Obligaties worden meestal uitgegeven tegen een prijs die afwijkt van hun
nominale waarde. Ik vraag me af waarop uitgevers eigenlijk hun keuze baseren. En
is dat belangrijk voor de beleggers ?
|
Dat de prijs van genoteerde obligaties niet altijd overeenkomt met
de nominale waarde (zie kader) is redelijk makkelijk te begrijpen omwille van de
diverse factoren (evolutie van de rente, vraag en aanbod,...) die de prijs
beïnvloeden. Maar ook nieuwe obligaties worden zelden uitgegeven tegen hun
nominale waarde. Als een uitgever besluit om een obligatie op de markt te
brengen, bepaalt hij voor eens en voor altijd welke intrest de beleggers die
deze obligatie kopen, zullen krijgen. Maar tussen dat moment en het ogenblik
waarop de obligatie effectief op de markt komt, kunnen zich op de rentemarkt
veranderingen voordoen.
Om concurrentieel en rendabel te blijven, past de uitgever zich nog
aan. De nominale intrest die de belegger krijgt, verandert niet meer maar de
uitgever kan wel spelen met de uitgifteprijs. Als hij een intrest van 4 % heeft
aangekondigd, maar als de rentevoeten lager zijn als de obligatie effectief op
de markt komt, kan hij u iets meer doen betalen, bijvoorbeeld 101 %, omdat zijn
obligatie een hogere rente biedt dan de marktrente op dat moment. Het omgekeerde
kan ook. Als de rente ondertussen wat gestegen is, kan de uitgever zich wat
genereuzer tonen door een uitgifteprijs voor te stellen van bijvoorbeeld 99 % om
u zo te overtuigen de obligatie toch te kopen. Houd dat goed voor ogen als u een
obligatie koopt : niet het niveau van de coupon is wat echt telt, maar wel het
reële rendement, dat rekening houdt met de coupon, maar ook met de
uitgifteprijs. In onze rubriek Spaarwijzer vindt u dan ook altijd het reële
rendement van de obligaties die we bespreken. Maar ook dat is niet
alleenzaligmakend, want u moet ook rekening houden met de munt waarin de
obligatie wordt uitgegeven en de kwaliteit van de uitgever.
Nominale waarde en prijs De prijs van een obligatie wordt
altijd uitgedrukt in een percentage van de nominale waarde ervan. Als u al
materiële effecten in handen hebt gehad, weet u dat de nominale waarde de waarde
is, die is ingeschreven op de mantel van de obligatie. Het kan bijvoorbeeld gaan
om een bedrag van 1 000 euro. Indien de prijs van de obligatie overeenstemt met
de nominale waarde – een prijs van 100 % – dan kunt u ze kopen tegen pari. Maar
dat is erg uitzonderlijk. Meestal verschilt de prijs waartegen u een obligatie
kunt kopen immers van de nominale waarde ervan. Indien de prijs hoger ligt,
spreekt men van een prijs boven pari, en indien de prijs lager is dan de
nominale waarde dan kunt ze kopen onder pari.

|