Nogal wat lezers meldden ons dat ze in de publicaties van hun financiële
instellingen lezen over “Investment grade” obligaties. We leggen even uit wat
daar precies mee wordt bedoeld.
|
Zoals u weet moet u bij de aankoop van obligaties het rendement
afwegen tegen andere factoren. Een hoog rendement op zich betekent immers
weinig. Het rendement hangt altijd samen met de risico’s die aan de belegging
verbonden zijn. Hoe hoger de risico’s, hoe hoger het rendement dat de belegger
eist. Bij obligaties hangt het risico af van:
– de looptijd: als u voor lange tijd geld leent, hebt u een minder
duidelijk zicht op de financiële toestand van de uitgever. De zaken draaien nu
misschien goed, maar zal dat over tien jaar ook nog zo zijn ? En de inflatie
heeft momenteel weinig impact op het rendement van obligaties, maar zal dat op
lange termijn ook nog zo zijn. Om de risico’s te compenseren die met deze
onzekerheid samenhangen, bieden obligaties met een langere looptijd in principe
een hoger rendement;
– de munt waarin de obligatie is uitgedrukt: een obligatie in
munten als de Poolse zloty of de Zuid-Afrikaanse rand houdt heel wat meer
risico’s in dan een lening in bijvoorbeeld de Amerikaanse of de Canadese
dollar;
– de solvabiliteit van de uitgever: die kwaliteit hangt af van
de mate waarin een uitgever in staat is het kapitaal terug te betalen en
ondertussen ook coupons uit te betalen. Hoe groter het risico op
niet-terugbetaling, hoe hoger het rendement dat de beleggers zullen eisen.
Het rendement van obligaties hangt samen met risico’s, met name met
het risico dat de uitgever zijn verplichtingen niet zal kunnen nakomen. Geef de
voorkeur aan obligaties van uitgevers met een zeer goede rating, ook al leveren
ze een lager rendement op.
De solvabiliteit van de uitgevers is de moeilijkst te meten
risicofactor. Daarom werden meetinstrumenten ontwikkeld. Dat zijn de ratings.
Die geven aan hoe groot de kans is dat de uitgevers hun verplichtingen zullen
nakomen. Internationale ratingbureaus kennen deze ratings toe. De twee bekendste
ratingbureaus zijn Standard & Poor's (S&P) en Moody's. Ze hebben allebei
een eigen en specifiek quoteringssysteem. Schematisch voorgesteld gaan de
ratings van Aaa (Moody's) en AAA (S&P) voor uitgevers met de grootste
solvabiliteit – hoofdzakelijk staten met gezonde structuren – tot C (Moody's) en
D (S&P), voor uitgevers, waaraan u beter uw geld niet toevertrouwt, omdat de
kans klein is dat u het nog terugziet. De ratings worden regelmatig opnieuw
bekeken en worden zelfs extra nauwlettend in het oog gehouden bij gebeurtenissen
die het risicoprofiel veranderen. Bij bedrijven zijn dergelijke gebeurtenissen
bijvoorbeeld grote investeringen of fusies. In geval er duidelijke of latente
problemen opduiken, kan de rating neerwaarts worden herzien. Als anderzijds
herstructureringsinspanningen lonend blijken te zijn, kan een rating ook opnieuw
worden verhoogd.
Obligaties waarvan men zegt dat ze een “investment grade” rating
hebben, zijn obligaties van uitgevers met een behoorlijk grote solvabiliteit.
Het gaat met andere woorden om obligaties met een “betrouwbare” rating. Concreet
betekent dit dat het gaat om de ratings Aaa, Aa, A en Baa bij Moody’s en de
ratings AAA, AA, A en BBB bij Standard & Poor’s. In onze rubriek “Gewarborgd
Kapitaal” raden we altijd obligaties aan die minstens een rating A hebben,
volgens ons het beste compromis tussen rendement en veiligheid.

|