Ik heb gelelezen dat er sinds 1 januari een taks van 1,1 % geheven
wordt op stortingen voor levensverzekeringen. Heeft die ook betrekkingen op de
stortingen die ik voor mijn pensioen doe en waarvoor ik van een fiscaal voordeel
?
|
In het kader van beleggingen voor uw pensioen geniet u bij twee
levensverzekeringsformules een belastingvermindering: de
pensioenspaarverzekering en de gewone levensverzekering.
– Op de premies die u betaalt voor een
pensioenspaarverzekering moet u geen taks van 1,1 % betalen. Hier
verandert er dus niets. Voor deze premies geldt een maximum dat recht geeft op
een belastingvermindering: in 2006 bedraagt het 800 euro.
De tegenhanger van deze formule is het pensioenspaarfonds, maar
omdat dit geen levensverzekering is, is de taks van 1,1 % hierop niet van
toepassing.
– Uw stortingen voor een gewone levensverzekering zijn daarentegen
wel onderworpen aan de taks van 1,1 %. We bekijken even van dichterbij
welke gevolgen dat heeft, met name voor de berekening van het plafond dat recht
geeft op een fiscaal voordeel.
Het maximumbedrag dat recht geeft op een belastingvermindering bij
een storting in een gewone levensverzekering is voor dit jaar vastgelegd op
1 920 euro. Let echter op! Bij de berekening van de
belastingvermindering houdt de fiscus niet altijd rekening met het totaal van de
betaalde premies. De fiscus houdt rekening met uw netto beroepsinkomsten om te
bepalen welk gedeelte van de premies meetelt in de berekening van de
vermindering. Die vermindering is vastgelegd op 144 euro plus 6 % van
uw netto beroepsinkomsten. Onder netto beroepsinkomsten verstaat de fiscus de
bruto beroepsinkomsten min de sociale lasten en de beroepskosten, ongeacht of
het om forfaitaire of reële kosten gaat. Het maximaal fiscaal aftrekbare bedrag
van 1 920 euro bereikt u wanneer uw netto beroepsinkomsten minstens
29 600 euro bedragen.
Maar dat is nog niet alles, want het bedrag van
1 920 euro houdt ook rekening met uw kapitaalaflossingen van uw
hypothecaire lening en met de premies voor de schuldsaldoverzekering. Dat houdt
in dat het uiteindelijke gestorte bedrag van de gewone levensverzekering dat in
aanmerking komt voor de belastingvermindering verminderd wordt.
Laten we eens uitgaan van de veronderstelling dat in uw geval de
berekening van het plafond van het bedrag waarmee rekening kan worden gehouden
voor een belastingvermindering uitkomt op 1 600 euro. Als u dit bedrag stort
wordt een taks van 17,40 euro afgehouden. Het werkelijk belegde bedrag komt dus
uit 1 582,60 euro. Betekent dit dat u meer moet storten dan het
plafond om dit “verlies” te compenseren ?
Het antwoord daarop is duidelijk : er is niets dat een hogere
storting verbiedt, maar toch is dat niet aangewezen. Meer zelfs, we raden het
af. Voor de belastingvermindering zal de fiscus immers rekening houden met uw
volledige bijdrage, inclusief de taks en de kosten, ten belope van het
toegestande plafond, in dit geval dus 1 600 euro. U hoeft op zich dus eigenlijk
niets bij te storten om dezelfde belastingvermindering te krijgen. Indien u
daarentegen meer stort dan het plafond dat recht geeft op een
belastingvermindering, zal het hoger gestorte bedrag niet alleen geen enkel
recht geven op een belastingvermindering, maar bovendien zal dat bedrag ook
belast worden op het ogenblik dat u 60 jaar wordt. Wat de fiscus u immers met de
ene hand geeft, neemt hij met de andere hand gedeeltelijk terug. Zo heft de
fiscus in het jaar dat u 60 wordt in principe een belasting van 10 % op
alle stortingen die u deed in de producten waarvoor u een belastingvermindering
hebt gevraagd, met inbegrip van de bedragen die hoger lagen dan het plafond en
waarop u geen belastingvermindering hebt gekregen. Die taks heeft meer bepaald
betrekking op de gekapitaliseerde stortingen (zonder winstdeelnemingen) in de
levensverzekering. Vanuit fiscaal oogpunt is het dus niet interessant om meer te
storten dan het plafond.
 |

|