SECTOR: energie en
nutsbedrijf
BEURS:
Milaan
KOERS: 16,11 EUR
RISICO:
*
Terwijl het steeds lastiger wordt om nog makkelijk
exploiteerbare olievelden te ontdekken en de grote maatschappijen er slechts met
moeite in slagen om hun productie te verhogen, boert het relatief kleine ENI
helemaal niet slecht. U mag nog kopen.
Meer dan alleen olie
ENI, dat nog voor 30 % in handen is van de Italiaanse
staat, is op basis van het productievolume de 7de grootste oliegroep ter
wereld. Naast de traditionele petroleumactiviteiten (exploratie & productie,
raffinage & distributie en chemie) is de groep ook actief in de gassector
(transport via Snam en Rete Gas en distributie via Italgas), in de
elektriciteitsproductie (Enipower), in de dienstverlening aan de olie-industrie
(Saipem) en in engineering (Samprogetti). In vergelijking met de “echte”
petroleumreuzen hebben de gas- en elektriciteitsactiviteiten een relatief groot
gewicht (samen 38 % van het bedrijfsresultaat
), waardoor ENI
minder gevoelig is voor de schommelingen van de olieprijs en voor de wisselkoers
euro/dollar. Dankzij het defensieve karakter van deze nutsvoorzieningen is ENI
een van de minst riskante olie-aandelen.
Stroomopwaarts sterk
Terwijl de drie groten van de sector, Royal Dutch, Exxon
Mobil en BP grote problemen hebben om hun reserves te vernieuwen en hun
productie te vergroten, maakt ENI zich sterk om tussen dit en 2007 het aantal
geproduceerde vaten elk jaar met gemiddeld 5 % te doen toenemen, wat
vergelijkbaar is met de groeivoet die Total beoogt. Net als deze Franse
oliemaatschappij is de Italiaanse groep zwaar blijven investeren in de tak
exploratie & productie, haar belangrijkste (60 % van het
bedrijfsresultaat) en meest rendabele divisie, toen de olieprijs op het einde
van de jaren negentig ineenzakte. O.m. via een drietal overnames (British Borneo
en Lasmo in de Noordzee en het Noorse Fortum) slaagde ze erin haar bewezen
oliereserves en haar gasproductie snel en beduidend op te krikken. Dankzij de
aanzienlijke productiecapaciteit waarover ze beschikt en de geografische
diversificatie van haar voorraden (Noord- en West-Afrika, Noordzee, Kaspische
Zee) kan de groep in grootscheepse projecten rivaliseren met haar grote
concurrenten. Bewijs, haar post als (enige) operator en haar participatie van
17 % in het Kashagan-project in de Kaspische Zee, het grootste olieveld dat
de laatste 30 jaar werd ontdekt en dat in 2008 in productie gaat. Inzake
rendabiliteit ondervindt ENI wel nadeel van zijn kleine omvang (minder
schaalvoordelen…), maar volgens ons zal de situatie geleidelijk verbeteren met
het in productie nemen van olievelden in regio’s met lage exploitatiekosten
zoals Noord- en West-Afrika. Bovendien blijft de groep haar petroleumactiva
verder rationaliseren (afstoten van niet-strategische participaties,
concentratie op regio’s met hoog groeipotentieel…).
Adequate strategie in aardgas
Al bij al heeft
ENI de liberalisering van de Italiaanse gasmarkt, waar het nagenoeg
alleenheerser was en ruime bedrijfsmarges
realiseerde, vrij goed
overleefd. Tegen 2009 moet het marktaandeel van de groep in het transport en de
distributie van gas wel teruggebracht zijn tot 61 % (75 % in 2002). Op een
“vrijgemaakte” markt staan de marges uiteraard onder druk, maar o.i. nam ENI de
juiste strategische beslissingen. Zo ging de groep op zoek naar groei op
beloftevolle buitenlandse markten zoals Spanje (overname van Union Fenosa),
Portugal (Galpenergia) en Duitsland (GVS). Daarnaast nam ze participaties in de
projecten Blue Stream (gaspijpleiding Rusland-Turkije) en Green Stream
(Libië-Italië), zodat ze zich tegen aantrekkelijke voorwaarden kan bevoorraden.
Anderzijds heeft ze in Italië een divisie “Energie” opgericht die
warmtekrachtcentrales (centrales op gas die warmte en elektriciteit produceren)
bouwt op de productiesites van ENI (raffinaderijzen, chemische fabrieken). De
aldus geproduceerde stroom die in de eigen fabrieken aangewend of verkocht
wordt, is niet alleen goedkoop, maar bovendien telt het gas dat in de centrales
verbruikt wordt, niet mee voor de berekening van het (geplafonneerde)
marktaandeel in gas dat ENI in Italië heeft.
Vooruitzichten en advies
Terwijl de
meeste petroleummaatschappijen de laatste tijd met weinig opbeurend nieuws
kwamen (middelmatige resultaten, verzwakkende vooruitzichten) zorgde ENI voor
een aangename verrassing. De groep realiseerde in 2003 een courante
winst van
1,46 EUR per aandeel, een groei met 21 % t.o.v. 2002. De stijging van
de productie (+6,1 %) en de hogere brandstoffenprijzen volstonden
ruimschoots om de daling van de dollar tegenover de euro en de zware verliezen
in de petrochemietak te compenseren. Aangezien er een daling van de olieprijzen
verwacht wordt, rekenen we voor dit jaar op slechts 1,32 EUR winst per
aandeel.
Toch blijven we vertrouwen hebben in ENI. Natuurlijk
blijft zijn kleine omvang zijn belangrijkste handicap, maar we geloven dat de
groep er zal in slagen om haar rendabiliteit op te krikken tot in de buurt van
die van haar grote concurrenten dankzij de goede vooruitzichten voor de divisies
exploratie & productie en gas & energie en een mogelijk herstel in de
petrochemietak (die nog altijd te koop staat). We wijzen er ook op dat ENI bij
de concentratie van de sector die vroeg of laat verwacht wordt, een actieve rol
zou kunnen spelen, maar op korte termijn zien we de situatie niet ingrijpend
veranderen.
Correct gewaardeerd aandeel, laag risicoprofiel en hoog
dividendrendement. U mag nog altijd kopen.
EVOLUTIE ENI EN OLIESECTOR

Sinds begin 2002 overvleugelt ENI (vet, basis 100) zijn
sectorgenoten en op grond van de goede vooruitzichten moet het aandeel zijn
voorsprong kunnen behouden. Koopwaardig.