Om van een aandeel het verwacht rendement op lange termijn te
ramen, wordt hoofdzakelijk rekening gehouden met twee variabelen.
De eerste is het dividendrendement, of het (verwachte) dividend gedeeld
door de koers.
Voor de komende 3 tot 5 jaar kan het verwachte rendement op een min of
meer realistische manier worden ingeschat door de analisten op basis van
gegevens die over de onderneming bekend zijn.
Voor de jaren nadien, tot een horizon van zowat vijftien jaar, is het
niet mogelijk om een precieze inschatting te maken van het verwachte dividend.
Daarom past men een tweede variabele toe : de geraamde gemiddelde
jaarlijkse groeivoet (in %) van de sector waarin de onderneming haar
activiteiten ontwikkelt, eventueel verminderd of vermeerderd op basis van de
concurrentiepositie van de onderneming.
Na die 15 jaar gaan we ervan uit dat de groeivoet samenvalt met het
gemiddelde van de economie.
De som van beide ramingen (dividendrendement + groeivoet) levert het
verwachte rendement op lange termijn op.