De site van Budget Week onafhankelijke beleggingsadvies van Test-Aankoop
Zoeken op de site :  

Gedetailleerde fiches
Onze koopwaardige favorieten
Sectorvergelijkingen
Portefeuille Budget Week
Gedetailleerde fiches
Koopwaardige fondsen
Vergelijkende tabellen



 

Bij de informatie rond fondsen zie ik regelmatig een verwijzing naar de risicoklasse met een cijfer en de vermelding “op een schaal van 0 tot 6”. Hoe zit dat eigenlijk in elkaar ?
 

De risicoklasse die uitgevers van fondsen vermelden is gebaseerd op de methodiek van de Belgische vereniging van fondsen BEAMA. Ze heeft te maken het met het feit dat risico meestal wordt geassocieerd met de op- en neerwaartse bewegingen van een belegging, de zogenaamde volatiliteit. Deze wordt berekend via de standaardafwijking. Hoe groter de standaardafwijking, hoe meer van het fonds wordt verwacht dat de waarde ervan zal schommelen. Elk fonds behoort finaal tot een bepaalde klasse.

· De zeven klassen (van 0 – kleinste risico – tot en met 6) worden gedefinieerd door een interval van standaardafwijkingen. In bijgaand tabelletje ziet u tot welke risicoklasse een bepaald soort fondsen meestal behoort en wat daarvoor de standaardafwijking is. Risicoklasse 3 bijvoorbeeld betekent dat het fonds een standaardafwijking heeft tussen 10 en 15 %. Stel dat uw fonds een rendement heeft van zo'n 5 % en een standaardafwijking van 10 %. U mag nu verwachten dat u na een jaar 95 % kans hebt om een rendement te behalen tussen –15 % en +25 %. Er bestaat dus 5 % kans om buiten dit interval te belanden. Om deze waardes te verkrijgen moet u tweemaal de standaardafwijking aftrekken van (of optellen bij) het rendement. Het is geen verrassing dat de obligatiefondsen minder riskant blijken dan de aandelenfondsen.

· De risicoklasse geeft u dus een idee in welke mate de inventariswaarde van een fonds kan schommelen maar blijft een cijfer, waarachter een complexe realiteit schuil gaat. U mag het dus gebruiken als indicatie, maar ook niet meer dan dat. Ook andere criteria zijn belangrijk : de perspectieven voor de regio, de sector en de munt waarin u wilt beleggen, uw beleggingshorizon, uw risicoprofiel en de prestaties van het fonds ten opzichte van zijn referentiemarkt. Ons zusterblad Fondsen & Sicavs plakt geen cijfer op elke risicoklasse, omdat dit, als het uit zijn context wordt gerukt, slecht geïnterpreteerd kan worden. Het kiest voor de volgende risicoklassering : “zeer laag, laag, beperkt, gemiddeld, bovengemiddeld, hoog en zeer hoog”. Het kent ook een beleggingshorizon toe aan elke categorie. Die indicator geeft een idee van de duur die uw geld belegd moet blijven om een te groot risico te vermijden. Zo raadt het blad voor Belgische aandelenfondsen een beleggingshorizon aan van minstens 7 à 10 jaar.

RISICOKLASSE FONDSEN

(1)

Soort

(2)

6

Aandelen: technologie, Turkije, Rusland

>30

5

Aandelen: groeilanden

20-30

4

Aandelen: België, UK, Australië, wereldwijd, VS, Canada, financiële sector

15-20

3

Pensioenfondsen : Agressief ; Gemengd agressief

10-15

2

Gemengd neutraal ; obligaties niet euro

5-10

1

Obligaties: Europa, euro en gekoppeld aan inflatie; gemengd defensief

2,5-5

0

Korte termijn: euro ; obligaties : euro korte termijn

0-2,5

(1) risicoklasse; (2) standaardafwijking in %.

home boven afdrukken van de pagina