|
Obligaties : Rentecurve
De rentecurve zou kunnen worden gedefinieerd als de
grafische voorstelling van de relatie tussen het rendement en de looptijd van
een obligatie. Obligaties in een welbepaalde munt en met een vergelijkbaar
risico bieden voor elke looptijd – één, vijf, tien jaar, enzovoort – een
welbepaald rendement.
· In principe is het zo
dat de obligaties met een langere looptijd een hoger rendement bieden dan die
met een korte looptijd. Geld lenen op lange termijn houdt nu immers eenmaal meer
risico’s in dan geld lenen op korte termijn. Ter compensatie van dat hogere
risico vragen de beleggers ook een hogere vergoeding. Grafisch gezien
vertaalt zich dat in een stijgende rentecurve (vet op de grafiek). In de
ontwikkelde industrielanden is dat de traditionele curve voor de obligatiemarkt.
· Dat algemene principe is echter
niet altijd en overal van kracht. Soms wordt de obligatiemarkt immers ook
gekenmerkt door een dalende rentecurve (dunne lijn op de grafiek), of
“omgekeerde rentecurve”. Dat betekent dat de rente op korte termijn hoger is dan
die op lange termijn. Dit soort rentecurve kunt u aantreffen als de markt
vooruitloopt op een vertraging van de economie en daling van de obligatierente
verwacht. · Als de rente op korte
termijn en die op lange termijn gelijk zijn, is er een derde mogelijkheid : de
vlakke rentecurve (gewone lijn op de grafiek).
Wat betekent dit concreet ? Onze adviezen voor
de obligaties houden met diverse factoren rekening, waaronder ook de vorm van de
rentecurve. · Bij een
stijgende rentecurve is het normaal gezien interessanter om te beleggen in
obligaties met een lange looptijd. Let echter op ! Dit is geen algemene regel.
Soms is het verschil tussen de langetermijnrente en de kortetermijnrente vrij
beperkt. Vandaag is dat alvast zo op heel wat obligatiemarkten. Als de
obligatierente laag is en als er een rentestijging wordt verwacht, is het
overigens niet aangewezen om te beleggen in obligaties met een lange looptijd.
Dat verklaart ook waarom wij momenteel obligaties aanraden met een korte
looptijd. · Als de rentecurve
daalt, opteert u normaal best voor beleggingen op korte termijn, omdat ze in
ieder geval meer opleveren dan de beleggingen op lange termijn. Behalve
natuurlijk als een algemene renteverlaging wordt verwacht, want in dat geval
geeft u beter de voorkeur aan obligaties met lange looptijden om langer van de
hoge rente te kunnen profiteren. · Als de rentecurve vlak is, geeft u best de
voorkeur aan obligaties met korte looptijden, omdat ze sowieso hetzelfde
rendement bieden als die met lange looptijden. Maar ook hier geldt dezelfde
regel : als u uitgaat van een algemene rentedaling kiest u beter voor obligaties
met een lange looptijd.
VOORBEELDEN VAN RENTECURVES

De in het vet gedrukte lijn geeft een stijgende rentecurve weer.
Zo’n rentecurve treft u het vaakst aan. Een dalende (dunne lijn) of vlakke
(normale lijn) komen minder vaak voor.

|