|

Welk type belegger bent u ? U en risico ...
|
Na de forse koersdalingen van de voorbije
trimesters staan de aandelenkoersen weer op een niveau dat beleggingen in
aandelen rechtvaardigt. De voorwaarde is wel dat daarbij erg gericht en
selectief wordt tewerk gegaan. Toch blijven veel beleggers nog aarzelen om
(opnieuw) de stap naar de beurs te zetten.
Beleggers die willen natrekken of ze echt bereid
zijn weer aandelen te kopen, moeten absoluut hun beleggersprofiel kennen om te
weten welk risico's ze al dan niet nog bereid zijn om te nemen. Dat
risicoprofiel bepalen is geen sinecure. Hebt u zich bijvoorbeeld al eens
afgevraagd wat het percentage van de koersdalingen is, dat u bereid bent om te
aanvaarden ? Gaat het om 30 %, 40 % of meer dan 50 %. Om u te helpen beter uw
beleggersprofiel te bepalen, staan we hieronder stil bij een aantal aspecten die
verband houden met risico's.
De tandem risico/rendement
Bij elke belegging staat de relatie tussen het
risico en het rendement centraal. Dat geldt zowel voor beleggingen in
aandelen (riskante activa) als in spaarrekeningen of kwaliteitsobligaties
(activa "zonder" risico's). Door riskante activa te kopen, aanvaardt de belegger
dat hij een risico in de hoop dat hij binnen een min of meer afzienbare termijn
een vergoeding zal kunnen opstrijken met een hoger rendement dan dat van de
activa zonder risico. De term "rendement" wordt daarbij gedefinieerd als de som
van de meerwaarden (uitgedrukt in procenten) die worden gerealiseerd bij het
weer verkopen van de activa én het dividendrendement (in % , de verhouding
tussen het dividend en de koers). Als we kijken naar de afgelopen tweehonderd
jaar, dan zien we dat het gemiddelde jaarlijkse rendement van Amerikaanse
aandelen ongeveer 6 % bedroeg, na afhouding van de inflatie. Hoe onzekerder het
rendement is - dat is bijvoorbeeld het geval bij een jonge onderneming die in
nieuwe technologie investeert en slechts over enkele jaren producten zal kunnen
commercialiseren - hoe hoger het risico is. Dat risico wordt gemeten aan de hand
van de volatiliteit van de activa - de koersschommelingen rond het gemiddelde -
die zich vertalen in een koersstijging of een koersdaling.
Welke risico's ?
Er zijn heel wat verschillende risicofactoren. We
noemen er hier drie op die regelmatig in het brandpunt van de belangstelling
staan.
1. Zakelijke risico's : een onderneming kan
tijdens haar bestaan hoogtes (verbetering van de rendabiliteit, ontdekking van
een nieuw patent,…) en laagtes (mislukken van de strategie, explosieve toename
van de schuldgraad,…) meemaken die een rechtstreekse invloed hebben op de
aandelenkoers, zowel op korte als op lange termijn. In het slechtste geval leidt
zo'n moeilijke periode tot het faillissement en dan blijven de aandeelhouders
achter met effecten zonder waarde.
2. Marktrisico's : wat ook de kwaliteit is
van de resultaten van een onderneming, haar aandelen zijn niet immuun voor een
algemene koersdaling op de markten. Om te meten in welke mate een aandeel
gevoelig is voor de marktschommelingen, gebruikt men de zogenaamde Bêta.
Deze coëfficiënt drukt het bestaande verband uit tussen de koersevolutie van
een aandeel en die van de referentieindex van dat aandeel. Een Bêta-coëfficiënt
van meer dan 1, geeft aan dat een aandeel heel gevoelig is voor de
marktbewegingen - en ze versterkt weergeeft -, een cijfer 1 geeft aan dat het
aandeel voor dat aspect neutraal is en een Bêta van minder dan 1 wijst erop dat
het aandeel minder gevoelig is dan zijn referentieindex. Dit marktrisico heeft
veel te maken met de evolutie van de rente. Een verhoging van de intrestvoeten
heeft over het algemeen een negatieve impact op de koers van de aandelen. Ze
maakt immers de kost voor de financiering van de onderneming duurder en ze doet
het actualiseringscijfer voor de toekomstige dividenden - een methode die vaak
wordt gebruikt door de beleggers om de prijs van een aandeel te bepalen -
toenemen.
3. Politieke risico's : een veranderde
wetgeving, oorlogsdreiging, aanslagen tegen oliebronnen,…het zijn allemaal zaken
die zich kunnen voordoen en waar de ondernemingen totaal geen vat op hebben.
Maar ze kunnen het zakenleven wel aanzienlijk bemoeilijken en zwaar wegen op de
koersen van de betrokken sectoren.
Bovendien waren we de jongste jaren ook nog
getuige van een ander fenomeen : de druk van sommige investeerders om dadelijk
boter bij de vis te zien en de wil van een aantal managers om snel de koersen te
doen stijgen - soms op basis van wat naderhand veel te optimistische
groeiverwachtingen bleken te zijn - zorgden immers voor een forse toename van de
volatiliteit.
Waarom belangstelling hebben voor volatiele
investeringen ?
Zoals we al aangaven, moet de belegger in de hoop
op een hoger rendement van zijn belegging, een bijkomend risico aanvaarden. Hoe
meer risico's hij neemt, hoe hoger zijn vergoeding zou moeten zijn. Niemand zal
aanvaarden om op dezelfde manier te worden terugbetaald als hij aandelen Nestlé
koopt - een bedrijf met een stabiel profiel dat op een heel voorzichtige en
conservatieve manier wordt geleid - dan als hij aandelen koopt van Vivendi
Universal, een onderneming met heel veel schulden, die volop in een
herstructurering zit en waarvan de toekomst behoorlijk onzeker is.
Historisch gezien zijn aandelen altijd de best
presterende beleggingen geweest : ze haalden immers steeds een hoger rendement
dan obligaties en spaarrekeningen. Dat belet niet dat aandelen soms gedurende
een bepaalde periode heel zwak kunnen presteren. Die periode kan van korte duur
zijn, maar ook van lange duur, zoals de toestand in Japan ons momentele leert.
Daar staat tegenover dat aandelen ook een stuk riskanter zijn dan andere
beleggingsinstrumenten.
Welk risico is men bereid om te nemen ?
Bij elke beslissing over zijn beleggingen moeten
de spaarder voortdurend redeneren in termen van rendement en risico. "Moet ik op
de beurs beleggen en het risico lopen dat ik minder terugkrijg dan ik inleg maar
ook met de mogelijkheid om een aanzienlijke meerwaarde te boeken ?" "Of laat ik
de beurs beter links liggen, zodat ik geen risico loop op zware verliezen, maar
ook geen kans heb op fraaie winsten ?". Dat zijn de vragen die permanent
terugkeren. Uiteindelijk is het antwoord voor elke belegger anders, want
iedereen moet voor zichzelf uitmaken welke risico's hij, op basis van zijn
behoeften aan baar geld, bereid is om te nemen.
We bekijken dit nog even nader aan de hand
van twee fundamentele vragen.
1. Welk reëel risico ben ik bereid om te nemen ?
Ben ik bereid om eventueel heel mijn inleg te verliezen ? Als ik mijn hele inleg
verlies, zal dat dan mijn levensstijl veranderen en de financiering van de
studies van mijn kinderen in gevaar brengen ? Het antwoord daarop hangt
natuurlijk af van ieders persoonlijke rijkdom. Een bedrag van 5.000 euro
beleggen is voor iemand die 250.000 euro bezit niet hetzelfde als voor iemand
die slechts 25.000 euro bezit. We herhalen in dit verband nog eens een
basisregel voor elke belegging in aandelen : beleg enkel geld dat u niet binnen
afzienbare tijd nodig hebt en houd steeds voor ogen dat u, naarmate u uw
aandelen langer bijhoudt, beter in staat bent om tijdelijke koersschommelingen
te weerstaan.
2. Ben ik eerlijk met mezelf ? Als u eenmaal uw
risicoprofiel hebt bepaald, moet u echt nog eens in uw hart kijken en u afvragen
of u niet te optimistisch bent geweest. In de praktijk blijkt immers dat
beleggers meestal hun aversie voor risico's onderschatten. Ze denken met andere
woorden dat ze beter tegen koersschommelingen bestand zijn dan in werkelijkheid
het geval is. Wie elke dag koortsachtig de koersen van zijn aandelen volgt, en
zich bij de minste koersdaling bijna de haren uit het hoofd rukt, moet van
zichzelf beseffen dat hij extreem risicogevoelig is. Het bouwen van een
risicobuffer is des te belangrijker omdat de meeste beleggers vaak te veel
zelfvertrouwen hebben. Ze zijn er met andere woorden van overtuigd dat ze in
staat zijn om goede beleggingen te realiseren en ze tonen zich in hun analyses
en rond de vraag of ze in staat zullen zijn de verantwoordelijkheid op te nemen
voor de genomen risico's niet voorzichtig genoeg.
Hoe het risiconiveau beperken ?
Het risico mag dan een gegeven zijn waarmee altijd
rekening moet worden gehouden, het kan ook enigszins in de hand worden gehouden.
We herhalen in dat verband drie essentiële principes :
1. Diversificatie. Als in uw
aandelenportefeuille slechts één aandeel zit, zal de waarde van uw
beursbeleggingen helemaal parallel evolueren met de koersbewegingen van dat ene
aandeel. Het is dus aangewezen om in de mate van het mogelijke voldoende te
diversifiëren en te kiezen voor ondernemingen uit verschillende sectoren en die
actief zijn op verschillende markten. Op die manier kunt u profiteren van
koersstijgingen en bent u minder blootgesteld aan de gevaren van koersdalingen.
Tegelijk moet u wel beseffen dat de toenemende economische en financiële
globalisering ervoor zorgt dat de grote wereldbeurzen meer en meer parallel
evolueren. Men spreekt in dit verband van de correlatie tussen de markten.
Vandaar dat algemeen wordt aangenomen dat voor een goede diversificatie een
dertigtal aandelen nodig zijn, terwijl dat tot een tiental jaar geleden nog kon
met zowat vijftien aandelen.
2. Spreiding van de activa. Het is dus erg
belangrijk om de aandelenportefeuille te diversifiëren, maar het is nog
belangrijker om uw beleggingen te spreiden over diverse categorieën van activa :
aandelen, obligaties, termijnrekeningen, vastgoedwaarden… De minder belangrijke
correlatie tussen deze verschillende categorieën en de verschillende
risiconiveaus stellen u in staat om het globale risico van uw portefeuille te
verminderen. Deze strategie is in wezen niet anders dan de beleggingsvertaling
van het bekende gezegde dat men best niet al zijn eieren in hetzelfde mandje
legt. Voor een individuele belegger is ze misschien niet altijd makkelijk om toe
te passen, maar de banken stellen een breed gamma van fondsen voor die zelf al
op een bepaalde manier de beleggingen hebben gespreid. Zo leggen de defensieve
fondsen de nadruk op obligaties, kiezen de neutrale fondsen voor een gelijke
verdeling tussen aandelen- en obligatiebeleggingen en kennen de agressieve
fondsen het meeste gewicht toe aan aandelen.
3. Beleggingshorizon. Dit is misschien wel
de belangrijkste factor bij de bepaling van uw risicoprofiel. Hoeveel tijd hebt
u uw geld zeker niet nodig. Als u het geld voor een lange periode kunt missen -
bijvoorbeeld tien jaar - dan kunt u wellicht een hoger risico aanvaarden en meer
beleggen in aandelen. In het tegenovergestelde geval is het aangewezen minder
gewicht toe te kennen aan aandelen en meer aan vastrentende beleggingen.
Om uw portefeuille op een ideale manier te kunnen
aanpassen aan de evolutie van uw professionele en familiale situatie, is het
aangewezen om regelmatig eens uw houding ten aanzien van risico's te herbekijken
en desgevallend ook de spreiding van de activa en de beleggingshorizon aan te
passen. Maar met die aanpassingen mag ook niet worden overdreven want ze brengen
onvermijdelijk heel wat kosten met zich.
Conclusies
Zelf de verhouding tussen risico en rendement
bepalen en op basis daarvan het portefeuillebeheer optimaliseren blijft voor de
meeste beleggers een moeilijke opdracht. Onze interactieve module HYPERLINK kan
u daarbij helpen. Voorts vindt u in wat wij hierboven hebben besproken een
aantal elementen die u moeten helpen om de gesprekken met uw financiële
tussenpersoon te vergemakkelijken. Wij zijn eveneens van oordeel dat de
professionals uit de bank- en verzekeringswereld slechts een beleggingsproduct
(spaarplan, fonds,…) kunnen verkopen, nadat ze de beleggers hebben ingelicht
over het de aard van die producten (risiconiveau, optimale duur van de
belegging,…). Als ze dat niet doen, aarzel dan niet om zelf naar die
inlichtingen te vragen, om u er zo van te verzekeren dat het wel degelijk om
producten gaat die aan uw behoeften beantwoorden en niet (enkel) aan die van uw
bankier. Nog veel te vaak gebeurt het immers dat financiële tussenpersonen
vooral die producten verkopen die in de mode zijn. Een verwittigd man is er
alvast twee waard !
QUIZ : Bepaal uw risicoprofiel
Om u te
helpen uw risicoprofiel beter te omschrijven, willen u vragen volgende vragen te
beantwoorden.
Kies telkens voor één van de mogelijke antwoorden.
1. De waarde van mijn aandelenportefeuille van
10.000 euro met "blue chips" is in drie weken met 15 % gedaald. Wat doe ik ?
A. Ik verkoop alles tegen om het even welke prijs
en zet het hele bedrag op een spaarrekening
B. Ik verkoop de helft van mijn portefeuille en
koop obligaties.
C. Ik doe niets en wacht tot de storm overgaat.
D. Ik profiteer van de koersdaling om bij te
kopen.
2. Welke omschrijving past het best bij u ?
A. Met een rendement van 2,5 % per jaar, slaap ik
beter. Dat is het belangrijkste.
B. De staat heeft nieuwe obligaties uitgegeven. Ik
wil daarvan profiteren.
C. Ik ontving net 2.500 euro. Welke fondsen worden
aangeraden in Budget Week ?
D. De beurs daalde gisteren met 0,5 %. Ik kijk
snel op internet om de impact daarvan op mijn portefeuille te meten .
3. De aandelenkoersen dalen elke dag, maar mijn
schoonbroer stelt voor om aandelen te kopen van technologymicro.com. Wat doe ik
?
A. Geen sprake van. Dat is op alle niveaus veel te
onzeker. Bovendien is de beurs net als een casino.
B. Ik telefoneer naar Budget Week en vraag om
advies. Ik volg dat advies slechts als ik begrijp wat het bedrijf precies doet
en zeker slechts met een beperkt bedrag.
C. Ik doe het ! Op voorwaarde dat ik niet meer dan
50 % aandelen in mijn portefeuille heb.
D. Ik ga dadelijk naar mijn bank om een
aankooporder door te geven.
4. De beurs is in de eerste plaats
A. Een mysterie voor mij.
B. Een te mijden plaats, want men kan er heel veel
geld verliezen.
C. De meest rationele manier om iets opzij te
leggen voor mijn pensioen. Ik beleg vooral via fondsen.
D. Een plaats om snel te kopen en te verkopen,
eventueel zelfs meerdere keren per dag.
Nu mag u uzelf punten geven. Voor elke keer dat u
A hebt geantwoord, krijgt u 0 punten. De antwoorden B, C, en D leveren
respectievelijk 1, 2 en 3 punten op.
Resultaat
Tussen 0 en 2 : Veiligheid is uw motto. De beste
belegging is een spaarrekening. Beleg enkel in producten zonder risico.
Tussen 3 en 6 : U bent bereid ene heel klein
beetje gematigde risico's te nemen. Defensief profiel.
Tussen 7 en 9 : U wilt aandelen kopen, maar enkel
als u ook obligaties in portefeuille hebt. Neutraal profiel.
Tussen 10 en 12 : U wilt al uw geld beleggen in
aandelen. Op de beurs win je op lange termijn altijd. Dynamisch of agressief
profiel.

|