|
Obligaties : Nulcouponobligatie
Zoals de naam aangeeft, keert de nulcouponobligatie
geen jaarlijkse intrest uit. Er wordt dus geen rentevoet opgegeven.
De opbrengst komt voort uit het feit dat nulcouponobligaties ofwel een stuk
onder pari worden uitgegeven, maar terugbetaald worden tegen 100 %, ofwel
tegen 100 % worden uitgegeven, maar bijvoorbeeld tegen 150 %
terugbetaald worden.
De winst die de houder van een nulcouponobligatie
opstrijkt, heeft dus meer weg van een meerwaarde
dan van een rentevergoeding. Maar de fiscus beschouwt dit
inkomen wel degelijk als een intrest. De winst die u op de eindvervaldag
realiseert, wordt dan ook tegen 15 % belast (of tegen 25 % als de
obligatie vóór 1 maart 1990 werd uitgegeven). Als u een nulcouponobligatie vóór
de eindvervaldag verkoopt, wordt er geen bronbelasting geheven, maar de verkoper
is normaal gezien verplicht om de intresten aan te geven die betrekking hebben
op de periode dat hij het effect in bezit had.
"Nulcoupons" hebben het nadeel dat ze geen regelmatig inkomen opleveren. Ze
hebben anderzijds het voordeel dat ze de geduldige belegger bevrijden van het
jaarlijks knippen en eventueel herbeleggen van de couponnetjes. Het is maar
zoals je het bekijkt.
Als de rente daalt, kan de koers van een nulcouponobligatie sterk stijgen. Op
dat moment verkopen kan een mooie winst opleveren. Maar als u uw kapitaal om een
of andere reden vóór de eindvervaldag wilt recupereren, en als de rente op dat
moment aantrekt, dan kan het zijn dat de koers van uw nulcouponobligatie niet zo
gunstig is.

|