|
Goudbeleggingen : Hefboomeffect
Dat goudmijnen de speculanten na aan het hart liggen, komt omdat de
koersevolutie onderhevig is aan een hefboomeffect. Dat staat in
rechtstreeks verband met het niveau van de productiekosten van de mijn. Hoe
hoger de productiekosten, hoe sterker de koersreacties zullen zijn, zowel bij
stijgende als bij dalende prijzen.
Concreet
Denken we aan een mijn "a".
· De productiekost bedraagt 250 dollar per ounce.
· Als de goudprijs 300 dollar per ounce bedraagt,
komt de winst van de mijn uit op :
300 – 250 = 50 dollar per ounce.
· Als de goudkoers met 10 % stijgt, gaat de
goudprijs van 300 naar 330 dollar
· de winst van de mijn gaat van 50 naar (330 – 250)
= 80 dollar per ounce, of een toename met 60 %.
Denken we aan een mijn "b".
· De productiekost bedraagt 280 dollar per ounce.
· Als de goudprijs 300 dollar per ounce bedraagt,
komt de winst van de mijn uit op :
300 – 280 = 20 dollar per ounce.
· Als de goudkoers met 10 % stijgt, gaat de
goudprijs van 300 naar 330 dollar
· de winst van de mijn gaat van 20 naar (330 – 280)
= 50 dollar per ounce, of een toename met 60 %.
Als een winststijging wordt verwacht, is er vanwege de beleggers een grote
vraag naar de aandelen en de koersen stijgen. Omdat de beleggers de voorkeur
geven aan de goudmijnaandelen die de grootste winststijging zullen boeken,
zullen de koersen van die aandelen het sterkst stijgen.
Let op ! De redenering is ook van kracht in de andere richting. Ook de
koersdalingen kunnen dus meer uitgesproken zijn.
De goudmijnaandelen met de hoogste productiekost zijn dus ook de meest
speculatieve.

|