|

Is beleggen in groeilanden vandaag nog te rechtvaardigen ?
|
De aandelen van groeilanden worden gewoonlijk
voorgesteld als interessante beleggingsopportuniteiten met heel wat potentieel,
maar waaraan een zeer hoog risico verbonden is. De jongste jaren hebben ze
teleurstellend gepresteerd. De opeenvolgende economische- en beurscrisissen
hebben immers behoorlijk pop het rendement gewogen ?
Betekent dit nu dat men de groeilanden definitief naar de
vergeetput moet verbannen ? Wij menen van niet en denken dat ze de aandacht
verdienen van alle beleggers, of het nu om doorgewinterde speculanten gaat of om
"goede huisvaders".
Beurzen van industrielanden staan te voet
De meeste aandelenbeleggers zijn vandaag de dag compleet het
noorden kwijt. Terwijl ze lijdzaam toezien hoe de waarde van hun portefeuille
blijft dalen, weten ze echt niet meer waar ze nog de mosterd moeten halen. Het
minste wat van de prestaties van de westerse beurzen kan gezegd worden is
immers, dat ze de jongste tijd erg teleurstellend waren. In dat verband kunnen
beleggers alvast twee grote en belangrijke lessen onthouden.
- De bomen groeien niet tot in de hemel.
Terwijl de voorstanders van de
"nieuwe economie" ons amper twee jaar geleden nog voorhielden dat er een
aanhoudend sterke economische groei zou zijn met aanzienlijke
productiviteitsstijgingen en dat de economische cycli quasi zouden verdwijnen,
stellen we nu duidelijk vast dat die droom die de Amerikaanse aandelen -
vooral die uit de high-techsector maar ook andere - naar ongekende hoogten
stuwde, een…droom zal blijven. De beleggers moesten ondervinden dat risico's
nu eenmaal inherent zijn aan aandelen, en ze hebben tevens een kruis moeten
maken over duizelingwekkende winstperspectieven. In racetermen kunnen we
zeggen dat de economieën in Europa, de Verenigde Staten en Japan te voet
gesteld zijn. In die context is het niet verwonderlijk dat de aandelenkoersen
in die landen een forse correctie moesten ondergaan. Zonder dat ze volgens ons
evenwel al goedkoop geworden zijn.
- Welke diversificatie ?
Beleggers die er in een poging om het
risico te beperken zorg hadden voor gedragen om niet al hun eieren in
hetzelfde mandje te leggen en zowel Europese als Amerikaanse aandelen kochten,
hebben daar geen voordeel mee kunnen doen. Wel integendeel, want aan beide
zijden van de Atlantische oceaan hebben de beurzen op dezelfde manier
gereageerd. Vroeger was dat nochtans niet altijd het geval. Zo was het in de
twintig jaar na de tweede wereldoorlog mogelijk om de risico's te beperken als
gevolg van het feit dat er weinig samenhang bestond tussen de westerse
beurzen. Maar in periodes met veel economische en financiële opschudding die
wereldwijd voor deining zorgt, is er tussen de beurzen wel veel meer
samenhang. Dat was bijvoorbeeld het geval tijdens de Grote Depressie in de
jaren dertig. De doorgedreven globalisering van de laatste jaren, eerst tussen
de Europese landen onderling, later ook tussen Europa en Amerika is natuurlijk
niet vreemd aan wat vandaag gebeurt. De high-techsector - informatica en
telecom -, die kan beschouwd worden als de voornaamste bron van alle
problemen, is van nature erg geglobaliseerd, maar in andere sectoren, zoals
bijvoorbeeld de financiële, hebben de Europese bedrijven nogal wat
geïnvesteerd in de Verenigde Staten. Meer algemeen gesproken blijft de
Europese economie trouwens afhankelijk van de Amerikaanse en van de dollar
waarvan de koersschommelingen een grote invloed hebben op de export.
Volgens ons is in een dergelijke context het ogenblik
aangebroken om de aandacht voor aandelen van de groeimarkten op te drijven.
Sinds 20 jaar al staat het als een paal boven water dat de
beleggingsmogelijkheden in die landen ook voor de kleine belegger enorm zijn
toegenomen. Azië, Latijns-Amerika, Oost-Europa en Afrika zijn weliswaar nog
altijd contreien die meer aan exotische avonturen doen denken dan aan
aandelenbeleggingen, maar de ontwikkeling van fondsen van het sicavtype en
gesloten fondsen die gespecialiseerd zijn in die regio's heeft er geleidelijk
aan voor gezorgd dat ook Jan met de pet een klein gedeelte van zijn spaargeld
kan beleggen in aandelen uit die landen. Tot voor kort gebeurden dergelijke
beleggingen nog voornamelijk door speculanten of als gevolg van een
modefenomeen, zonder dat daar veel rationele elementen aan te pas kwamen. Van
oorsprong vertrekkend vanuit nationale beleggingen, had de "goede huisvader" wel
de overstap gemaakt naar andere Europese markten en zelfs naar de Amerikaanse,
maar hij aarzelde om de stap te zetten naar de groeilanden. En dat is maar goed
ook, want tot nu toe hebben beleggingen in die landen, vooral als gevolg van de
Aziatische crisis in 1997, de hoog gespannen verwachtingen die men erin had,
niet kunnen beantwoorden. Gezien de huidige malaise die op de westerse beurzen
heerst, is het echter toch interessant om op een aantal interessante
aantrekkingspunten van de groeilanden te wijzen.
Groeilanden, gisteren, vandaag….
Zoals voor alle andere beleggingen is het ook hier van belang
zowel te kijken naar het niveau van de koersen als naar het gelopen risico.
- Niveau van de koersen.
Na zeven magere jaren met crisissen in onder meer Azië,
Rusland en Argentinië, zijn de koersen van de aandelen uit de groeilanden
volgens ons nu aantrekkelijk geprijsd in vergelijking met die van de aandelen
uit de westerse landen. Zo ligt de gemiddelde koers/winstverhouding in de
groeilanden op 10, terwijl ze in de ontwikkelde landen 18 bedraagt.
- Risico's.
Natuurlijk blijven de aandelen van groeilanden op zich
zeer riskant. Er werd weliswaar al een aanvang genomen met economische
hervormingen om in de toekomst de kans op aanzienlijke crisissen te vermijden,
maar dat belet niet dat de belegger die voor die landen kiest een groter
risico loopt dan bij ons, omdat ze nog steeds worden gekenmerkt door een grote
politieke en economische onstabiliteit. Maar anderzijds, en dat is toch wel
een interessant aspect, blijkt uit de koersevoluties dat de correlatie tussen
de beurzen uit die landen en die uit de westerse landen eerder beperkt is.
Tussen 1988 en 2000 bijvoorbeeld bedroeg de beurscorrelatiecoëfficiënt tussen
de eurozone en de groeilanden slechts 0.65, terwijl die tussen Europa en de
Verenigde Staten dicht bij de 0.8 lag. En heel recent is de kloof tussen die
beide cijfers nog iets breder geworden. Voorts is het opmerkelijk dat zowel in
augustus als in september de volatiliteit op de Europese aandelenmarkten
groter was dan die op de groeimarkten. De enige uitzondering daarop was
Brazilië, maar dat land zat dan ook volop in de aanloop naar de
presidentsverkiezingen. Een en ander betekent dus dat u in het kader van een
gediversifieerde portefeuille het globale risico van uw beleggingen kunt
verminderen door te beleggen in de groeilanden.
…en morgen ?
Op weg naar de moderniteit hebben nog
heel wat economieën van groeilanden nog een flinke achterstand goed te maken op
de westerse landen. Om daar een beter zicht op te krijgen, geven we bijvoorbeeld
mee dat deze landen 85 % van de wereldbevolking vertegenwoordigen, maar slechts
21 % van de wereldwijde productie. En in 2001 lag de totale beurskapitalisatie
van hun markten slechts op 13 % van die van de ontwikkelde landen. Er is dus wel
degelijk een mooi groeipotentieel, dat zou moeten worden ondersteund door een
gunstigere demografische evolutie - stabilisatie van het aantal geboortes zodat
er geleidelijk een grotere massa mensen tegelijk in het beroepsleven staat - dan
in de westerse landen waarin door het fenomeen van de vergrijzing een alsmaar
groter aantal oudere personen afhankelijk is van de actieve bevolking. Dat
volstaat echter niet om het groeipotentieel te concretiseren, noch om aan de
aandeelhouders een interessant rendement te kunnen verzekeren. Naast de moeilijk
te voorspellen ontwikkeling van de conjunctuur, met name in relatie tot de groei
van de wereldeconomie, zien wij toch twee belangrijke trends die normaal de
komende jaren de koersen van de aandelen van groeilanden positief zullen
beïnvloeden.
- De globalisering
Op wereldvlak blijft de globalisering van het handelsverkeer toenemen.
Ondanks de aanslagen van 11 september en het ontstaan in onze regio van een
anti- of "anders-globaliseringsbeweging", zijn wij ervan overtuigd dat het
niet tot een terugkeer van het protectionisme zal komen, zoals het geval was
tussen de beide grote wereldoorlogen van de twintigste eeuw. Ondertussen
hebben verschillende studies aangetoond dat het proces van wereldwijde
financiële- en handelsuitwisselingen een gunstig effect heeft op de
ontwikkeling van de groeilanden die eraan deelnemen. Zo leert een recente
studie van de Wereldbank ("Globalisation, Growth en Poverty : Building an
Inclusive World Economy", 2002) dat 24 groeilanden, waaronder China, India,
Hongarije en Mexico, die hun integratie in de wereldeconomie hebben doen
toenemen, in de jaren negentig een gemiddelde economische groei lieten
optekenen van 5 %, terwijl dat cijfer in de ontwikkelde landen beperkt bleef
tot 2 % en terwijl de activiteit in de niet ontwikkelde landen die buiten het
globaliseringsproces bleven gemiddeld zelfs met 1 % daalde. De groeilanden
voeren vandaag niet langer in hoofdzaak grondstoffen of landbouwproducten uit,
maar wel al voor 80 % producten die vervaardigd zijn in de verwerkende
nijverheid . Dat is een gunstige factor voor de ontwikkeling van een
middenklasse, die minder arm is en een betere opleiding krijgt, en dus ook
voor de interne economische ontwikkeling. Bovendien betekenen de exportkansen
over het algemeen een belangrijke motivatie voor de ondernemingen om hun
productiviteit te verhogen, want door de confrontatie met de internationale
concurrentie worden ze gedwongen selectiever te zijn bij hun investeringen,
hun opleiding en de keuze van hun technologie. (Hallward-Driemeier & alii,
"Exports and Manufacturing Productivity in East Asia : A comparative Analysis
of Firm-Level Data", 2002.
- Corporate governance (behoorlijk bestuur)
Na het aan het licht komen van diverse onfrisse praktijken,
zoals bij Enron, WorldCom, Vivendi en Arthur Andersen, zijn de Verenigde Staten
en Europa volop aan het nadenken over de hervormingen die noodzakelijk zijn om
tot betere "corporate governance" te komen. In dat domein staan heel wat
groeilanden echter nog in hun kinderschoenen. Waarover gaat het ? De groeilanden
stappen met het oog op meer beheersefficiëntie geleidelijk aan over van systemen
die gebaseerd zijn op informele relaties - waarin een aantal positieve elementen
maar vooral negatieve zoals corruptie en het niet respecteren van de belangen
van de minderheidsaandeelhouders - broederlijk naast elkaar leven, naar systemen
die beter gereglementeerd zijn. Daarin wordt ook meer aandacht besteed aan de
verdediging van de belangen van diegenen die extern kapitaal verstrekken, zoals
de aandeelhouders, ook de minderheidsaandeelhouders. Dat heeft aanzienlijke
voordelen, waaronder bijvoorbeeld een betere toewijzing van het kapitaal, een
vermindering van de kostprijs van het kapitaal en de toegang tot een meer
volledige en transparante informatie. Zo leerde een studie van Crédit Lyonnais
Securities Asia (2001), gebaseerd op 495 ondernemingen in 25 groeilanden dat er
een sterke band bestaat tussen enerzijds de operationele- en beursprestaties van
een bedrijf en anderzijds de principes van behoorlijk bestuur. Natuurlijk is ter
zake lang nog niet alles zoals het zou moeten zijn, want tussen de aankondiging
dat de principes van behoorlijk bestuur worden nageleefd en het in de praktijk
toepassen ervan gaapt vaak nog een brede kloof, vooral als gevolg van een gebrek
aan wettelijke of reglementaire dwangmaatregelen. Maar toch wordt her en der
vooruitgang geboekt. Daardoor is de verwachting gewettigd dat de waardering van
de beursmarkten op de groeimarkten op termijn beter zal worden. Deze structurele
hervormingen kunnen er bovendien voor zorgen dat de groeilanden en hun
ondernemingen een betere weerstand ontwikkelen tegen crisissen. Wat er in
Maleisië gebeurde is in dit verband een goed voorbeeld. Uit de studie "Corporate
Performance and Governance in Malaysia", Khatri & alii, 09/2002) blijkt
bijvoorbeeld dat de Aziatische economische crisis van 197 werd versterkt, en
deels zelfs werd veroorzaakt, door de zwakte van de Maleisische ondernemingen in
een industriële structuur die werd gekenmerkt door een te nauwe band tussen
regering, banken en bedrijven. Kruisparticipaties en een te grote concentratie
van het aandeelhouderschap zorgden ervoor dat externe controle zo goed als
onbestaande was, zodat ook de promotie van daadwerkelijk efficiënte
beheersmethodes in het gedrang kwam. Om een en ander recht te zetten zijn ook in
dat land momenteel structurele hervormingen aan de gang.
Welke regio's en welke landen komen
in aanmerking ?
Momenteel gaat onze voorkeur uit naar
Azië, met uitzondering van Japan natuurlijk en naar Oost-Europa. De wereldwijde
conjunctuur was de jongste tijd zeker geen spek naar de bek van de Aziatische
landen die vaak sterk exportgericht zijn, maar ondertussen werden er
aanzienlijke hervormingen doorgevoerd om de binnenlandse markten aan te wakkeren
en op peil te houden. Zuid-Korea, Thailand en Maleisië hebben inzake die
hervormingen, met name ten gunste van de KMO, de meeste troeven in handen. In
Taiwan, Indonesië, de Filippijnen, Hongkong en China daarentegen zijn er nog
verschillende factoren die op enige broosheid wijzen. Met name als gevolg van de
perspectieven die de nakende toetreding tot de Europese Unie biedt, vormen ook
de Oost-Europese landen een interessante opportuniteit. Uitzonderingen op die
regel zijn Polen - dat wordt gekenmerkt door veel politieke spanningen, een
impasse inzake de hervormingen, de inmenging van de overheid in de economie en
een opvallende vertraging van de economische groei - en Rusland, waar de te
grote volatiliteit van de markten, de afhankelijkheid van de roebel van de
olieprijs en de alom aanwezige corruptie parten spelen. Latijns-Amerika is
volgens ons echter momenteel te mijden, omdat het er structureel ontbreekt aan
de nodige belangrijke institutionele en, vooral wettelijke hervormingen en omdat
de conjunctuur er ten prooi is aan de aanzienlijke moeilijkheden in Argentinië
en Brazilië. En ook in Afrika is er volgens ons voor de belegger voorlopig geen
eer te halen, want het continent kampt met een massa structurele problemen,
waaronder de weinig productieve landbouw, de zeer lage opleidingsgraad en
diverse oorlogen. Een recente studie geeft trouwens aan dat het zelfs in de
meest optimistische hypothese weinig waarschijnlijk is dat Afrika de komende
twintig jaar economisch gezien een avontuur kan beleven dat vergelijkbaar is met
dat van de Aziatische "tijgers" enkele jaren geleden (Berthélemy &
Söderling, "Will There Be New Emeriging-market Economies in Africa by the Year
2020 ?", 08/2002).
Hoe in de groeilanden beleggen ?
Voor alle duidelijkheid eerst nog
even dit : we raden u niet aan om massaal de westerse beurzen te verlaten
en al uw geld in groeilanden te beleggen. In periodes van grote onzekerheid,
zoals we er momenteel één beleven, blijft diversificatie het ordewoord. De goede
huisvader, kan dus in een aantal fondsen van groeilanden beleggen met zowat 5 %
en zeker niet meer dan 10 % van zijn portefeuille. Bij de Aziatische fondsen mag
hij volgens ons kiezen voor AWF Asian Equities (AXA Bank) en
Interselex New Asia (Fortis). Zoekt hij het dichter bij huis in
Oost-Europa, dan mag hij kiezen voor PP EU Convergence Growth Fund (Bank
J. Van Breda).
Beleggers die bereid zijn een
bijkomend risico te aanvaarden in de hoop op een hoger rendement hebben twee
opties :
1. Een groter percentage van hun portefeuille beleggen in
aandelenfondsen van groeimarkten;
2. Beleggen in individuele aandelen : In veel gevallen is het
voor de individuele westerse belegger weliswaar nog zeer duur, zeer moeilijk en
zelfs soms onmogelijk om rechtstreeks aandelen te kopen op de lokale
groeimarkten, maar sommige aandelen van die bedrijven zijn ook genoteerd op
westerse markten. Zo noteren een aantal aandelen van Indische bedrijven in de
Verenigde Staten en een aantal aandelen van ondernemingen uit de Baltische
staten in Finland. We merken op dat deze bedrijven, om toegang te krijgen tot de
westerse beurzen, vaak striktere regels moeten respecteren dan op hun
thuismarkten, met name inzake het verspreiden van voldoende kwaliteitsvolle
financiële informatie. Dat is op zich weliswaar een belangrijke filter, die voor
de belegger mogelijk catastrofes kan vermijden, maar het risico blijft heel
groot en op die manier beleggen is dan ook enkel weggelegd voor de grootste
waaghalzen. Om er specifieke aandelen uit te pikken, kunt u in dat geval best
eerst eens kijken voor welke aandelen de fondsen kiezen die in deze regio's
beleggen. Ook dat is een interessante filter, omdat het uiteindelijk toch
professionals zijn die de keuze maken. Verifieer ook of de internetsite van het
bedrijf dat u eventueel kiest op zijn minst een behoorlijke presentatie biedt in
het Engels met een luik met informatie voor de beleggers - "Investor relations"
- waarop u jaarverslagen kunt terugvinden en eventueel ook kwartaalverslagen,
contactpersonen, een lijst van analisten die het aandeel volgen, enzovoort. Dat
zal u in staat stellen om onder aanvaardbare voorwaarden een minimale financiële
analyse uit te voeren. En tot slot : als u voor het eerst aan een dergelijke
moeilijke oefening begint, kiest u best voor bankaandelen. Via een bank verhoogt
u immers uw kansen om deel te hebben aan de verwachte globale ontwikkeling van
het land of de regio, terwijl u ook via het effect van de mini-diversificatie
ook enigszins de risico's vermindert.

|