|

Integratie van de Europese financiële markten : welke voordelen voor de belegger ?
|
Nogal wat Europeanen beschouwen de invoering van de
euro als eenheidsmunt als de apotheose van de Europese economische integratie.
Toch moeten nog andere uitdagingen tot een goed einde worden gebracht indien
Europa een kans wil maken om, zoals op de top van Lissabon in 2000 werd
afgesproken, tegen 2010 uit te groeien tot de meest concurrentiële regio ter
wereld.
Eén van die uitdagingen is
ongetwijfeld een grotere integratie van de financiële diensten. Dat is niet
alleen in het belang van de zakenwereld, maar ook van de kleine beleggers. We
belichten hieronder een aantal elementen van deze problematiek.
Toen de euro een vaste plaats kreeg in de portemonnee van de Europeanen, werd
veel gesproken over de voordelen die de Europese consumenten daar in het
dagelijkse leven van zouden ondervinden, met name als gevolg van de verhoogde
concurrentie en de betere prijzentransparantie die op het oude continent zou
ontstaan. Ondertussen is gebleken dat die verwachtingen terecht waren voor
tastbare goederen zoals wagens of DVD's die men via internet koopt, maar veel
minder voor de diensten, die nochtans goed zijn voor 70 % van het Europese BBP.
Tot die diensten horen ook de financiële diensten en die blijven tot nu toe een
beetje het vijfde wiel aan de wagen van de Europese integratie. Hoewel er
indertijd minder aandacht uitging naar de impact van de ingebruikname van de
euro voor de kleine belegger, waren de verwachtingen ook in dat verband hoog
gespannen. Aangezien de euro het sparen op Europees niveau en meer bepaald de
grensoverschrijdende kapitaalbewegingen vergemakkelijkt, hielp de eenheidsmunt,
zij het nog op een bescheiden manier, het financiële integratieproces van de
eurozone versnellen. Eén en ander kreeg concrete vorm in het Actieplan
Financiële Diensten (ook bekend onder de Engelse naam Financial Services Action
Plan – FSAP), dat de Europese Commissie in mei 1999 voorstelde. In dat plan
staan 42 maatregelen - richtlijnen en andere reglementswijzigingen - met het oog
op het creëren van een eenheidsmarkt inzake financiële dienstverlening tegen
2005. Die moeten ervoor zorgen dat de financiële tussenpersonen en de beleggers
op pan-Europese basis financiële verrichtingen kunnen uitvoeren met elkaar
zonder administratieve drempels en zonder overdreven hoge kosten. In die materie
wordt ondertussen weliswaar continu vooruitgang geboekt, maar er is nog heel wat
werk voor de boeg om het ambitieuze project, waarbij heel wat ingewikkelde zaken
om het hoekje komen kijken, tot een goed einde te brengen.
Hogere versnelling
Een recente studie (1), die gepubliceerd werd in
november 2002, probeerde de economische gevolgen van de integratie van de
Europese financiële markten in cijfers te vertalen. Op basis van nochtans als
conservatief beschouwde hypotheses zouden de positieve gevolgen niet te
versmaden zijn : over een periode van 10 jaar zou het Europese BBP met 1,1%
toenemen. Dat zou overeenstemmen met een totale groei met 130 miljard euro,
uitgedrukt in de prijzen van 2002 of met een BBP per inwoner van meer dan 350
euro. De bedrijfsinvesteringen en de privéconsumptie van hun kant zouden
respectievelijk met 6 % en met 0,8 % stijgen. En ook de globale werkgelegenheid
zou er met 0,8 % door toenemen.
Beleggers kunnen vruchten plukken van Europese financiële integratie
Ook de Europese beleggers, die op het einde van de jaren negentig in steeds
groteren getale naar de beurs trokken, en ondertussen al drie jaar na elkaar hun
wonden hebben moeten likken, zouden hun pijn wat kunnen verzachten als de
integratie van de Europese financiële markten daadwerkelijk een feit wordt. We
zetten de voornaamste voordelen van zo'n integratie even op een rijtje.
1. Hogere waardering voor de aandelen
- Als het zakenklimaat opnieuw wat aantrekt, mag men redelijkerwijze
verwachten dat de aandelenkoersen, als er zich ondertussen geen spectaculaire
verbeteringen of verslechteringen van de conjunctuur voordoen, zullen worden
ondersteund door de eenmaking van de markten, omdat daardoor de vraag zal
toenemen. Daar komt nog bij dat dank zij de aan de gang zijnde structurele
inspanningen, de rente normaal laag zal blijven. En dat speelt de
aandelenbeleggingen in de kaart. In deze moeilijke tijden met heel forse
koersschommelingen zou een sterkere financiële markt bovendien een sterke
vesting zijn die beter weerstand biedt aan de schokken van buitenaf.
- Wie het heeft over beter geïntegreerde beurzen, spreekt automatisch ook
over meer liquide beurzen. Het aspect "liquiditeit" wordt vaak uit het oog
verloren, maar is daarom niet minder belangrijk. Beleggers die actief zijn op
beurzen waar het aantal transacties beperkt is en/of waar de informatie slecht
circuleert, worden immers niet zelden geconfronteerd met het geven dat hun
aan- of verkooporders tegen nadelige voorwaarden worden uitgevoerd. Het is
logisch dat de beleggers in dat geval rekening houden met de hogere
transactiekosten en dus hogere rendementen verlangen, wat een rem zet op de
koersen. Als deze beperking wordt opgeheven op een bredere en meer liquide
markt, zullen de koersen stijgen. Zo is berekend dat de integratie van de
markten het mogelijk zou maken dat de financieringskost van de ondernemingen
gemiddeld met zowat 0,5 % zou dalen. Dat zou betekent dat de aandeelhouders
hun rendement zien verhogen, zonder dat ze daarvoor mee risico's moeten nemen.
2. Meer keuze
- Voor de "goede huisvader", zou het makkelijker worden om zijn beleggingen
te spreiden. Natuurlijk blijven beleggers sterk nationaal gericht. Zo zal een
Belgische belegger eerder een aandeel als Solvay kopen dan een aandeel van het
Italiaanse ENI of het Duitse Volkswagen. En in de zuiderse landen zoals Italië
en Spanje is het nationaliteitsgevoel bij de beleggers nog veel sterker, maar
ondertussen hebben tal van studies al aangegeven dat een regionale spreiding
van de beleggingen een lonende strategie is. Ook Budget Week bekijkt de
beleggingswereld al lang door een internationale bril en geeft al jaren het
advies om over de muren van de landsgrenzen heen te kijken. Met een
geïntegreerde financiële dienstverlening zal het in ieder geval makkelijker
zijn om in heel Europa te beleggen. De mentaliteit is trouwens al een stuk in
die richting opgeschoven. Financiële raadgevers hebben inzake de samenstelling
van de portefeuille niet langer alleen oog voor typische landgebonden
factoren, maar ook voor pan-Europese sectorale criteria. Dat impliceert meteen
dat ook voor de effectenrekeningen de grenzen vervagen. ! Op te merken valt
ook nog dat de harmonisering van de Europese boekhoudnormen waardoor ieder
bedrijf vanaf 2005 de IAS-normen (International Accounting Standards), moet
hanteren, het makkelijker maakt om de financiële rekeningen van de
ondernemingen met elkaar te vergelijken. Ook dat is een heel belangrijke stap
naar meer internationale beleggingen.
- Risicoaandelen worden beschikbaar voor de liefhebbers ervan. Het
uiteenspatten van de financiële zeepbel rond de technologiebedrijven kwam op
een slecht moment. Het gebeurde immers op het ogenblik dat Europa probeerde om
een nieuwe risicocultuur ingang te doen krijgen bij kandidaat-ondernemers.
Vandaag zijn de beleggers omzeggens allemaal weggevlucht van beurzen zoals de
Easdaq, ondertussen omgedoopt tot Nasdaq Europe en de Nieuwe Markt, die
speciaal bestemd waren voor de groeibedrijven. Om de innovatie te financieren
die levensnoodzakelijk is voor de economische groei, zouden ondernemingen en
beleggers opnieuw de weg naar de beurs moeten vinden. Gefragmenteerde en
weinig liquide markten vormen daarvoor zeker geen oplossing. Er is in Europa
wel degelijk plaats voor een grote beursmarkt voor de groeibedrijven zoals de
Amerikaanse Nasdaq. In dit domein is het trouwens ook nog wachten op een
éénvormige procedure voor de uitgifte van het prospectus bij beursintroducties
en op striktere regels inzake de informatie over die ondernemingen, temeer
omdat ze vaak een speciaal sterk technologisch profiel hebben.
3. Een betere bescherming via de jacht op oneerlijke praktijken
- Een consumentenvereniging als Test-Aankoop heeft er via Budget-Week al
herhaaldelijk op gewezen dat de commerciële praktijken van bepaalde banken
echt soms "op het randje" zijn. Wie heeft immers nog geen reclame ontvangen
voor één of ander financieel product met werkelijk "onklopbare voorwaarden" ?
Of voorstellen gekregen om "vandaag nog in te tekenen" voor een proefperiode,
zonder dat duidelijk is dat men expliciet moet afzeggen als men niet het
gevaar wil lopen dat men niet meer aan de factuur kan ontsnappen ? En door de
snelle ontwikkeling van de technologie krijgen we ook steeds meer te maken met
ongevraagde telefoontjes of mailboodschappen. Op een eengemaakte financiële
markt zal dit soort marketingpraktijken zeer streng worden gecontroleerd en in
bepaalde gevallen zelfs helemaal aan banden worden gelegd.
- Uiteraard was de witteboordencriminaliteit waarvan kleine beleggers het
slachtoffer werden de jongste tijd vooral aan de orde in Wall Street, maar dat
betekent nog niet dat fraudepraktijken op de Europese beurzen niet voorkomen.
Om daar efficiënter tegen op te treden, zouden er op het hele continent
maatregelen moeten worden genomen, en dat is nu onlangs gebeurd. Er komen
strenge straffen voor insider trading - het gebruik dat financiële
specialisten, bedrijfsleiders en bestuurders maken van informatie die niet
voor iedereen toegankelijk is om zich persoonlijk te verrijken - en voor
koersmanipulaties die ontstaan als weinig scrupuleuze analisten leugenachtige
adviezen verstrekken omdat ze bij de zakenwereld op een goed blaadje willen
staan. Al wie in de toekomst nog adviezen wil geven over aandelen, zal moeten
aangeven of hij of zij er zelf bezit en hoeveel.
4. Minder kosten
Er wordt een daling van de kosten verwacht als gevolg van een toegenomen
concurrentie tussen de verschillende beurzen en tussen de financiële
tussenpersonen zoals beursvennootschapen en banken. Nog te vaak profiteren de
grote financiële instellingen er nu immers van dat hun klanten te sterk
afhankelijk zijn van een bepaald aanbod inzake kwaliteit en prijs in een
welbepaald land. Als u al eens aandelen op de beurs hebt gekocht weet u maar
al te goed dat beursoperaties allesbehalve gratis zijn. Natuurlijk heeft de
ingebruikname van de euro er al voor gezorgd dat er geen wisselkosten meer
zijn bij het verhandelen van buitenlandse aandelen die niet op de eigen
nationale beurs noteren, maar de soms hoog oplopende transactiekosten
knabbelen nog steeds flink aan het rendement, zeker voor wie behoorlijk veel
aan- en verkooptransacties laat uitvoeren. Maar normaal gezien zouden die
kosten moeten dalen. Niet alleen als gevolg van de toegenomen concurrentie,
maar ook als gevolg van de integratie van de financiële markten zoals
bijvoorbeeld Euronext en van de oprichting van instellingen die in heel Europa
actief zijn en die dus kunnen genieten van schaalvoordelen, waarvan ze hun
klanten middels een korting op de tarieven, minstens gedeeltelijk mee zouden
moeten van laten profiteren.
In the pocket ?
Wij zijn weliswaar van oordeel dat de integratie van de Europese financiële
markten op lange termijn een onomkeerbaar proces is, maar dat betekent geenszins
dat het allemaal van een leien dakje zal lopen. Hoe complex het allemaal is
blijkt duidelijk uit het feit dat de uniforme Europese regelgeving in de
financiële sfeer eigenlijk al sinds de jaren zeventig op de Europese agenda
staat en dat de tot nu toe geboekte resultaten op zijn minst erg genuanceerd
moeten worden genoemd. Rond de meest gevoelige onderwerpen woeden tegenwoordig
heftige debatten en moeten nog heel wat hinderpalen uit de weg worden geruimd.
Want ook rond dit onderwerp is er wel degelijk sprake van behoorlijke
verschillen tussen de landen onderling. In Frankrijk en Engeland heerst nu
immers éénmaal niet dezelfde beurscultuur, net zo min als in Duitsland en
Portugal. Ieder land probeert dan ook zijn eigen politieke en fiscale belangen
te vrijwaren in de thema's die in dat land het gevoeligst liggen. Zo werden
Duitsland, Oostenrijk en Spanje onlangs nog op de vingers getikt omdat ze
discriminerende fiscale maatregelen hadden uitgevaardigd om het aanbod van
grensoverschrijdende financiële diensten te ontmoedigen.
Wrijvingen
Hieronder houden we bij wijze van voorbeeld twee dossiers tegen het licht,
waarin de Europese landen nog steeds een akkoord proberen te vinden : de
wetgeving in verband met vijandige overnamebiedingen en de frequentie waarmee de
beursgenoteerde ondernemingen financiële resultaten moeten publiceren.
Als er één punt is waarin de lidstaten sterk verschillen dan is het wel
inzake de wetgeving die moet worden toegepast bij vijandige overnamebiedingen,
zij het via een bod in cash, een openbaar bod tot aankoop (OBA) of een openbaar
bod tot omruiling (OBO). Vijandige biedingen zijn min of meer wijd verspreid in
de landen van de Europese Unie en de ondernemingen hebben heel wat mechanismen
opgezet om zich ertegen te beschermen. Eén ervan is het zogenaamde "speciale
aandeel", dat beter bekend is onder zijn Engelse naam "golden share", dat de
lidstaten in staat stelt om zich te verzetten tegen een overname van vroegere
geprivatiseerde overheidsbedrijven. Zo verbieden sommige statuten, zoals die van
Volkswagen, externe aandeelhouders om over meer dan 20 % van de stemrechten te
beschikken. Anderen hanteren dan weer het principe van het meervoudig stemrecht,
waardoor sommige aandeelhouders - meestal de familie van de stichters van het
bedrijf - de meerderheid van de stemrechten in handen hebben zonder dat ze ook
over het daarmee overeenstemmende kapitaal beschikken. In de verschillende
Europese landen heersen andere opvattingen over de manier waarop de regels
moeten worden geharmoniseerd om vijandige overnames - die normaal gezien voor
een forse meerwaarde van het onderliggende aandeel zorgen - makkelijker te
maken. Dat onderwerp ligt erg gevoelig bij de beleggers. Ook omdat de dreiging
met een vijandige overname voor de minderheidsaandeelhouders een onmisbaar
zwaard van Damokles is dat ze achter de hand kunnen houden om een falend
management af te straffen.
De vraag over de frequentie waarmee de resultaten moeten worden
bekendgemaakt, ziet er op het eerste gezicht banaler uit, maar verdeelt even
goed de diverse lidstaten. Zo verzetten de Britten zich tegen de verplichting om
kwartaalresultaten te publiceren omdat het volgens hen te zware kosten met zich
brengt, en bij de managers en beleggers voor hevige aanvallen van
kortetermijnkoorts zorgt, die resulteren in een sterke toename van de
volatiliteit. Volgens ons speelt de publicatie van kwartaalresultaten echter in
de kaart van de beleggers, die altijd op zoek zijn naar bijkomende informatie
die hen bij hun beleggingsbeslissingen kan helpen. Het is in dit verband de taak
van de ondernemingen om de kwaliteit van hun communicatie te verbeteren door
niet alleen aandacht te hebben voor de cijfers, maar ook voor andere factoren
zoals het dividend- en investeringsbeleid en de globale strategie. Dat is heel
wat interessanter dan de aandacht voortdurend te richten op de
winstverwachtingen voor de komende drie maanden. En laten we ook niet vergeten
dat de speculanten in de eerste plaats proberen hun voordeel te doen met
geruchten en ondoorzichtigheid van de informatie en niet met de transparantie
ervan. !
Nog veel werk op de plank
De jongste maanden werd onmiskenbaar veel vooruitgang geboekt op de weg naar
een geïntegreerde Europese financiële markt, maar dat belet niet dat er nog op
een aantal heel belangrijke vragen een antwoord moet worden geformuleerd. De
tijd dringt ! Meer bepaald op de specifieke vragen in verband met de
beursmarkten moet het antwoord er vóór eind dit jaar komen. Gezien de
Amerikaanse financiële sterkte, mag Europa zich bij de realisatie van deze
doelstelling geen misstap veroorloven. Niet alleen de geloofwaardigheid van de
beslissingnemers op het oude continent ligt in de waagschaal, maar ook het
dynamisme van de Europese regio, die nog steeds de ambitie heeft om tegen 2010
de meest concurrentiële economie ter wereld te zijn. Last but not least
willen de beleggers van hun kant graag in klinkende munt kunnen narekenen
hoeveel het ene Europa dat aan hen werd "verkocht" hen nu precies heeft
opgebracht. Dat potentieel hoge bedrag moet ook worden waargemaakt. We hopen dan
ook dat de beleggers niet ontgoocheld zullen worden.
(1) London Economics, « Quantification of the
Macro-Economic Impact of Integration of EU Financial Markets », Final
Report to the European Commission, November 2002.

|