In economische artikelen wordt vaak verwezen naar het feit dat de
gezinsconsumptie naast de export en de bedrijfsinvesteringen één van de drie
pijlers is van de economie. Hoe komt dat eigenlijk ?
|
 |
Een stevige gezinsconsumptie is inderdaad een groeimotor voor de
economie. Meer consumptie brengt immers een positieve spiraal op gang, want ze
zorgt voor meer activiteit, meer jobs, meer inkomsten voor de werknemers, hogere
bedrijfswinsten en meer inkomsten voor de staat. Naarmate er meer producten
worden verkocht, kan de staat immers ook meer inkomsten innen. Kortom zonder een
sterke privéconsumptie, is het erg moeilijk om een aanhoudende economische groei
te realiseren. Recent hebben onder meer Japan en Duitsland dat aan den lijve
ondervonden. Hoewel beide landen echte exportkampioenen zijn, en dus enorm veel
verkopen in het buitenland, bleef de groei er de jongste tijd toch haperen omdat
de gezinnen de vinger op de knip hielden, zodat de binnenlandse vraag enigszins
achterhop hinkte. Omgekeerd geeft de sterke gezinsconsumptie in de Verenigde
Staten de Amerikaanse economische groei een stevig duwtje in de rug.

|