De term “schaalvoordelen” is eigenlijk kenmerkend
voor een situatie waarbij de eenheidskostprijs om een bepaald goed te produceren
daalt naarmate er meer stuks van worden geproduceerd. In sectoren zoals de
autoconstructie met hoge vaste kosten, die hoe dan ook gemaakt moeten worden,
ongeacht het aantal geproduceerde eenheden, is dat zeker het geval.
Schaalvoordelen mogen echter niet worden verward met zogenaamde “besparingen op
het gamma”. Die treden op wanneer het minder kost om twee goederen of diensten
samen te produceren in plaats van apart. Een voorbeeld daarvan vormen de banken
en verzekeringsmaatschappijen die in hun kantoren elkaars producten verkopen.