· Er is sprake van
stagflatie als een economie tegelijk wordt gekenmerkt door twee
fenomenen : sterke prijsstijgingen en een zwakke groei. Het woord zegt het
eigenlijk zelf, want het is een samentrekking van stagnatie en inflatie. In de
jaren zeventig werd de economie voor het eerst met stagflatie geconfronteerd en
dat betekende toch wel een schok, want tot dan toe ging men er volgens de
theorie van de beroemde econoom Keynes altijd vanuit dat er slechts van inflatie
sprake kon zijn als de economie stevig groeide.
· Terecht wordt stagflatie
gevreesd als de pest, want die toestand houdt enkel nadelen in voor de
economie : sterk stijgende prijzen en oplopende werkloosheid. Omdat de
inflatie in die toestand hoger ligt dan de nominale groei, daalt in de landen
die door stagflatie worden getroffen bovendien de rijkdom. Er zijn ook enorme
inspanningen nodig om met zo’n toestand komaf te maken. Zo moet er een verbeten
strijd worden gevoerd tegen de inflatie, maar dat kan enkel door de rente
alsmaar te verhogen. En zoals bekend remt dat uiteindelijk de economie af. Na de
stagflatie van de jaren zeventig zijn er bijna twee decennia van zwakke
economische groei en hoge werkloosheid geweest.