|
Vastgoed : Waarover gaat het ?
Ontstaan Voor de uitvoering
van uitgebreide vastgoedprojecten (commerciële centra, kantoorcomplex, in grote
steden, in commerciële zones, langs grote verkeersaders, …), die onmogelijk met
één enkele portemonnee gefinancierd kunnen worden, wordt een vennootschap
opgericht. Om fondsen in te zamelen, doet ze een beroep op het geld van
beleggers. In ruil voor deze inbreng van vers geld levert de vennootschap een effect af : het
vastgoedcertificaat.
Opbrengst De belegger
ontvangt jaarlijks zijn deel van de winst van het vastgoedbedrijf. Deze winst
wordt gevormd dankzij de huurgelden die de huurders van het gebouw regelmatig
betalen, na aftrek van diverse lasten. Op deze opbrengst is een roerende voorheffing verschuldigd
(zie "Fiscaliteit").
Verkoop Op het moment van de
uitgifte wordt een looptijd voorzien voor het effect. Deze schommelt meestal
tussen 15 en 25 jaar. De vervaldag stemt overeen met de voorziene verkoopdatum
van het gebouw. Het betreft een "periode" van voorziene verkoop en geen precieze
datum. De beheersmaatschappij bepaalt de precieze datum in functie van de
gunstige gelegenheden die zich voordoen. Eenmaal het gebouw verkocht is,
ontvangt de certificaathouder zijn deel van de opbrengst van de verkoop. Voor
een verkoop vóór het vijftiende of na het vijfentwintigste jaar is de instemming
van de certificaathouders vereist.
Eigendom De uitgever van het
certificaat, dit is de vennootschap die het gebouw heeft laten zetten en die het
beheert, is juridisch gezien de eigenaar van het gebouw. De certificaathouder
is, in zekere zin, mede-eigenaar maar wettelijk is hij enkel de financier.
Notering Vastgoedcertificaten zijn typisch Belgische producten.
Sommige noteren op Euronext Brussel, op een specifiek compartiment van
Eurolist, en zijn verhandelbaar via een bank of een
beursvennootschap.

|