De site van Budget Week onafhankelijke beleggingsadvies van Test-Aankoop
Zoeken op de site :  

Gedetailleerde fiches
Onze koopwaardige favorieten
Sectorvergelijkingen
Portefeuille Budget Week
Gedetailleerde fiches
Koopwaardige fondsen
Vergelijkende tabellen




Obligaties

Waarover gaat het ?
Veiligheid
Liquiditeit
Rendement
Kosten
Fiscaliteit
Onze methodologie
Onze selectie
Meer weten over...

Waarover gaat het ?

Een obligatie is een lening. De uitgever van de obligatie leent geld van de houder van het effect. Hij gaat dus een schuld aan die hij moet terugbetalen.

Zijn spaargeld toevertrouwen
Om tot stand te komen, zich te ontwikkelen, te functioneren, te groeien hebben ondernemingen geld nodig. Om te functioneren, te investeren moeten staten en grote instellingen aanzienlijke sommen bijeenbrengen. Om hun rol als financier te kunnen spelen, moeten grote bankinstellingen over voldoende kapitaal beschikken. Iedereen weet dat het geld dat men nodig heeft niet voor het rapen ligt. Maar als men aan het goede adres aanbelt, vindt men wat men zoekt. Ondernemingen en grote instellingen wenden zich veelal tot de beroepsfinanciers, maar ook tot dat deel van het grote publiek dat over een spaarpotje beschikt. Ze proberen de spaarders over te halen om hen een deel van hun spaarcenten toe te vertrouwen in ruil voor een effect : de obligatie . Ze heeft een nominale waarde (prijs van de coupure), een rentevoet en een datum van terugbetaling. Voor een Belgische staatsobligatie (staatsbon) bedraagt de minimale inleg 200 euro, voor andere obligaties meestal 1 000 euro.

De intresten innen
Elke lening heeft een rentevoet. De uitgever van de obligatie die geld van u leent, zal u elk jaar intresten uitkeren. De intrest wordt aangegeven door een rentevoet. Een obligatie die tegen 5,5 % uitgegeven wordt en waarin u 25 000 euro hebt belegd, zal jaarlijks 1 375 euro opbrengen. Aangezien obligaties dikwijls boven of onder pari uitgegeven worden (voor een obligatie die 100 euro waard is, betaalt u in het ene geval bijvoorbeeld 101,5 euro en in het andere 98,75 euro) wijkt het reële rendement meestal lichtjes af van de aangekondigde rentevoet.

Zijn kapitaal recupereren
Bij de uitgifte wordt de looptijd van de obligatie vastgesteld, m.a.w. er is een vaste vervaldatum. Op die datum, te weten na 2, 3, 5, 7, ….12 jaar of langer, wordt het geleende kapitaal aan de spaarder terugbetaald.

Veiligheid

Ja, een obligatie is een veilige belegging. De uitgever (of emittent) is verplicht om u het kapitaal op de eindvervaldag terug te betalen. Maar een nulrisico bestaat niet.

Faillissement van de uitgever
· Als de financiële situatie van de uitgever verslechtert, kan hij problemen krijgen met het uitkeren van de intresten en zeker met het terugbetalen van het geleende kapitaal. Komt het tot een faillissement, dan wordt het probleem acuut. De curatele zal de schuldeisers uitbetalen in de wettelijke volgorde (de fiscus bijvoorbeeld is een schuldeiser die voorrang heeft) en voor zover er kapitaal voorradig is. De particuliere obligatiehouders komen dikwijls als laatsten aan bod en het is mogelijk dat ze uit de boot vallen.
· Voor obligaties van uitgevers waarvan de kans op een faillissement erg klein is (een staat, een Europese instelling, een zeer grote bank…) is het hiervoor geschetste risico beperkt. Voor emittenten die van bij de aanvang minder garanties bieden, komt een faillissement meestal niet uit de lucht vallen en kan men zich nog vóór de catastrofe van de obligatie ontdoen en zijn geld recupereren. Of ten minst een deel ervan, want elk slecht nieuws over de solvabiliteit van de uitgever doet de koers van de obligatie dalen, dikwijls tot ver onder de 100 %. In de praktijk komt het weinig voor dat obligaties niet terugbetaald worden… op voorwaarde dat men een goede uitgever kiest.
· Kijk uit met uitgevers die zonder duidelijke reden een hoge intrest bieden : die hoge coupon kan het aas zijn waarmee hij u tot een riskante belegging probeert te verleiden.

De risico-indicator : de rating
· Dat een faillissement van de Belgische staat of van de Europese Investeringsbank weinig waarschijnlijk is, lijkt evident. Maar niet iedereen wordt verondersteld op de hoogte te zijn van de financiële gezondheidstoestand van een Zuid-amerikaanse staat, van een Beierse bank of van een autoconstructeur, hoe bekend die ook is. Hoe kan een kleine spaarder weten of hij zij geld aan een betrouwbare emittent toevertrouwt ?
· De rating is een waardering die toegekend wordt door gespecialiseerde internationale instellingen (Standard & Poors, Moody’s) of, in België, door ING, om de solvabiliteit van een uitgever aan te duiden. De ratings gaan van A tot D, waarbij voor elke letter onderverdelingen gemaakt worden. Zolang een uitgever in de A-klasse valt, is zijn solvabiliteit voldoende om hem uw geld toe te vertrouwen. Als men gedurende de looptijd van de obligatie vaststelt dat hij naar categorie B verhuist, is voorzichtigheid geboden. In de C-zone moet u te allen prijze verkopen. Bij D kan de uitgever zijn betalingsverplichtingen niet langer nakomen.
· De ratings worden gepubliceerd in de gespecialiseerde pers of worden meegedeeld door de tussenpersonen die de obligaties verkopen.

De munt : het wisselrisico
Als u belegt in een obligatie in een vreemde munt, vermindert uw kapitaal in waarde bij elke daling van die munt. Als de vreemde munt op de eindvervaldag minder waard is ten opzichte van de euro dan op het ogenblik van de inschrijving, krijgt de belegger niet zijn volledige inleg terug. De munten waarin de geboden rentevoet erg hoog is, houden soms een belangrijk wisselkoersrisico in. Obligaties in die munten kunt u ondanks de hoge rente beter vermijden. De munt is dus van het grootste belang bij de keuze van een obligatie.

De rente-evolutie
· Stel dat u een jaar geleden intekende op een obligatie met een coupon van 5 %. U hebt uw geld echter vroeger dan verwacht nodig en u kunt uw obligatie dus niet houden tot de eindvervaldag. U wilt ze nu verkopen. Maar nieuwe obligaties worden op dit moment bijvoorbeeld tegen 6,5 % uitgegeven. De kans is groot dat de beleggers meer interesse zullen hebben voor die nieuwe obligaties dan die van u die slechts 5 % oplevert. Om een koper voor uw papier te vinden, zult u tevreden moeten zijn met een lagere prijs. Op de financiële markt zal uw obligatie tegen minder dan 100 % noteren. Als u ze verkoopt, zult u slechts 98 of 95 of 93 % van het oorspronkelijk belegde kapitaal recupereren. Als u uw obligatie tot de eindvervaldag houdt, zult u de volle 100 % terugkrijgen, wat ook het rentepeil van dat ogenblik is.
· De invloed van de rentebewegingen op de obligatiekoersen is des te groter naarmate de resterende looptijd langer is.
In weerwil van de mogelijke risico’s, die mits enkele voorzorgsmaatregelen eerder beperkt, zijn, blijven obligaties het aangewezen instrument voor dat deel van uw vermogen dat u risicoloos wilt beleggen. Diversificatie is hoe dan ook een must, zowel op het vlak van de uitgevers, als op dat van de munten.

Liquiditeit

Obligaties van een voldoende bekend uitgever zijn zeer liquide (= vaak verhandeld). Ze kunnen dus makkelijk verhandeld worden.

De secundaire markt
U kunt de obligaties die u bezit tot de eindvervaldag behouden, maar u kunt ze ook op elk moment verkopen.
Obligaties noteren op de beurs of er komt een officieuze notering tot stand die het resultaat is van de contacten tussen tussenpersonen.
De notering van de obligatie, de prijs of de koers waartegen ze verhandeld wordt, hangt af van vraag en aanbod. De belangrijkste factor is de coupon van de obligatie. Is die hoger of lager dan de rentevoet van de nieuwe obligaties die op dat ogenblik uitgegeven worden ? Voorts is er het algemene beursklimaat. Vinden de beleggers aandelen op dat moment te riskant, dan zullen ze eerder voor obligaties opteren, waardoor de koersen stijgen. De koersen van obligaties van uitgevers die in de problemen zitten, zullen dan weer dalen. Over het algemeen wordt voor elke obligatie die voor verkoop wordt aangeboden een koper gevonden. Alleen als de uitgever op de rand van een faillissement staat of zeer weinig bekend is, is het echt moeilijk om een gegadigde te vinden.
Om een bestaande obligatie te kopen of te verkopen, moet u een beroep doen op een tussenpersoon : een bank of een beursvennootschap (de vroegere wisselagenten). Deze tussenpersoon kan de vergoeding voor zijn tussenkomst verrekenen in de koers die hij u voorstelt, wat verklaart waarom de koers van dezelfde obligatie op hetzelfde moment kan verschillen van de ene tussenpersoon tot de andere. Het kan daarom nuttig zijn om de geboden koersen op voorhand te vergelijken.
Voor elke obligatie die vóór de eindvervaldag verhandeld wordt, moet de koper aan de verkoper de intresten betalen die tussen de datum van de vorige coupon en de datum van de transactie verlopen zijn. De koper krijgt de volgende coupon volledig uitbetaald en recupereert zo de verlopen intresten die hij aan de verkoper betaald heeft.
De Financieel Economische Tijd publiceert elke eerste dinsdag van de maand een supplement met de noteringen van een zeer groot aantal obligaties. Voor staatsleningen vindt u elke dag een notering in die krant.
Voor weinig liquide obligaties plaatst u beter een order met limiet. Zo vermijdt u dat uw order tegen een plots ongunstige koers wordt uitgevoerd. Weinig liquide obligaties herkent u onder meer aan de dikwijls grote afwijking tussen de verkopers- en de koperskoers.

Rendement

Het reële rendement van een obligatie is niet noodzakelijk gelijk aan de rentevoet van de coupon.

De intrestvoet

Dat is het belangrijkste element van het rendement. Een belegging van 10 000 euro in een obligatie tegen 5 % levert een jaarlijkse intrest van (10 000 x 5) / 100 = 500 euro.

De uitgifteprijs

Als een uitgever een lening wil plaatsen, geeft hij een rentevoet op. Tussen het ogenblik van de aankondiging en het effectieve moment van de distributie van het effect, kunnen de omstandigheden op de rentemarkt veranderd zijn. Om concurrentieel en tegelijk winstgevend te blijven moet de uitgever zijn voorwaarden aanpassen via de uitgifteprijs. Zo kan een obligatie met een aangekondigde intrest van bijvoorbeeld 5 % uitgegeven worden tegen 101 % als het rentepeil ondertussen gedaald is. Diezelfde obligatie kan dan weer tegen 99 % uitgegeven worden als de obligatierente eerder aantrekt. Een uitgifteprijs van 101 % betekent dat u, voor een coupure van bijvoorbeeld 10 000 euro, 10 100 euro zult moeten ophoesten, terwijl u op de eindvervaldag slechts 10 000 euro zult recupereren. Dat verschil heeft invloed op het rendement. Een rente van 5 % op een obligatie die tegen 101 % wordt uitgegeven, komt overeen met een reëel rendement van iets minder dan 5 %.
Van een obligatie die tegen 100 % wordt uitgegeven, zegt men dat ze tegen pari wordt uitgegeven; boven 100 % spreekt men van boven pari, onder 100 %, van onder pari.

De koers

De prijs van een bestaande obligatie die men op de secundaire markt koopt, is ook lager, gelijk aan of hoger dan 100 %. Het rendement wordt op dezelfde manier berekend.

De roerende voorheffing

De intresten van obligaties die in België ofin Luxemburg geïnd worden zijn onderworden aan een fiscale afhouding aan de bron.

Voor het gegeven voorbeeld bedraagt het rendement, rekening houdend met 15 % afhouding : 5 - (5 x15 /100) = 4,25 %. Het rendement van de obligatie komt op 4,03 %.

Die berekeningen zijn geldig voor zover de obligatie wordt behouden tot de eindvervaldag. Wordt ze daarvoor verkocht, dan wordt het reële rendement beïnvloed door de datum van verkoop en de beurskoers waartegen de verkoop gebeurt.

Het reële of actuariële rendement van een obligatie hangt per slot van rekening af van alle elementen die dit instrument kenmerken :

- aankoopprijs, kosten inbegrepen (in %)
- intrest coupon (eventueel na voorheffing)
- resterende looptijd 
- bedrag van de terugbetaling op de eindvervaldag

Kosten

Nieuwe intekeningen
Intekenen op een nieuwe obligatie is gratis (geen beurstaks ).
Voor de materiele levering (tem 31/12/2007) is er ook geen taks , maar eventueel wel leveringskosten voor de bank.
Als u in een vreemde munt belegt, betaalt u uiteraard impliciet wisselkosten, maar die zijn inbegrepen in de koers van de munt ten opzichte van de euro.

Op de secundaire markt
Voor de aan- en verkoop van bestaande obligaties liggen de kosten hoger. Ze bestaan uit een vast recht van 5 euro, een beurstaks van 0,07 %, een noteringsrecht en een makelaarsloon. Deze expliciete kosten worden normaliter op het borderel vermeld. Maar de tussenpersoon kan ook andere kosten aanrekenen die men niet onmiddellijk opmerkt omdat ze in de voorgestelde koers zitten. Dit verklaart onder meer dat men op hetzelfde ogenblik verschillende koersen kan tegenkomen voor dezelfde obligatie. Verschillende tussenpersonen vergelijken kan nuttig zijn. Als men de obligaties materieel geleverd wil hebben (mogelijk tem 31/12/2007) worden bijkomende forfaitaire kosten aangerekend, die van bank tot bank kunnen verschillen. Voor een materiële aankoop op de secundaire markt, betaalt men ook een leveringstaks van 0,6 %. En voor obligaties in vreemde munten ten slotte, zijn er nog de wisselkosten.

Inning van de coupons
Van obligaties die in bewaring gegeven zijn, wordt het bedrag van de coupon op de rekening gestort, normaalgezien zonder kosten. Voor de inning in cash van materiële coupons (tem 31/12/2007), kunnen behoorlijk wat commissies en/of vaste kosten in rekening gebracht worden. Om de minste kosten te betalen, wendt u zich best tot een instelling die “betaalagent ” van uw obligatie is. De naam van alle betaalagenten staat op de achterkant van de mantel van uw obligatie. Maar voor obligaties van buitenlandse uitgevers wordt niet altijd een betaalagent in België aangeduid. Het is niet mogelijk om de betaalagent te kennen op het ogenblik van de intekening. Voor obligaties in vreemde munten worden de intresten normaal gezien onmiddellijk in euro omgezet, met de wisselkosten verrekend in de koers. Wenst u de coupon uitbetaald in de munt van de obligatie, dan moet u dat op voorhand vragen. De kosten liggen in dat geval hoger.

Terugbetaling op de eindvervaldag
Hier gelden dezelfde regels als voor de inning van de coupon.  

Fiscaliteit

Voorheffing op de intresten
Op het ogenblik dat u de intresten int, wordt aan de bron een fiscale heffing gedaan. De Belgische tussenpersoon tot wie u zich wendt, is verplicht deze afhouding te doen en het product ervan aan de fiscus over te maken. Dat is de roerende voorheffing. Die bedraagt momenteel 15 %, behalve voor de obligaties die vóór 1 maart 1990 uitgegeven werden. Daarvoor geldt nog een voorheffing van 25 %.

Een obligatie met een coupon van 5 % zal na voorheffing nog slechts 4,25 % netto opbrengen :
5 % - (5 x 15/100) = 5 - 0,75 = 4,25 %.

De roerende voorheffing is liberatoir. Dat betekent dat het inkomen uit de obligatie niet meer in uw belastingaangifte moet vermeld worden.

En de meerwaarde ?
Het verschil tussen de verkoop- en de aankoopprijs is niet belastbaar.

U betaalt dus geen enkele belasting op de winst die u realiseert als een obligatie die u op de secundaire markt tegen minder dan 100 % kocht op de eindvervaldag tegen 100 % wordt terugbetaald, of als u op de secundaire markt een obligatie verkoopt tegen een hogere koers dan de uitgifte- of aankoopprijs.

In het buitenland
De Europese richtlijn over de fiscaliteit van de spaarinkomsten is op 1 juli 2005 in werking getreed. De intresten van obligaties uitgegeven na 1 maart 2001 die in Luxemburg geïnd worden worden aan een bronheffing onderworpen (15 %, daarna 20 % en ten slotte 35 %). Deze maatregel ontslaat u evenwel niet van de plicht om die inkomsten aan de Belgische fiscus aan te geven.  
Veel beleggers innen hun coupons ook in Nederland. De richtlijn bepaalt dat Nederland de inkomsten uit obligaties die door een Belgische ingezetene geïnd worden aan de Belgische fiscus doorgeeft. De Belgische fiscus zal dan belasting heffen op de aangegeven bedragen.

 

Onze methodologie

Op onze regelmatige opvolging van obligaties en bijgevolg de aankoopadviezen die we geven zitten enkele beperkingen.

Behalve de lanceringen van Belgische staatsbons die wij systematisch bespreken, volgen wij de markt van de euro-obligaties (obligaties die in verschillende landen tegelijk uitgegeven worden, door Belgische of buitenlandse emittenten, in een munt die niet noodzakelijk die is van de uitgever of van het land waar ze aangeboden wordt).

De reden ?

- een uitgebreid gamma en goede kansen op de secundaire markt
- lage kosten in totaal
- ruim beschikbaar bij de Belgische banken en beursvennootschappen

· Wat de converteerbare of warrantobligaties betreft, beperken we ons tot de leningen die betrekking hebben op aandelen die we opvolgen.

· We geven de voorkeur aan obligaties met een vaste uitgifte- en terugbetalingsprijs, waarvan de inrest onveranderd blijft gedurende de overeengekomen looptijd en waarvan de looptijd vaststaat. We hebben het daarom zelden over obligaties met een vlottende rente en we raden geen obligaties met een call of een trekking aan.

· Normaal gezien vermijden we achtergesteldeobligaties, behalve in het geval van uitgevers met een onberispelijke solvabiliteit en/of als de coupon een aanzienlijke premie ter vergoeding van het hogere risico inhoudt.

Onze selectie

Na de algemene selectiecriteria (zie "onze methodologie ") is het de financiële actualiteit die onze concrete aankoopadviezen stuurt.

De munt
Voor welke munt is er momenteel een kans dat ze op termijn stijgt ? Met welke munt maakt u een kans dat u een winst op de wisselkoers realiseert, bovenop de intresten ? Of nog, welke munt zal de komende jaren naar verwachting stabiel blijven, zodat u er zonder of met weinig risico kunt in beleggen ? En ten slotte, welke munt biedt een voldoende hoge rentevoet om het risico van een dalende wisselkoers te compenseren ?
Die munten worden aangeraden voor een belegging in obligaties.
Maar er zijn ook andere vragen. Welke tot nu toe aangeraden munt begint stilaan overgewaardeerd te geraken ? Welke loopt het risico om op termijn te dalen, met verlies op het kapitaal dat men in obligaties in die munt belegde tot gevolg ? Die munten zullen we niet langer voor aankoop aanraden. Desgevallend zullen we aanraden de obligaties in die munt te verkopen.

De looptijd
Als een daling van de rente verwacht wordt, belegt u beter op zo lang mogelijke termijn zodat u zo lang mogelijk van hogere rentevoeten kunt profiteren.
Als men integendeel een rentedaling verwacht, zet u zich best niet voor te lange tijd vast in obligaties met een lagere rentevoet waarvan de koers zal dalen als de rente eenmaal begint aan te trekken. In dat geval belegt u beter in minder lang lopende obligaties.

Het rendement
We geven uiteraard de voorrang aan obligaties met de hoogste intrest en met de voordeligste uitgifteprijs of koers (in het geval dat alle andere criteria gelijk zijn).

De uitgever
Een obligatie in een munt met stijgingspotentieel, met een aantrekkelijk rendement en met een looptijd die in overeenstemming is met wat we op grond van de verwachte rente-evolutie aanraden, maar die gelanceerd wordt door een uitgever die qua solvabiliteit niet volledig safe is, kunnen we niet aanraden. Voor alle leningen die op basis van de eerste drie criteria in aanmerking komen, zullen we dus een nieuwe selectie maken en alleen de voldoende veilige emittenten in aanmerking nemen.

Meer weten over...

 
home boven afdrukken van de pagina