De prijzen van een vat ruwe olie swingen de pan uit en de
petroleumproducenten boeken recordwinsten. Moeten we nu olieaandelen (bij)kopen
of doen we er beter aan om ze te verkopen terwijl de koersen hoog staan ?
Volgens ons blijft beleggen in de oliesector interessant. Maar te zware
engagementen of speculeren (à la hausse of à la baisse) zijn uit den boze.
Recordkoers voor olie…
Een
vat ruwe Noordzeeolie (“brent”) is sinds dit jaar meer dan 40 % duurder
geworden en kost nu meer dan 40 dollar. Hoe komt dat ? Wel, China en de VS
doen de vraag naar olie sterker toenemen dan verwacht en laten zich niet
afschrikken door de hoge prijs. Anderzijds begint men te vrezen voor schaarste
op de oliemarkt : de voorraden slinken en tal van onzekerheden bedreigen
het aanbod. In Irak hervat de olieproductie trager dan verwacht, in
Rusland staat Yukos, de grootste oliemaatschappij, op de rand van een
faillissement, in Venezuela en Nigeria zijn er geopolitieke spanningen. De OPEC
(organisatie van olie-exporterende landen) die traditioneel olie op de golven
probeert te gieten, lijkt er niet in te slagen om de hausse te stoppen. Tenzij
ze eerder oog heeft voor het op peil houden van haar eigen inkomsten…
Hoe dan
ook, voor de petroleummaatschappijen is de hoge prijs een buitenkansje : hun
divisie exploratie en productie rijft fenomenale winsten binnen.
… maar niet voor olieaandelen
Er is geen perfecte correlatie tussen de olieprijs en de
koersen van de olieaandelen. Terwijl de prijs van een vat ruwe olie tussen 1999
en 2004 verviervoudigde, stegen de koersen van de olieaandelen slechts met
60 % (toch een stuk meer dan de wereldindex). Dat was in de eerste plaats
het gevolg van de dollardaling die ervoor zorgde dat de winst van de
niet-Amerikaanse producenten na conversie naar de oorspronkelijke munt een stuk
lager uitkwam.
Een hoge olieprijs betekent ook niet enkel maar profijt voor de
petroleummaatschappijen. Voor de takken raffinage, distributie en chemie
is ruwe olie immers een grondstof waarvan ze de prijsstijgingen niet altijd
volledig – en zeker niet onmiddellijk – kunnen verrekenen.
Vervolgens worden de vooruitzichten op lange termijn bedreigd
door de groeiende concurrentiekracht van andere energiebronnen (al doen de grote
groepen aan diversificatie).
De belangrijkste reden voor de achterstand van de olieaandelen
is evenwel dat de beleggers afgeschrikt worden door de problemen van de
producenten om hun oliereserves te vernieuwen. Begin dit jaar bekende Royal
Dutch dat de bewezen reserves van de groep lager zijn dan ze liet uitschijnen,
wat meteen twijfels deed rijzen aan de groeimogelijkheden van de gehele sector.
De traditionele olie- en gasvelden zijn inderdaad over hun hoogtepunt heen. Op
het einde van de jaren 90, toen de olieprijs laag stond, hebben de
oliemaatschappijen te weinig geïnvesteerd in de exploratie van nieuwe
vindplaatsen. Nu worden nieuwe vondsten zeldzaam. Bovendien worden dergelijke
investeringen duurder (olievelden op grote diepte, pijplijnen in moeilijke
regio’s…). En ten slotte bestaat het risico dat de oliemaatschappijen er door de
hoge olieprijs (die, ten minste op korte termijn, veel geld in het laatje
brengt), tot te zware investeringen verleid worden die hun toekomstige
rendabiliteit in gevaar kunnen brengen. Voor het ogenblik blijven ze
voorzichtig, uit vrees voor een terugval van de olieprijs. Ze zoeken de gulden
middenweg tussen groei, rendabiliteit en risico, proberen een strategie uit te
stippelen en ze zo goed mogelijk te implementeren. BP heeft bijvoorbeeld als
eerste zwaar geïnvesteerd (via een joint venture met TNK) in Rusland, het
grootste olie-exporterende land buiten de OPEC (dus niet gebonden aan
productiequota). Een land met veel potentieel, maar de risico’s zijn navenant.
De sector loont nog de moeite
Staar u niet
blind op de onvoorspelbare olieprijs. Volgens ons houden de koersen van de
olieaandelen al rekening met het meest waarschijnlijke scenario, namelijk een
geleidelijke terugplooiing. Op langere termijn blijven de vooruitzichten goed.
Ondanks de ontwikkeling van alternatieve energiebronnen, zal de vraag naar olie
nog niet onmiddellijk opdrogen. Dat de oliemaatschappijen een groot deel van hun
winst onder hun aandeelhouders verdelen (via dividenden en de terugkoop van
eigen aandelen) is ondertussen mooi meegenomen.
ADVIEZEN
KOOP Total (160,50 EUR) en ENI
(16,90 EUR). Ze scoren het best op het vlak van de groei van de productie
en keren een groot deel van hun winst uit.
HOUD BP (497 pence) en Royal Dutch
(41,88 EUR). Het eerste aandeel is riskanter wegens de investering in
Rusland. Het tweede lijdt onder de twijfels m.b.t. de reserves en de strategie
van de onderneming (al kan het feit dat ze getipt wordt als mogelijk
overnamedoelwit haar ertoe aanzetten sneller orde op zaken te stellen).
VERMIJD Repsol (16,98 EUR) wegens te zwak
dividendrendement, rendabiliteit en groeipotentieel en ExxonMobil
(45,44 USD) wegens problemen met vernieuwing van de reserves.