Is het de Verenigde Staten om de Iraakse olie te doen ? Een
vraag die voor het ogenblik miljoenen mensen bezighoudt. Maar hoe lang kan
petroleum eigenlijk nog de spil van onze economie vormen ? Vroeg of laat
zullen de reserves immers uitgeput geraken. Bovendien is de verbranding van
fossiele brandstoffen een van de belangrijkste oorzaken van het broeikaseffect
dat het hele ecosysteem van de aarde dreigt te ontwrichten. Twee redenen voor de
bedrijven en de regering om rekening te houden met een radicale verandering van
het energielandschap. Wat staat er allemaal op het spel ? We lichten het
probleem voor u toe.
OLIERESERVES NIET EEUWIG
Zodra de helft van de ontginbare petroleumreserves zal zijn
opgebruikt, zal de productie beginnen verminderen en de prijs van een vat ruwe
olie beginnen stijgen. Maar wanneer zal dat zijn ? Probleem is dat het erg
moeilijk is om de ontginbare reserves te meten. Volgens sommige experts zal de
zogenaamde productiepiek in 2010 bereikt worden. Anderen gaan ervan uit dat
reserves die tot nu toe niet of zeer moeilijk konden ontgonnen worden dankzij de
technologische vooruitgang toch toegankelijk zullen worden, en zien de productie
slechts vanaf 2040 afnemen. Wat er ook van zij, het tijdperk van de goedkope
olie loopt de komende decennia ten einde.
Propere alternatieven
Protocol van Kyoto, kwetsbaarheid van het ecosysteem,
wantrouwen ten opzichte van kernenergie of plannen om de kerncentrales te
ontmantelen, genoeg andere redenen om op zoek te gaan naar olievervangende
alternatieven. De laatste jaren werden talloze projecten om hernieuwbare
energiebronnen (water, wind, zon) te exploiteren opgestart. In welke mate het
gebruik ervan al is doorgedrongen, verschilt sterk van streek tot streek (zie
fig. 1). Er zal hoe dan ook nog veel onderzoek nodig zijn, zowel vanuit
technisch oogpunt als om ze concurrentieel te maken. Vraag is ook of windmolens,
zonnepanelen enz. ondanks hun onmiskenbaar potentieel in het after-oil tijdperk
zullen volstaan om te voorzien in de grote hoeveelheden energie (zie fig. 2) die
nodig zijn om de economie draaiende te houden. De laatste tijd wordt er dan ook
veel aandacht (en geld) besteed aan waterstof dat op termijn een economisch
haalbaar alternatief voor petroleum lijkt te kunnen worden.
Water, olie van de toekomst ?
Zuivere waterstof is op aarde niet te vinden. Om dit element op
grote schaal voor de opwekking van energie te kunnen gebruiken moet het
geproduceerd worden. Vandaag wordt waterstof meestal op basis van aardgas
gewonnen, maar er is een andere methode, de elektrolyse. Daarbij wordt water
door middel van elektriciteit (die kan opgewekt worden door wind- of
zonne-energie) gesplitst in zuurstof en waterstof; een brandstofcel zet daarna
de energie van de waterstof om in elektriciteit.
Economen en groenen verzoend
Vanuit groen oogpunt biedt waterstofenergie het voordeel dat er
slechts onschuldige waterstoom in de atmosfeer terechtkomt. Economisch gezien
kan waterstof in de toekomst tal van landen onafhankelijk maken wat hun
energiebevoorrading betreft aangezien de grondstof (water) ruimschoots
beschikbaar is.
De kostprijs
Momenteel blijft waterstof produceren duur. Om het massaal als
energiebron te kunnen gebruiken moeten er ook nog tal van problemen i.v.m. de
fabricage, de opslag en de distributie opgelost worden. De drie economische
grootmachten zullen allicht de kar duwen : de Europese Commissie steunt
onderzoekprogramma's, Bush trekt geld uit voor de ontwikkeling van de
waterstofcel en probeert de Amerikanen voor deze technologie warm te maken en
Japan dat voor zijn energiebehoeften op import aangewezen is, heeft er alleen
maar belang bij. Allicht zullen de nodige investeringen in eerste instantie het
evenwicht van de begrotingen in gevaar brengen, maar de nieuwe markten die de
nieuwe technologie kan ontsluiten moeten op termijn de financiële situatie weer
in evenwicht brengen.
De een zijn dood, ...
De olie-exporterende landen zullen natuurlijk minder blij zijn
met deze ontwikkelingen. Ze zijn immers sterk afhankelijk van het zwarte goud en
ze zijn zeer slecht voorbereid op een trendommekeer. Ook de ontwikkelingslanden
dreigen het slachtoffer van deze evolutie te worden. Immers, als de westerse
landen erin slagen om hun uitstoot van broeikasgassen via het gebruik van
propere energie te beperken, zal het principe van de "vervuiler betaalt" aan
kracht winnen, met alle gevolgen van dien voor de arme landen die bij gebrek aan
middelen hun vervuilend productie-apparaat zullen blijven gebruiken.. Een
herverdeling van de wereldrijkdommen moet er van de overstap naar waterstof dus
niet verwacht worden. Het zijn immers de rijkste landen die zich het best op de
overschakeling kunnen voorbereiden en die over de technologie en over de
patenten zullen beschikken.
DE INDUSTRIE NA HET OLIETIJDPERK
Hoe bereiden de grote industriële groepen die er het dichtst
bij betrokken zijn zich op de onttroning van koning olie voor ? Zijn de
effecten nu al zichtbaar ? En wat zullen ze in een iets verdere toekomst doen
?
Autosector
· Technische vooruitgang
Aangespoord door de overheid en onder druk van de groenen doen
de autoconstructeurs al lang onderzoek naar minder vervuilende motoren. Naast de
elektrische motor die niet langer als een serieus alternatief lijkt beschouwd te
worden, knobbelden de ingenieurs nog twee mogelijkheden uit.
– de hybride motor die twee energiebronnen combineert : een op
benzine lopende thermische motor produceert stroom die een elektrische motor
aandrijft. Op die manier zou het benzineverbruik met 10 à 50 % dalen. Toyota en
Honda commercialiseren al wagens met een hybride motor, maar gezien hun prijs
(30 à 40 % duurder dan een traditionele motor) werden tot nu toe slechts
160 000 stuks verkocht. Bovendien blijft het systeem afhankelijk van
fossiele brandstoffen en kan het dus niet beschouwd worden als een volwaardige
oplossing voor een olieloze toekomst. Het is enkel geschikt voor de
overgangsperiode.
– De waterstofmotor lijkt een betere kans te maken.
DaimlerChrysler gebruikt hem al voor bussen en Toyota en Honda voor
personenwagens in China en Californië. Maar hij blijft onbetaalbaar. Voorts moet
er ook een distributienet opgezet worden. Een doorbraak moet ten vroegste over
15 jaar verwacht worden.
· En uw auto-aandelen ?
Moeilijk nu te voorspellen welke constructeur in het olieloze
autolandschap van morgen als overwinnaar uit de bus zal komen. Ondertussen
blijven we een aantal auto-aandelen voor aankoop aanbevelen : Volkswagen
omwille van zijn sterke positie in het segment van de dieselmotoren,
momenteel de minst vervuilende en de zuinigste. Renault lijkt ons
interessant omwille van de vernieuwing van het gamma. DaimlerChrysler mag
u kopen met het oog op de gunstige effecten van de herstructurering. Peugeot
laat u beter links liggen.
Petroleumsector
· De eerste stappen
De grote petroleumgroepen blijven wel massaal in aardolie
investeren, maar krijgen toch stilaan meer aandacht voor andere energiebronnen,
zoals aardgas, waarvan nog grotere reserves bestaan en dat minder vervuilt.
Terwijl de Amerikaanse groepen de inspanningen tot een minimum
beperken (ExxonMobil heeft zijn investeringen in hernieuwbare energiebronnen
bijv. stopgezet, wegens niet winstgevend genoeg, maar zou wel interesse hebben
voor de brandstofcel) lijken hun Europese concurrenten een meer toekomstgerichte
strategie te volgen. Royal Dutch/Shell heeft bijv. een scenario uitgewerkt met
een belangrijke rol voor de alternatieve energiebronnen, BP zoekt het vooral in
de zonne-energie, terwijl TotalFinaElf eerder op kernenergie mikt.
– En uw olie-aandelen ?
Welke projecten momenteel ook lopen, in de huidige stand van
zaken kan men niet voorspellen welke groep met het meeste succes zal omgeturnd
worden tot een energiebedrijf dat waterstof kan produceren, stockeren en
verdelen. Vergeten we ook niet dat waterstof momenteel uit aardgas gewonnen
wordt. Voor groepen met een sterke positie in de aardgasproductie zal de
overstap naar waterstof het makkelijkst zijn. Om die reden hebben wij een
voorkeur voor het Italiaanse ENI (kopen). BP (houden) en Royal
Dutch
/Shell (houden) kunnen ons niet bekoren omdat ze problemen hebben met
de autonome groei van hun brandstoffenproductie, voorlopig nog het belangrijkste
criterium op korte termijn. TotalFinaElf mag gezien de goede
vooruitzichten in de exploratie/productie opnieuw gekocht worden. Exxon Mobil
(niet kopen) en Repsol (niet kopen) zijn te duur.
Chemiesector
· De groene chemie
De vrees is ongegrond dat met de petroleum ook de industriële
chemie verdwijnt. Alle cosmeticaproducten, plastics enz. die nu op basis van
fossiele brandstoffen gemaakt worden, zullen in de toekomst uit plantaardige en
dus hernieuwbare grondstoffen kunnen gewonnen worden. Er moet nog wel aan de
productiekosten gesleuteld worden. Waterstof kan de chemische industrie van de
toekomst ook een nieuw elan geven.
· En uw chemie-aandelen ?
Du Pont produceert componenten voor de brandstofcel, terwijl
Air Liquide zo'n cel ontwikkelt om bijv. gebouwen te verwarmen.
Interessante ontwikkelingen, maar niet voldoende om de aankoop van beide
aandelen nu te rechtvaardigen.
NOG EEN LANGE WEG TE GAAN
Er is geen ontsnappen aan : de overgang naar een nieuw
energietijdperk zal diepgaande aanpassingen van de economie in haar geheel
vergen. Zowel de privé-bedrijven als de regeringen beginnen zich erop voor te
bereiden. De overgang zal natuurlijk niet ineens gebeuren, maar in verschillende
stappen. Mogen we ervan uitgaan dat de overgangsperiode al echt begonnen
is ? Hoelang zal ze duren ? En zo zijn we terug bij ons beginpunt : hoe
lang kunnen we nog voort met de ontginbare oliereserves en hoe lang kunnen we
nog rekenen op een redelijke prijs voor een vat ruwe olie. En de Verenigde
Staten, de motor van de wereldeconomie, blijven die niet te veel vastzitten in
de "petroleumlogica"? Of mogen we vertrouwen op het reactievermogen waarvan ze
in het verleden al dikwijls het bewijs leverden ?
Zolang die vragen onbeantwoord blijven, is het voor een
belegger onmogelijk te bepalen welke strategische positie hem zal toelaten een
graantje mee te pikken van de doorbraak van de nieuwe energiesystemen.
Ondertussen houdt u best rekening met bovenstaande adviezen. Ze passen dan wel
grotendeels in een erg petroleumgebonden logica, maar niets belet de bewuste
belegger om de metamorfose nauwlettend op te volgen en op het juiste ogenblik
zijn positie aan te passen. U kunt daarbij uiteraard op ons rekenen.