Vorig jaar is de omzet van de farmaceutische industrie,
uitgedrukt in dollar, met 9 % gestegen (wisselkoerseffecten niet meegerekend),
maar wat de rendabiliteit betreft, is het plaatje momenteel minder rooskleurig.
Op lange termijn openen de toenemende veroudering van de bevolking, de
vooruitgang van het genetisch onderzoek en de ontdekking van nieuwe
therapeutische gebieden evenwel nog mooie groeivooruitzichten. In dat
perspectief raden we voor het ogenblik een belegging in Pfizer of Eli
Lilly
aan.
FARMASECTOR VERSUS WERELDINDEX

Sinds we de sector voor het laatst onder de loep legden, is
de index van de farmasector (vet, basis 100) met 14 % gestegen, de
wereldindex met 34 %.
De problemen op een rijtje
· Zwakke
productiviteit van de afdelingen Onderzoek & Ontwikkeling
(O&O). Terwijl er in 1996 op de Amerikaanse markt nog 53 nieuwe
geneesmiddelen gelanceerd werden, was dat aantal in 2003 teruggevallen tot 21.
Voor de farmaceutische bedrijven een spijtige ontwikkeling omdat een heel aantal
van hun “blockbusters” (geneesmiddelen met een jaarlijkse omzet van meer dan 1
miljard dollar) onlangs hun patent verloren en ze dus dringend nieuwe
medicamenten op de markt moesten brengen wilden ze ten minste hun inkomsten op
peil houden.
· Almaar
stijgende ontwikkelingskosten. Volgens cijfers van de Amerikaanse regering
verdubbelden de O&O-budgetten in de farmasector sinds 1970 elke vijf jaar.
Niet alleen worden de gebruikte onderzoekstechnieken steeds duurder, de
controleautoriteiten worden steeds strenger en eisen steeds meer klinische
testen voordat ze de commercialisering van een geneesmiddel toelaten. Tegelijk
nemen ook de risico’s toe : onderzoeken of testen die stopgezet worden,
commercialisering die moet uitgesteld of zelfs afgeblazen worden.
· Groeiende
agressiviteit van de producenten van generieken. Normaal gezien is een
gepatenteerd geneesmiddel, rekening houdend met de tests en het verkrijgen van
de goedkeuring van de overheid, vanaf het ogenblik dat het mag
gecommercialiseerd worden nog een tiental jaren beschermd tegen namaak. Daarna
mag het gekopieerd worden. Omdat de producenten van generieken (kopie van een
merkgeneesmiddel met identiek dezelfde eigenschappen) geen geld in de
ontwikkeling ervan hebben moeten steken, zijn deze merkloze producten goedkoper.
Gevolg, de verkoop van het oorspronkelijke middel valt sterk terug. Zo zag Eli
Lilly in 2001 de verkoop van zijn antidepressivum Prozac de eerste negen maanden
na het vervallen van het patent met 70 % verminderen. Soms wachten de
producenten van generieken zelfs niet tot het patent verlopen is om een kopie op
de markt te brengen.
· Besparingen
in de gezondheidssector. Om de stijgende gezondheidskosten die haar
financiële situatie aantasten in de hand te houden heeft de sociale zekerheid
het aantal terugbetaalde geneesmiddelen drastisch verminderd of het
terugbetaalde deel teruggeschroefd. Tegelijk stimuleert ze de verkoop van
generieken.
Fusie geen wondermiddel
De combinatie van inkrimpende inkomsten en oplopende
kosten heeft de rendabiliteit van de farmasector een ferme deuk gegeven. Vanuit
de optiek dat een grote omvang kostenbesparende schaalvoordelen oplevert en dat
een grotere groep in een betere onderhandelingspositie zou verkeren om hogere
prijzen af te dwingen, vonden de laatste jaren heel wat fusies plaats (Pfizer,
Aventis, GlaxoSmithKline…). Aangezien de sector desondanks nog vrij versnipperd
is (de 10 grootste farmagroepen hebben iets meer dan de helft van de markt in
handen) is een nieuwe fusiegolf niet uitgesloten. Met het bod van
Sanofi-Synthélabo is in ieder geval al een aanzet gegeven. En Novartis heeft al
duidelijk gesteld dat het actief aan de herschikking van de sector zou meedoen.
Mogelijke doelwitten : Roche waarvan het al 33 % bezit, of misschien
Aventis. Maar een fusie is geen wondermiddel en zal op zich zeker niet volstaan
om de rendabiliteit van een farmabedrijf duurzaam op te krikken. De
belangrijkste factor is de kwaliteit van de geneesmiddelenportefeuille. Welnu,
er is geen enkele garantie dat de samengevoegde O&O-ploegen van een
fusiebedrijf het er beter zullen van afbrengen. Bij Aventis is dat alvast niet
gelukt : sinds de fusie in 1999 bracht het bedrijf geen enkel belangrijk
geneesmiddel uit.
Nieuwe trends
Zonder daarom meteen tot een fusie over te gaan, zijn er
tegenwoordig zo goed als geen farmabedrijven meer die enkel op hun eigen
O&O-afdeling rekenen. Meer en meer wordt er samengewerkt met kleine
laboratoria of zelfs met rechtstreekse concurrenten. Dat kan gaan van het
uitbesteden van sommige taken zoals het uitvoeren van tests aan bedrijfjes die
dikwijls erg gespecialiseerde technologieën hebben ontwikkeld tot het nauw
samenwerken aan innoverende projecten. Zo kon het Zwitserse Roche dankzij de
samenwerking met het Amerikaanse Genentech (waarvan het 60 % van de
aandelen bezit) de laatste maanden tal van nieuwe medicamenten op de markt
brengen, waaronder Avastin, een als erg innoverend voorgesteld geneesmiddel
tegen darmkanker.
Er is uiteraard niets op tegen om van de kennis en
expertise van anderen te profiteren, maar soms staat de prijs van dergelijke
samenwerkingsverbanden niet in verhouding tot hun doeltreffendheid. Zo heeft
Aventis meer dan 200 samenwerkingscontracten getekend die het bedrijf jaarlijks
zo’n 600 000 dollar per jaar kosten. Potentiële overnemer Sanofi heeft nu
al verklaard daar duchtig in te zullen snoeien als de fusie doorgaat.
Nieuwe tijden, nieuwe ziektes
De wetenschap staat niet stil en het gebeurt dat nieuwe
wetenschappelijke inzichten of een betere diagnosetechniek leiden tot de
“ontdekking” van nieuwe therapeutische domeinen. Soms is die ontdekking te
danken aan stom toeval en soms aan onze veranderende levenswijze. Hoe dan ook,
deze nieuwe domeinen betekenen voor de farmabedrijven evenveel
groeimogelijkheden.
Enkele voorbeelden ter illustratie. De medicamenten die
momenteel wereldwijd het meest verkocht worden zijn Lipitor en Zocor, twee
cholesterolverlagende middelen van resp. Pfizer en Merck. Hun succes is te
danken aan het feit dat men zich in de jaren negentig bewust werd van de nefaste
rol die een overdaad aan cholesterol had bij hart- en vaatziekten speelt en van
de noodzaak van een therapie.
De beroemde Viagra-pil van Pfizer, waarvan de omzet in
2003 meer dan 1,8 miljard dollar bedroeg, is dan weer een toevalstreffer.
Pfizer was eigenlijk op zoek naar een nieuw geneesmiddel voor het hart, maar de
onverwachte bijwerkingen die tijdens de klinische tests aan het licht kwamen,
zetten de groep aan om op dat aspect te focussen. Zo werd een nieuw
therapeutisch domein geboren, de mannelijke impotentie, een probleem waarvoor
tot dan binnen de medische en de farmaceutische sector geen echte belangstelling
bestond (het onderzoek naar een Viagra-pil voor vrouwen werd heeft Pfizer zonet
stopgezet).
Eli Lilly ten slotte is er na het verlies van het
Prozac-patent in geslaagd een nieuw elan te nemen dankzij enkele successen op
het vlak van mentale en gedragsstoornissen, die in onze gestresseerde
samenlevingen steeds frequenter voorkomen.
Aanzienlijk potentieel op lange termijn
Er blijft in de geneeskunde en de farmaceutica nog heel
wat te ontdekken. Infectieziekten mogen dan goed onder controle zijn en in de
rijke Westerse landen slechts een klein percentage van de sterfgevallen
veroorzaken, wat de genezing van niet-bacteriële en niet-virale ziekten betreft,
is er nog heel wat werk aan de winkel.
Veel wetenschappers blijven ervan overtuigd dat ten minste
een deel van de oplossing ligt in een beter begrip van de genetische
mechanismen. Het recente in kaart brengen van het menselijke genoom (geheel van
alle erfelijke eigenschappen) heeft weliswaar nog niet geleid tot revolutionaire
behandelingswijzen zoals sommigen hoopten, maar men mag de hoop niet opgeven.
Enerzijds werd er dankzij de biotechnologie inzake diagnostiek al concrete
vooruitgang geboekt. Zelfs al kan men (nog) niet alle ziekten van genetische
origine genezen, als men weet wie tot de risicogroep behoort, kan men meer
preventieve behandelingen ontwikkelen. Het uitgebreide domein van de
wetenschappen van het leven openen voor de farmaceutische bedrijven in elk geval
enorme groeimogelijkheden. Volgens ons mag men redelijkerwijs aannemen dat een
beter begrip van de moleculaire biologie de productiviteit van de
onderzoeksteams zal doen verbeteren omdat het zal leiden tot waarachtige en
winstgevende innovaties op therapeutisch vlak.
Besluit
Ondanks de niet onaanzienlijke risico’s – zware
investeringen in O&O zonder waarborg op succes, groeiende concurrentie van
de generieken, juridische geschillen met concurrenten of met
patiënten –geloven we dat de sector in zijn geheel op langere termijn
betere groeivooruitzichten heeft dan gemiddeld. Tal van elementen zullen die
groei ondersteunen : de toenemende vergrijzing van de bevolking (hoger
geneesmiddelenverbruik), de vooruitgang van de biotechnologie en de ontwikkeling
van therapieën voor “moderne” ziekten zoals diabetes of obesitas of voor ziekten
waarvoor nog geen behandeling bestaat (Alzheimer…).
Adviezen
We blijven van mening dat farma-aandelen in een
gediversifieerde langetermijnportefeuille een plaatsje verdienen. Dat wil niet
zeggen dat u er een willekeurig aandeel kunt uitpikken.
· De twee
aandelen die we momenteel voor aankoop aanraden, zijn Pfizer en Eli
Lilly, niet toevallig twee Amerikaanse groepen. De Amerikaanse
geneesmiddelenmarkt is immers dynamischer op het vlak van onderzoek en de
prijzen liggen er gemiddeld hoger dan op de veel strakker gereglementeerde
Europese markt.
– Pfizer (33,95 USD), de nummer 1, heeft
een zeer goed gevulde geneesmiddelenportefeuille met weinig generieke dreiging
(weinig patenten dicht bij vervaldatum). De resultaten 2003 waren conform de
verwachtingen. De groep is vol vertrouwen voor 2004 en rekent op ongeveer
20 % meer winst per aandeel. Het aandeel is correct gewaardeerd.
Koopwaardig.
– Eli Lilly (68,63 USD) is er in
geslaagd om de beleggers, die na het verlies van stergeneesmiddel Prozac een
beetje argwanend tegenover de groep stonden, van de kwaliteit van zijn pijplijn
(nieuwe molecules in ontwikkeling) te overtuigen. De resultaten 2003 waren goed
en voor 2004 verwacht de groep een forse groei, met name in Europa. Correct
gewaardeerd. Kopen.
· Van de volgende
aandelen zijn we momenteel geen koper, maar u mag ze wel
houden.
– GlaxoSmithKline (1074 pence) heeft de
laatste jaren verschillende patenten verloren, maar haalde in 2003 toch
bevredigende resultaten. Vanaf 2006 moet de komst van een aantal nieuwe
medicamenten een gevoelige verbetering teweeg brengen. Hoewel het aandeel
goedkoop is, geven we er de voorkeur aan om de kat nog even uit de boom te zien.
Houden.
– Novartis (54 CHF) boekte in 2003
minder winst dan we verwachtten. De vooruitzichten blijven goed, weinig
generieke dreiging en veelbelovende pijplijn, maar pas nieuwe lanceringen vanaf
2005. In afwachting mag dit correct gewaardeerde aandeel in portefeuille
blijven.
– UCB (29,20 EUR) een buitenbeentje in
deze selectie want ook actief in chemie. De resultaten 2003 waren beter dan
verwacht en in 2004 moet de beoogde winstgroei van 10 % mogelijk blijven. Het
aandeel is correct gewaardeerd, maar zolang we er niet zeker van zijn dat het
anti-epilepticum Keppra het verlies van het Zyrtec-patent volledig kan opvangen,
zijn we geen koper.
· De overige
aandelen uit onze selectie laten we links liggen : Roche
(175,75 CHF) is te duur, AstraZeneca (2600 pence) wiens Crestor
een moeilijke start kent, Aventis (63,55 EUR) is in een weinig
aantrekkelijke fusie verwikkeld en Merck (43,77 USD) zit in volle
herstructurering.