Terwijl in Belgiƫ de meeste fondsen en sicavs
open zijn, wat betekent dat de uitgifte van de deelbewijzen druppelsgewijze
gebeurt en dat bij elke intekening het kapitaal wordt verhoogd, bestaan er ook
gesloten beleggingsfondsen
. Die hebben een vast aantal deelbewijzen. Dat betekent u
ze slechts in uw bezit kunt krijgen als u ze van iemand anders koopt. De waarde
van een deelbewijs hangt in dit geval af van de vraag en het aanbod en niet
enkel, zoals bij de open fondsen, van de waarde van de activa waarin het fonds
belegt, die men ook de intrinsieke waarde noemt. Veel gesloten fondsen noteren op
de beurs van New York.
Indien de beurskoers lager ligt dan de intrinsieke waarde, zegt men
dat het fonds met een korting of decote noteert. U betaalt dus minder voor uw
deelbewijzen dan u zou moeten doen volgens de werkelijke waarde van de activa.
Het omgekeerde kan ook. Als de beurskoers hoger ligt dan de werkelijke waarde
betaalt u een premie. En dat is natuurlijk niet echt aan te raden. Dit nadeel
bestaat niet bij de open fondsen. Voorts zijn de kosten voor het verhandelen van
gesloten fondsen iets hoger. Ook de vervelende frequentie van de uitkering van
kleine dividenden en de concurrentie van enkele goed beheerde klassieke open
fondsen, zijn factoren die in het nadeel van de gesloten fondsen spelen.