorsprong vertrekkend vanuit nationale beleggingen, had de "goede huisvader" wel de overstap gemaakt naar andere Europese markten en zelfs naar de Amerikaanse, maar hij aarzelde om de stap te zetten naar de groeilanden. En dat is maar goed ook, want tot nu toe hebben beleggingen in die landen, vooral als gevolg van de Aziatische crisis in 1997, de hoog gespannen verwachtingen die men erin had, niet kunnen beantwoorden. Gezien de huidige malaise die op de westerse beurzen heerst, is het echter toch interessant om op een aantal interessante aantrekkingspunten van de groeilanden te wijzen.

Groeilanden, gisteren, vandaag….

Zoals voor alle andere beleggingen is het ook hier van belang zowel te kijken naar het niveau van de koersen als naar het gelopen risico.

  1. Niveau van de koersen.

    Na zeven magere jaren met crisissen in onder meer Azië, Rusland en Argentinië, zijn de koersen van de aandelen uit de groeilanden volgens ons nu aantrekkelijk geprijsd in vergelijking met die van de aandelen uit de westerse landen. Zo ligt de gemiddelde koers/winstverhouding in de groeilanden op 10, terwijl ze in de ontwikkelde landen 18 bedraagt.

  2. Risico's.

    Natuurlijk blijven de aandelen van groeilanden op zich zeer riskant. Er werd weliswaar al een aanvang genomen met economische hervormingen om in de toekomst de kans op aanzienlijke crisissen te vermijden, maar dat belet niet dat de belegger die voor die landen kiest een groter risico loopt dan bij ons, omdat ze nog steeds worden gekenmerkt door een grote politieke en economische onstabiliteit. Maar anderzijds, en dat is toch wel een interessant aspect, blijkt uit de koersevoluties dat de correlatie tussen de beurzen uit die landen en die uit de westerse landen eerder beperkt is. Tussen 1988 en 2000 bijvoorbeeld bedroeg de beurscorrelatiecoëfficiënt tussen de eurozone en de groeilanden slechts 0.65, terwijl die tussen Europa en de Verenigde Staten dicht bij de 0.8 lag. En heel recent is de kloof tussen die beide cijfers nog iets breder geworden. Voorts is het opmerkelijk dat zowel in augustus als in september de volatiliteit op de Europese aandelenmarkten groter was dan die op de groeimarkten. De enige uitzondering daarop was Brazilië, maar dat land zat dan ook volop in de aanloop naar de presidentsverkiezingen. Een en ander betekent dus dat u in het kader van een gediversifieerde portefeuille het globale risico van uw beleggingen kunt verminderen door te beleggen in de groeilanden.

…en morgen ?

Op weg naar de moderniteit hebben nog heel wat economieën van groeilanden nog een flinke achterstand goed te maken op de westerse landen. Om daar een beter zicht op te krijgen, geven we bijvoorbeeld mee dat deze landen 85 % van de wereldbevolking vertegenwoordigen, maar slechts 21 % van de wereldwijde productie. En in 2001 lag de totale beurskapitalisatie van hun markten slechts op 13 % van die van de ontwikkelde landen. Er is dus wel degelijk een mooi groeipotentieel, dat zou moeten worden ondersteund door een gunstigere demografische evolutie - stabilisatie van het aantal geboortes zodat er geleidelijk een grotere massa mensen tegelijk in het beroepsleven staat - dan in de westerse landen waarin door het fenomeen van de vergrijzing een alsmaar groter aantal oudere personen afhankelijk is van de actieve bevolking. Dat volstaat echter niet om het groeipotentieel te concretiseren, noch om aan de aandeelhouders een interessant rendement te kunnen verzekeren. Naast de moeilijk te voorspellen ontwikkeling van de conjunctuur, met name in relatie tot de groei van de wereldeconomie, zien wij toch twee belangrijke trends die normaal de komende jaren de koersen van de aandelen van groeilanden positief zullen beïnvloeden.

  1. De globalisering

    Op wereldvlak blijft de globalisering van het handelsverkeer toenemen. Ondanks de aanslagen van 11 september en het ontstaan in onze regio van een anti- of "anders-globaliseringsbeweging", zijn wij ervan overtuigd dat het niet tot een terugkeer van het protectionisme zal komen, zoals het geval was tussen de beide grote wereldoorlogen van de twintigste eeuw. Ondertussen hebben verschillende studies aangetoond dat het proces van wereldwijde financiële- en handelsuitwisselingen een gunstig effect heeft op de ontwikkeling van de groeilanden die eraan deelnemen. Zo leert een recente studie van de Wereldbank ("Globalisation, Growth en Poverty : Building an Inclusive World Economy", 2002) dat 24 groeilanden, waaronder China, India, Hongarije en Mexico, die hun integratie in de wereldeconomie hebben doen toenemen, in de jaren negentig een gemiddelde economische groei lieten optekenen van 5 %, terwijl dat cijfer in de ontwikkelde landen beperkt bleef tot 2 % en terwijl de activiteit in de niet ontwikkelde landen die buiten het globaliseringsproces bleven gemiddeld zelfs met 1 % daalde. De groeilanden voeren vandaag niet langer in hoofdzaak grondstoffen of landbouwproducten uit, maar wel al voor 80 % producten die vervaardigd zijn in de verwerkende nijverheid . Dat is een gunstige factor voor de ontwikkeling van een middenklasse, die minder arm is en een betere opleiding krijgt, en dus ook voor de interne economische ontwikkeling. Bovendien betekenen de exportkansen over het algemeen een belangrijke motivatie voor de ondernemingen om hun productiviteit te verhogen, want door de confrontatie met de internationale concurrentie worden ze gedwongen selectiever te zijn bij hun investeringen, hun opleiding en de keuze van hun technologie. (Hallward-Driemeier & alii, "Exports and Manufacturing Productivity in East Asia : A comparative Analysis of Firm-Level Data", 2002.

  2. Corporate governance (behoorlijk bestuur)

Na het aan het licht komen van diverse onfrisse praktijken, zoals bij Enron, WorldCom, Vivendi en Arthur Andersen, zijn de Verenigde Staten en Europa volop aan het nadenken over de hervormingen die noodzakelijk zijn om tot betere "corporate governance" te komen. In dat domein staan heel wat groeilanden echter nog in hun kinderschoenen. Waarover gaat het ? De groeilanden stappen met het oog op meer beheersefficiëntie geleidelijk aan over van systemen die gebaseerd zijn op informele relaties - waarin een aantal positieve elementen maar vooral negatieve zoals corruptie en het niet respecteren van de belangen van de minderheidsaandeelhouders - broederlijk naast elkaar leven, naar systemen die beter gereglementeerd zijn. Daarin wordt ook meer aandacht besteed aan de verdediging van de belangen van diegenen die extern kapitaal verstrekken, zoals de aandeelhouders, ook de minderheidsaandeelhouders. Dat heeft aanzienlijke voordelen, waaronder bijvoorbeeld een betere toewijzing van het kapitaal, een vermindering van de kostprijs van het kapitaal en de toegang tot een meer volledige en transparante informatie. Zo leerde een studie van Crédit Lyonnais Securities Asia (2001), gebaseerd op 495 ondernemingen in 25 groeilanden dat er een sterke band bestaat tussen enerzijds de operationele- en beursprestaties van een bedrijf en anderzijds de principes van behoorlijk bestuur. Natuurlijk is ter zake lang nog niet alles zoals het zou moeten zijn, want tussen de aankondiging dat de principes van behoorlijk bestuur worden nageleefd en het in de praktijk toepassen ervan gaapt vaak nog een brede kloof, vooral als gevolg van een gebrek aan wettelijke of reglementaire dwangmaatregelen. Maar toch wordt her en der vooruitgang geboekt. Daardoor is de verwachting gewettigd dat de waardering van de beursmarkten op de groeimarkten op termijn beter zal worden. Deze structurele hervormingen kunnen er bovendien voor zorgen dat de groeilanden en hun ondernemingen een betere weerstand ontwikkelen tegen crisissen. Wat er in Maleisië gebeurde is in dit verband een goed voorbeeld. Uit de studie "Corporate Performance and Governance in Malaysia", Khatri & alii, 09/2002) blijkt bijvoorbeeld dat de Aziatische economische crisis van 197 werd versterkt, en deels zelfs werd veroorzaakt, door de zwakte van de Maleisische ondernemingen in een industriële structuur die werd gekenmerkt door een te nauwe band tussen regering, banken en bedrijven. Kruisparticipaties en een te grote concentratie van het aandeelhouderschap zorgden ervoor dat externe controle zo goed als onbestaande was, zodat ook de promotie van daadwerkelijk efficiënte beheersmethodes in het gedrang kwam. Om een en ander recht te zetten zijn ook in dat land momenteel structurele hervormingen aan de gang.

Welke regio's en welke landen komen in aanmerking ?

Momenteel gaat onze voorkeur uit naar Azië, met uitzondering van Japan natuurlijk en naar Oost-Europa. De wereldwijde conjunctuur was de jongste tijd zeker geen spek naar de bek van de Aziatische landen die vaak sterk exportgericht zijn, maar ondertussen werden er aanzienlijke hervormingen doorgevoerd om de binnenlandse markten aan te wakkeren en op peil te houden. Zuid-Korea, Thailand en Maleisië hebben inzake die hervormingen, met name ten gunste van de KMO, de meeste troeven in handen. In Taiwan, Indonesië, de Filippijnen, Hongkong en China daarentegen zijn er nog verschillende factoren die op enige broosheid wijzen. Met name als gevolg van de perspectieven die de nakende toetreding tot de Europese Unie biedt, vormen ook de Oost-Europese landen een interessante opportuniteit. Uitzonderingen op die regel zijn Polen - dat wordt gekenmerkt door veel politieke spanningen, een impasse inzake de hervormingen, de inmenging van de overheid in de economie en een opvallende vertraging van de economische groei - en Rusland, waar de te grote volatiliteit van de markten, de afhankelijkheid van de roebel van de olieprijs en de alom aanwezige corruptie parten spelen. Latijns-Amerika is volgens ons echter momenteel te mijden, omdat het er structureel ontbreekt aan de nodige belangrijke institutionele en, vooral wettelijke hervormingen en omdat de conjunctuur er ten prooi is aan de aanzienlijke moeilijkheden in Argentinië en Brazilië. En ook in Afrika is er volgens ons voor de belegger voorlopig geen eer te halen, want het continent kampt met een massa structurele problemen, waaronder de weinig productieve landbouw, de zeer lage opleidingsgraad en diverse oorlogen. Een recente studie geeft trouwens aan dat het zelfs in de meest optimistische hypothese weinig waarschijnlijk is dat Afrika de komende twintig jaar economisch gezien een avontuur kan beleven dat vergelijkbaar is met dat van de Aziatische "tijgers" enkele jaren geleden (Berthélemy & Söderling, "Will There Be New Emeriging-market Economies in Africa by the Year 2020 ?", 08/2002).

Hoe in de groeilanden beleggen ?

Voor alle duidelijkheid eerst nog even dit : we raden u niet aan om massaal de westerse beurzen te verlaten en al uw geld in groeilanden te beleggen. In periodes van grote onzekerheid, zoals we er momenteel één beleven, blijft diversificatie het ordewoord. De goede huisvader, kan dus in een aantal fondsen van groeilanden beleggen met zowat 5 % en zeker niet meer dan 10 % van zijn portefeuille. Bij de Aziatische fondsen mag hij volgens ons kiezen voor AWF Asian Equities (AXA Bank) en Interselex New Asia (Fortis). Zoekt hij het dichter bij huis in Oost-Europa, dan mag hij kiezen voor PP EU Convergence Growth Fund (Bank J. Van Breda).

Beleggers die bereid zijn een bijkomend risico te aanvaarden in de hoop op een hoger rendement hebben twee opties :

1. Een groter percentage van hun portefeuille beleggen in aandelenfondsen van groeimarkten;

2. Beleggen in individuele aandelen : In veel gevallen is het voor de individuele westerse belegger weliswaar nog zeer duur, zeer moeilijk en zelfs soms onmogelijk om rechtstreeks aandelen te kopen op de lokale groeimarkten, maar sommige aandelen van die bedrijven zijn ook genoteerd op westerse markten. Zo noteren een aantal aandelen van Indische bedrijven in de Verenigde Staten en een aantal aandelen van ondernemingen uit de Baltische staten in Finland. We merken op dat deze bedrijven, om toegang te krijgen tot de westerse beurzen, vaak striktere regels moeten respecteren dan op hun thuismarkten, met name inzake het verspreiden van voldoende kwaliteitsvolle financiële informatie. Dat is op zich weliswaar een belangrijke filter, die voor de belegger mogelijk catastrofes kan vermijden, maar het risico blijft heel groot en op die manier beleggen is dan ook enkel weggelegd voor de grootste waaghalzen. Om er specifieke aandelen uit te pikken, kunt u in dat geval best eerst eens kijken voor welke aandelen de fondsen kiezen die in deze regio's beleggen. Ook dat is een interessante filter, omdat het uiteindelijk toch professionals zijn die de keuze maken. Verifieer ook of de internetsite van het bedrijf dat u eventueel kiest op zijn minst een behoorlijke presentatie biedt in het Engels met een luik met informatie voor de beleggers - "Investor relations" - waarop u jaarverslagen kunt terugvinden en eventueel ook kwartaalverslagen, contactpersonen, een lijst van analisten die het aandeel volgen, enzovoort. Dat zal u in staat stellen om onder aanvaardbare voorwaarden een minimale financiële analyse uit te voeren. En tot slot : als u voor het eerst aan een dergelijke moeilijke oefening begint, kiest u best voor bankaandelen. Via een bank verhoogt u immers uw kansen om deel te hebben aan de verwachte globale ontwikkeling van het land of de regio, terwijl u ook via het effect van de mini-diversificatie ook enigszins de risico's vermindert.


home boven afdrukken van de pagina