Als een onderneming een overname doet, betaalt ze daar een zekere prijs voor. Die prijs weerspiegelt niet noodzakelijk de boekwaarde van de overgenomen onderneming. Zo kan het overnemende bedrijf een duurdere prijs betalen om het overgenomen bedrijf een sterk merk commercialiseert, een zeer aantrekkelijk imago heeft, over een benijdenswaardige klantenlijst beschikt of dusdanige groeimogelijkheden biedt dat de overname eigenlijk een gouden wissel is op de toekomst.
Het extra bedrag dat het overnemende bedrijf voor dat alles betaalt, noemt men de goodwill.
In de balans van een onderneming wordt dikwijls gewag gemaakt van goodwillafschrijving. Elk jaar vermindert deze post met een bepaald bedrag. Indien de overname echter niet alle beloftes waar maakt, kan het management overgaan tot een versnelde afschrijving, zodat de voor goodwill uitgegeven bedragen zwaarder op de resultaten wegen. Het gebeurt soms zelfs dat de goodwill in één keer wordt afgeschreven. Zowel bij een versnelde afschrijving als bij een afschrijving in één keer kan de boekwaarde van de onderneming fors dalen en de aandelenkoers kan daaronder lijden.
Als de goodwillpost op een balans een groot bedrag vertegenwoordigt, is dit dan ook een factor die het risico verhoogt.
Volgens
de IFRS-boekhoudsnormen (van toepassing sinds begin 2005) moet deze
goodwill niet meer worden afgeschreven als de onderneming van oordeel is dat de
economische waarde ervan intact blijft.