De site van Budget Week onafhankelijke beleggingsadvies van Test-Aankoop
Zoeken op de site :  

Gedetailleerde fiches
Onze koopwaardige favorieten
Sectorvergelijkingen
Portefeuille Budget Week
Gedetailleerde fiches
Koopwaardige fondsen
Vergelijkende tabellen




Fondsen en sicavs

Waarover gaat het ?
Veiligheid
Liquiditeit
Rendement
Kosten
Fiscaliteit
Methodologie en selectie
Meer weten over...

Waarover gaat het ?

Gemeenschappelijke pot

Een beleggingsfonds is een gemeenschappelijke pot, een grote spaarpot waarin publiek geld wordt gespaard. De belegger die zijn geld stopt in een beleggingsfonds ontvangt daarvoor een deelbewijs. Het verzamelde geld wordt belegd in obligaties, aandelen, rekeningen, … of gelijk welk ander type belegging.

Diversificatie

Door via een fonds te beleggen heeft de spaarder het voordeel dat hij kan rekenen op diversificatie vanaf de eerste euro die hij erin stopt. Een fonds, hoe groot of hoe gespecialiseerd het ook is, belegt altijd in meerdere waarden. Dat is zeker meegenomen voor beleggers die niet het kapitaal voorhanden hebben om op eigen houtje hun beleggingen voldoende te spreiden.

Beheer

Beleggers die geen tijd, geen zin of onvoldoende kennis hebben om zelf hun portefeuille te beheren en dus zelf op het juiste moment aandelen te kopen en te verkopen, obligaties te kiezen en te beoordelen, enz. hebben met een fonds de geschikte oplossing vast. Het geld dat in een fonds wordt belegd, is in handen van professionals, die er het beste uithalen aan de hand van goed uitgekozen beleggingen. Fondsen worden beheerd en/of gecommercialiseerd door banken en beursvennootschappen, die ervoor vergoed worden. Ook verzekeringsmaatschappijen bieden contracten aan die gekoppeld zijn aan beleggingsfondsen (zie verder).

Verschillende types

In België zien we bij de gecommercialiseerde beleggingsfondsen een heel groot aantal Beveks, of beleggingsvennootschappen met veranderlijk kapitaal. Ze vallen ofwel onder Belgisch, ofwel onder Luxemburgs recht. We kunnen ze groeperen onder de noemer instellingen voor collectieve belegging (ICB).

Er wordt meer bepaald onderscheid gemaakt tussen de volgende juridische statuten:

. beveks van Belgisch recht
. beveks van Luxemburgs recht
. collectieve beleggingsfondsen (waaronder pensioenspaarfondsen)
. bevak
. privak (private equity bevak)

 

ICB ’s stellen algemeen genomen twee soorten deelbewijzen voor:

Uitkeringsdeelbewijzen
De opbrengsten van het fonds, dwz de winst die wordt gehaald uit de beleggingen waar het fonds voor heeft gekozen, worden verdeeld onder de beleggers. Het gaat hier om het dividend ("divisie" of "verdeling", dus een gedeelte van de totale winst), ook coupon genoemd, want, bij de papieren versie, moet er een couponnetje worden afgescheurd en kan hiermee bij de bank of beursvennootschap het dividend effectief worden opgevraagd. In België wordt deze coupon belast: bij de uitbetaling wordt een roerende voorheffing aan de bron afgehouden.

Kapitalisatiedeelbewijzen
Hierbij wordt de opbrengst, dwz de winst die uit de door het fonds gekozen beleggingen wordt gehaald, niet verdeeld onder de beleggers via een coupon. Ze wordt herbelegd in het fonds. De houders van deelbewijzen halen pas voordeel uit hun beleggingen wanneer ze deelbewijzen van het fonds verkopen. Deze deelbewijzen hebben intussen een meerwaarde gekregen doordat de winst werd herbelegd.

De beleggingsstrategieën die worden gevolgd door fondsen en beveks zijn talrijk en zeer uiteenlopend van aard.

Zonder al te ver in detail te gaan, onderscheiden we de volgende specialisaties:

. aandelen
. obligaties
. gemengde (aandelen + obligaties)
. liquiditeiten (termijnrekeningen, obligaties op einde van de looptijd, …)
. vastgoed
. converteerbare obligaties
. goud
. andere (met kapitaalbescherming, enz.)

Elke specialisatie kan nog eens worden onderverdeeld in subcategorieën: aandelen van een bepaald land, regio, sector, index; obligaties van een bepaalde valuta, van een Staat, van een bepaald type emittenten, van een bepaalde looptijd; liquiditeitsfondsen in één of meerdere valuta; defensieve, neutrale of agressieve gemengde fondsen, wereldwijd gediversifieerd of eerder beperkt van aard; …

Veiligheid

Er is geen garantie dat u het volledige bedrag terugkrijgt dat u in het begin hebt betaald voor de aankoop van deelbewijzen van een fonds (zonder kapitaalbescherming). Alles hangt af van de aard en de evolutie van de beleggingen die het fonds heeft gekozen.

Berekenen van de inventariswaarde

De waarde van een deelbewijs of de inventariswaarde wordt als volgt berekend.

We gaan uit van een fonds met de volgende inhoud:

- 5 000 aandelen "x" die op een bepaalde dag per stuk 200 euro worden geschat, dus in totaal 1 000 000 euro
- 10 000 obligaties "y" van elk 100 euro, samen ook 1 000 000 euro

De totale waarde van het fonds bedraagt 2 000 000 euro.

Die som wordt verdeeld tussen 10 000 aandeelhouders, dus 10 000 deelbewijzen.

Elk deelbewijs is dus 2 000 000 / 10 000 = 200 euro waard.

De inventariswaarde van het fonds is dus 200 euro.

Er worden weliswaar ook verscheidene kosten opgenomen bij de berekening van de inventariswaarde (zie verder).

 

Vraag en aanbod spelen geen rol bij open fondsen

Laten we veronderstellen dat meneer Peeters op een dag één deelbewijs koopt van het betreffende fonds.

De totale waarde van het fonds is dan:

2 000 000 euro + 200 euro van Peeters = 2 000 200 euro.

Maar dan is het aantal deelbewijzen 10 001.

De inventariswaarde bedraagt dus:

2 000 200 / 10 001 = 200 euro.

De inventariswaarde werd dus niet beïnvloed door de toetreding van Peeters.

 

De waarden waar het fonds uit bestaat hebben een rechtstreekse invloed op de evolutie van de inventariswaarde.

Stel dat aandeel "x" op een dag 2 % daalt.

De waarde ervan komt daardoor op 196 euro te staan.

De totale waarde van het fonds ziet er dan als volgt uit:

(5 000 x 196) + 1 000 000 = 1 980 000 euro.

De inventariswaarde bedraagt dan:

1 980 000 / 10 000 = 198 euro.

De inventariswaarde is dus gedaald.

De houder van een deelbewijs die er 200 euro voor heeft betaald en het op die dag heeft verkocht, zou 2 euro verliezen (exclusief kosten, zie verder).

Daarom zijn fondsen (althans de klassieke, dwz zonder "kapitaalbescherming", zie verder) geen veilige belegging.

 

Beleggingen en beheer

Globaal genomen kunnen we zeggen dat sommige fondsen meer risico inhouden dan andere: fondsen die beleggen in opkomende markten, hoogtechnologische bedrijven, exotische valuta, … hebben meer kans op sterke en frequentere schommelingen dan een fonds dat zich richt op staatsobligaties, een grote en een goed gespreide beursindex volgt of steevast enkel in euro belegt.

Toch kunnen ook twee fondsen die er dezelfde beleggingsstrategie op nahouden op verschillende resultaten uitkomen: dit verschil kan te wijten zijn aan het beheer. De kwaliteit van het beheer en/of het risicogehalte van een fonds kan worden geschat op basis van rendementscijfers uit het verleden, waarbij, als het kan, het best wordt gekeken naar een gemiddelde berekend over vele jaren. Met dergelijke historische analyses is er geen echte zekerheid qua toekomstig rendement, maar voor de potentiële belegger zorgen ze toch wel voor een interessante leidraad.

 

Valuta

Het valutarisico van een fonds hangt af van de valuta’s waar het fonds in belegt en niet van de valuta waarin de inventariswaarde wordt aangegeven.

- Een fonds dat enkel in euro belegt loopt geen wisselrisico
- Een fonds dat belegt in schommelende valuta’s, bijvoorbeeld de Zuid-Afrikaanse rand, de Poolse zloty, de Braziliaanse real, … kiest voor een niet te onderschatten wisselrisico. Zelfs indien zijn inventariswaarde in euro wordt uitgedrukt, ondergaat deze de schommelingen van de munten waarin belegd wordt
- Een fonds waarvan de inventariswaarde wordt uitgedrukt in een vreemde munt, Amerikaanse dollar bijvoorbeeld, heeft geen last van wisselrisico gekoppeld aan de dollar:
· Als het belegt in stabiele valuta zal de inventariswaarde weinig invloed ondervinden van wisselkoersschommelingen.
· En als de Amerikaanse dollar daalt, dan zal de inventariswaarde in euro lager zijn, maar zullen de waarden waarin het fonds belegt stijgen ten opzichte van de dollar, zodat de inventariswaarde op die manier terugwint wat elders verloren gaat.

Liquiditeit

Wanneer ?

Voor deelbewijzen van fondsen kunt u dagelijks koop- of verkooporders plaatsen.

Bij open fondsen of beveks is het niet nodig een koper te zoeken als u deelbewijzen wilt verkopen. De bevek geeft deelbewijzen uit (of koopt ze terug) naar gelang van de kooporders (of verkooporders) die er voor die bevek zijn.

Bij gesloten fondsen daarentegen hebben we te maken met transacties op de beurs. De deelbewijzen worden van bij het begin beperkt in aantal. Om er een in handen te krijgen moet u eerst een verkoper zien te vinden.

Waar ?

Theoretisch gezien kan gelijk welk fonds worden gekocht of verkocht bij gelijk welke bank of beursvennootschap. In de praktijk is het wel zo dat de instellingen hun best doen om de klant te richten naar de producten die zij zelf commercialiseren. Voor koop en verkoop van fondsen van de concurrentie mogen ze bijkomende kosten aanrekenen.

En de prijs ?

Niet alle fondsen berekenen dagelijks hun inventariswaarde. Sommige doen dat twee of zelfs maar één keer per week.

Bij open fondsen wordt bij het plaatsen van een koop- of verkooporder de inventariswaarde gehanteerd die eerstvolgend wordt berekend na de datum van het order, dus ten vroegste de waarde van de dag erna.

Bij gesloten fondsen wordt voor de transactie de beurskoers genomen, die gebaseerd is op vraag en aanbod. Die koers kan afwijken van de intrinsieke waarde van het fonds (de werkelijke waarde waarbij rekening wordt gehouden met de waarden waarin het fonds belegt). Als de koers boven de intrinsieke waarde uitkomt, wordt gezegd dat het fonds een premie of agio bereikt. In het omgekeerde geval is er sprake van een korting of discount.

Nakijken

Als u in de pers een inventariswaarde nakijkt, moet u ook letten op de datum waarop ze voor het laatst werd berekend; die datum wordt er normaal gezien bij vermeld.

Rendement

Het geld dat door spaarders wordt toevertrouwd aan een fonds, wordt door de beheerders herbelegd in aandelen, obligaties, rekeningen, … Het resultaat van deze beleggingen zijn dividenden, intresten en meerwaardes. De inkomsten van de beleggingen van het fonds bepalen dus welke winst het behaalt.

Twee fondsen die dezelfde beleggingsstrategie hanteren kunnen toch op een verschillend resultaat uitkomen: dat verschil kan liggen in de kwaliteit van het beheer. Ook de aangerekende kosten bepalen mee het eindrendement. Om te weten te komen of een fonds kan rekenen op een goed beheer en/of het veel risico neemt, kunt u best afgaan op de rendementscijfers die door dat fonds in het verleden werden behaald. Daarbij wordt het best gekeken naar een gemiddelde dat werd berekend over een ruim aantal jaren. Met die historische gegevens hebben we dan misschien nog geen echte garantie voor het rendement in de toekomst, maar als potentiële belegger hebt u ze toch als een nuttige houvast.

 We zien bij fondsen twee grote categorieën: 

 Uitkeringsfondsen
De opbrengsten van het fonds, dwz de winst die wordt gehaald uit de beleggingen waar het fonds voor heeft gekozen, worden verdeeld onder de beleggers. Het gaat hier om het dividend . In België wordt deze coupon belast: bij de uitbetaling wordt een roerende voorheffing aan de bron afgehouden.

 Kapitalisatiefondsen
Hierbij wordt de opbrengst, dwz de winst die uit de door het fonds gekozen beleggingen wordt gehaald, niet verdeeld onder de beleggers. Ze wordt herbelegd in het fonds. De houders van deelbewijzen halen pas voordeel uit hun beleggingen wanneer ze deelbewijzen van het fonds verkopen. Deze deelbewijzen hebben intussen een meerwaarde gekregen doordat de winst werd herbelegd. 

 Hoe kunt u het rendement van een kapitalisatiefonds berekenen ?
Om te weten of een fonds meer of minder heeft opgebracht dan bijvoorbeeld een kasbon of een obligatie, moet u berekenen wat het jaarlijks netto rendement is. Om dit te berekenen hebt u een aantal gegevens nodig:
- de inleg: het totale bedrag in euro dat wordt besteed aan de aankoop van deelbewijzen, kosten inbegrepen
- de eindwaarde: het bedrag dat werd verkregen bij de verkoop (indien nodig omrekenen in euro), met kosten en taksen afgerekend (of anders gezegd: de inventariswaarde van die dag, min de eventuele uitstapkosten, min de beurstaks van 0,5 %.)
- de looptijd: het aantal jaren en maanden (het aantal maanden moet in decimalen worden uitgedrukt; voorbeeld: een looptijd van 7 jaar en zes maanden wordt uitgedrukt als 7,5).

 · Formule:

                              1/looptijd
(Eindwaarde/Inleg)                 - 1

· Voorbeeld:
Er wordt 90 000 euro belegd in een fonds, met de instapkosten (2,5 %) erbij samen goed voor 92 250 euro. Er wordt omgerekend van euro naar Zweedse kroon. Na 7 en een half jaar wordt een bedrag gehaald van 1 387 500 kroon. Als we een koers van 9,25 kroon per euro hanteren, komen we bij een som van 150 000 euro. Er zijn geen uitstapkosten. We trekken er 0,5 % beurstaks af en het netto terugverdiende bedrag is dan 150 000 - 750 = 149 250 euro.

Wat is dan het rendement?
                              1/7,5
(149 250 / 92 250)          - 1  =  0,0663 of 6,63 %

Publicatie
In de financiële pers wordt een jaarrendement gepubliceerd. Dat is het rendement van de afgelopen 12 maanden, gebaseerd op de laatst berekende inventariswaarde. Het gepubliceerde cijfer is dus niet noodzakelijk úw rendement. Het rendement wordt uitgedrukt in de valuta van de inventariswaarde. In wat wij publiceren geven we het rendement weer in euro, er moet dus rekening mee worden gehouden dat de inventariswaarde werd omgerekend in euro. De rendementen op meerdere jaren (3 of 5 jaar) worden steeds op jaarbasis uitgedrukt.  

Kosten

Instapkosten

Wie deelbewijzen van een fonds koopt, moet meestal instapkosten betalen. De hoogte van deze vergoeding is afhankelijk van het beleggingstype. Aandelenfondsen rekenen meer kosten aan dan thesauriefondsen.

In België liggen de instapkosten meestal tussen 2 % en 3 %, maar sommige fondsen kunnen het stellen met 1 of 1,5 %; andere zijn wat gulziger en rekenen tot 5 % aan.

Hoe langer de deelbewijzen worden behouden, hoe meer de instapkosten worden opgevangen.

Liquiditeitsfondsen beleggen op korte termijn (in termijnrekeningen, rekeningen met hoog rendement, obligaties op het einde van de looptijd) en rekenen veel lagere instapkosten aan, meestal 0,1 of 0,2 %.

Daarom, en ook wegens de aard van de beleggingen waar dit type fondsen voor kiest, bieden deze fondsen een alternatief voor beleggers die een product op korte termijn wensen.

Uitstapkosten

In België zijn er bijna geen klassieke fondsen die uitstapkosten aanrekenen. De weinige fondsen die dat toch doen, vragen tot 2,5 %. Enkel de fondsen met kapitaalbescherming rekenen systematisch uittredekosten aan.

Beheerskosten

De beheerskosten van een fonds worden mee betaald door de belegger. De bijdrage die hiervoor wordt aangerekend schommelt tussen de 0,1 en 1,5 %. Deze jaarlijkse kosten worden rechtstreeks van de inventariswaarde afgetrokken. Spaarders moeten er dus geen rekening meer bij houden als ze het rendement berekenen. Als de kosten op jaarbasis worden uitgedrukt, dan worden ze afgehouden telkens de inventariswaarde wordt berekend. Het is dus niet mogelijk er aan te ontsnappen of te proberen "op het goede moment" te kopen of te verkopen en er op die manier zo weinig mogelijk last van te hebben. Hoge beheerskosten hebben op zich een negatief effect op het globale rendement van het fonds.

Materiële levering (tem 31/12/2007)

Als u uw deelbewijzen zelf in materiële vorm wenst te bewaren (als waardepapier), worden u daarvoor extra kosten aangerekend. Soms zijn deze kosten forfaitair en ze hangen af van wat de bank als algemene voorwaarden hanteert. Tekent u in op een fonds bij een bank die zelf het fonds niet promoot, dan zullen de kosten ook hoger liggen (ofwel een forfait, ofwel 0,2 tot 0,5 % van het kapitaal). Verdere details over de leveringskosten zijn verschillend van bank tot bank en staan vermeld in de algemene voorwaarden van elke instelling.

Bewaarkosten

Wanneer deelbewijzen van een fonds van de bank zelf op een effectenrekening worden bewaard, rekent de bank daar doorgaans geen kosten voor aan. Gaat het om een fonds van een andere bank, dan betaalt u jaarlijks bewaarkosten (een forfait + 0,2 tot 0,5 % van de inventariswaarde). Verdere details over de bewaarkosten zijn verschillend van bank tot bank en staan vermeld in de algemene voorwaarden van elke instelling.

Opmerking: over de instapkosten kan onderhandeld worden, afhankelijk van uw relatie met uw kantoor, het bedrag dat u belegt, of er sterke concurrentie is binnen hetzelfde marktsegment, …

Diverse kosten of verborgen kosten

Kosten voor administratie, lancering, publicatie, vergoeding van de bank waar de deelbewijzen van het fonds worden bewaard, enz.

Als we deze kosten verborgen kosten noemen, dan is dat omdat ze op geen enkel rekeninguittreksel worden vermeld. En toch worden ze effectief aangerekend – bovenop de andere kosten – en zijn ze vaak ook vrij hoog: soms het dubbele van de beheerskosten. Een aantal van die kosten zijn vast en wegen zwaar door als het belegde bedrag aan de lage kant is.

TER (TOTAL EXPENSE RATIO)

De totale kostenratio, of in het Engels "total expense ratio" (TER) geeft de kosten van een fonds weer als percentage van de inventariswaarde. Hiermee moet de belegger in één oogopslag kunnen zien welk deel van het rendement van het fonds wordt opgesoupeerd door kosten (álle kosten inbegrepen!) en kan hij het betreffende cijfer vergelijken met dat van de concurrentie.

Bij ons wordt de TER niet zo veel gebruikt. Er bestaat trouwens geen norm waarin het concept duidelijk en in detail wordt gedefinieerd.

Opmerking

In elke prospectus (of die nu volledig of verkort is) moet er een overzicht staan van alle vergoedingen, commissies en kosten die het fonds zelf draagt en die welke aan de belegger worden aangerekend. Naast deze terugkerende kosten moet er ook in worden vermeld en moet er een schatting worden gemaakt van alle overige kosten die aan het fonds verbonden zijn, zoals de vergoeding voor de administratie of voor de personen die instaan voor het dagelijkse beheer (boekhouding, berekenen van de inventariswaarde, …). Voor niet-terugkerende kosten moet er vermeld worden welke vergoedingen, commissies en andere kosten er ten laste zijn van de belegger bij inschrijving, verandering van compartiment of doorverkoop van deelbewijzen.

Naast de tarieven moet in de prospectus ook worden vermeld in welke mate erover kan worden onderhandeld, tenminste als die mogelijkheid bestaat.

Fiscaliteit

De meerwaardetaks op op obligatiefondsen die sinds 1 januari van kracht is, kan mogelijk nog wijzigingen ondergaan. Van zodra we kennis hebben van de definitieve standtpunten van de overheid hierover, zullen we onderstaande informatie aanpassen. In afwachting daarvan vragen wij u ons te verontschuldigen voor het feit dat we de exactheid hiervan niet 100 %kunnen garanderen.

BELGISCHE GEMEENSCHAPPELIJKE BELEGGINGSFONDSEN
Beurstaks
bij aankoop : /
bij verkoop :  /
bij omzetting tussen compartimenten : /
Roerende voorheffing
voor het fonds :
het fonds betaalt voorheffing op verkregen dividenden en intrest
voor de spaarder :
de spaarder betaalt geen voorheffing

BELGISCHE DISTRIBUTIEBEVEKS
Beurstaks

bij aankoop :  /
bij verkoop :  /
bij omzetting tussen compartimenten : /
Roerende voorheffing
voor het fonds : 
het fonds betaalt geen voorheffing, tenzij een deel van de taks op dividenden van uitenlandse aandelen
voor de spaarder : 
de spaarder betaalt 15 % voorheffing op het dividend maar 0% op de eventuele meerwaarde bij verkoop

BELGISCHE KAPITALISATIEBEVEKS
met een Europees paspoort en waarvan minstens 40 % van de portefeuille is belegd in vastrentende beleggingen (uitgezonderd obligaties die zijn uitgegeven vóór 1 maart 2001)
Beurstaks
bij aankoop : /
bij verkoop :   0,5 % ; max. 750 euro .
bij omzetting tussen compartimenten :
0,55 % (idem)
Roerende voorheffing
voor het fonds :
het fonds betaalt geen voorheffing, tenzij een deel van de taks op dividenden van buitenlandse aandelen
voor de spaarder :
Sinds 1 januari 2008 is de totale meerwaarde van uw fondsen belast. Het gaat dus om de intresten uit de vastrentende beleggingen plus de eventuele koersstijging of -daling van de obligaties die uw fonds in portefeuille heeft.

BELGISCHE KAPITALISATIEBEVEKS (andere)
Beurstaks
bij aankoop :  /
bij verkoop  :   0,5 % ; max. 750 euro
bij omzetting tussen compartimenten : 0,5 % (idem)
Roerende voorheffing
voor het fonds :
het fonds betaalt geen voorheffing, tenzij een deel van de taks op dividenden van buitenlandse aandelen
voor de spaarder :
de spaarder betaalt geen voorheffing.

LUXEMBURGSE UITKERINGSBEVEKS
Beurstaks
bij aankoop : /
bij verkoop :  /
bij omzetting tussen compartimenten  : /
Roerende voorheffing
voor het fonds :
het fonds betaalt geen voorheffing op Luxemburgse intrest en op Luxemburgse aandelen, maar betaalt wel volledige,oorheffing op Belgische (25 %) en andere buitenlandse aandelen
voor de spaarder
de spaarder betaalt 25 % voorheffing op het dividend van een compartiment opgericht voor 1 januari 1994, in het andere geval: 15 %. De eventuele meerwaarde bij verkoop wordt niet belast

LUXEMBURGSE KAPITALISATIEBEVEKS
met een Europees paspoort en waarvan minstens 40 % van de portefeuille is belegd in vastrentende beleggingen (uitgezonderd obligaties die zijn uitgegeven vóór 1 maart 2001)
Beurstaks
bij aankoop :  /
bij verkoop :   0,5 % ; max. 750 euro
bij omzetting tussen compartimenten :  0,5 % (idem)
Roerende  voorheffing
voor het fonds :
het fonds betaalt geen voorheffing, tenzij een deel van de taks op dividenden van buitenlandse aandelen
voor de spaarder :
Sinds 1 januari 2008 is de totale meerwaarde van uw fondsen belast. Het gaat dus om de intresten uit de vastrentende beleggingen plus de eventuele koersstijging of -daling van de obligaties die uw fonds in portefeuille heeft.

LUXEMBURGSE KAPITALISATIEBEVEKS (andere)
Beurstaks
bij aankoop :  /
bij verkoop :   0,5 % ; max. 750 euro
bij omzetting tussen compartimenten : 0,5 % (idem)
Roerende voorheffing
voor het fonds :
het fonds betaalt geen voorheffing op Luxemburgse intrest en op Luxemburgse aandelen, maar betaalt wel volledige voorheffing op Belgische (25 %) en andere buitenlandse aandelen
voor de spaarder :  de spaarder betaalt geen voorheffing

KAPITALISATIEFONDSEN MET KAPITAALBESCHERMING
Beurstaks
1,1 % enkel bij verkoop vóór de vervaldag
Roerende voorheffing
15% van de opbrengst van het fonds

Kapitalisatiefondsen met gewaarborgd rendement worden vrijgesteld van belastingen als : 
- ze gekocht werden vóór 7 april 1995
- ze een looptijd hebben van meer dan 8 jaar
- enkel de terugstorting van de inleg wordt gegarandeerd

Methodologie en selectie

Bij het selecteren van fondsen worden best eerst de grote lijnen van de portefeuille uitgezet.

Hierbij kijkt u naar wat u al hebt, de beleggingstermijn die u voor zich hebt en/of het risicogehalte waarvoor u opteert, of u eerder naar aandelenfondsen op zoek bent dan wel naar obligatiefondsen, gemengde, op korte termijn, … ?

Van zodra u weet welke categorieën in aanmerking komen, komt het erop aan binnen elke categorie die producten te vinden die er het interessantst uitzien, dwz die welke het best scoren voor de verhouding risico/prestaties.

Om een klassement te kunnen maken aan de hand van objectieve elementen en cijfers, hebben we een beoordelingsmethode uitgewerkt met de volgende basisprincipes:

- prestaties: als het fonds al lang genoeg bestaat, baseren we ons bij voorkeur op het jaargemiddelde berekend over vijf jaar, omdat we dan beschikken over een gegeven dat slaat op een periode waarvan kan worden aangenomen dat er meerdere algemene beursbewegingen in zijn voorgekomen. De prestaties uit het verleden geven aan hoe goed de beheerder zijn werk doet. Een garantie hebt u echter nooit. In onze lijsten wordt de prestatie-indicator uitgedrukt in sterretjes.

- de samenstelling van de portefeuille van het fonds: u kunt zich gemakkelijk specialiseren in een bepaalde sector, regio of land; maar dan moet u nog weten welke waarden u specifiek gaat kiezen.

Bij het toekennen van de sterretjes houden we rekening met drie criteria:

- het rendement: hoe hoger ten opzichte van de gevolgde index, hoe meer kans op een sterretje
- het risico: soms bereikt een beheerder een mooi rendement omdat hij veel risico neemt. Ook op dit criterium wordt gelet wanneer we de prestaties van een beheerder beoordelen. Meer risico moet altijd worden goedgemaakt door meer rendement.
- de regelmaat in de prestaties: beleggen in een fonds is iets voor de lange termijn. Onze voorkeur gaat dan ook uit naar mooie scores die worden aangehouden over een lange termijn. We hebben het minder voor sprinters die het maar een jaar volhouden en daarna door de bezemwagen moeten worden meegenomen.

Elk fonds wordt dus beoordeeld aan de hand van deze drie criteria. De resultaten worden uitgedrukt in sterretjes en als vergelijkingspunt wordt een neutrale marktindex genomen. Zo worden de resultaten van een fonds met Belgische aandelen vergeleken met de Belgische marktindex. Een fonds dat even goed als de index scoort, krijgt drie sterretjes (***). Gaat het er boven of sterk boven, dan krijgt het vier (****) of vijf (*****) sterretjes. En omgekeerd: presteert het fonds onder of zwaar onder de index, dan betekent dat twee (**) of maar één (*) sterretje.

Meer weten over...

 
home boven afdrukken van de pagina