|
Retailbanken (06 dec 2004)
De banken plukken nu de vruchten van de jarenlange
herstructureringen. De besparingsprogramma’s en de heroriëntering op de
retailbank zijn nagenoeg voltooid en de bankinstellingen paren nu
rendabiliteit aan dynamisme.
Grootste troef, de
rendabiliteit De laatste jaren slaagde de
banksector er stelselmatig in om het gemiddelde van de Europese aandelen te
overklassen. Het geheim : een erg aantrekkelijke rendabiliteit. Een van de redenen
daarvoor is het feit dat de concurrentie niet voluit speelt. Enerzijds zijn er
belangrijke barrières (o.m. juridische) die buitenlandse banken verhinderen zich
makkelijk te vestigen of een overname te doen. Anderzijds is er de relatieve
passiviteit van de klanten die zich door de hoge kosten voor het afsluiten van
een rekening of de administratieve rompslomp om van bank te veranderen laten
afschrikken. Voorts zijn retailbanken minder conjunctuurgevoelig dan
bijvoorbeeld zakenbanken, wat stabielere marges oplevert. Zo stelt men bij BNP
Paribas een opmerkelijk verschil vast : in de retailbank bedroeg de
rendabiliteit (winst / investeringen) in de jaren 2001 - 2004 resp. 25, 26, 28
en 30 %; in de zakenbank zag het rijtje er als volgt uit 24, 15, 28 en
35 %. En ten slotte is de hoge rendabiliteit ook de vrucht van een
beter investeringsbeleid. Na een aantal ongelukkige avonturen in de late jaren
90 kregen beter voorspelbare, minder riskante en rendabeler activiteiten de
voorkeur. Zo bevroor Société Générale begin 2002 het investeringsbudget voor de
zakenbank, terwijl dat voor de retailbank met 19 % opgetrokken werd.
Nieuwe
uitdagingen Een en ander wil niet zeggen dat de banken nu op
hun lauweren kunnen rusten. In West-Europa geraakt het groeipotentieel stilaan
uitgeput, vermindert de passiviteit van de klanten en wordt de concurrentie
bitser, zowel tussen de banken onderling als van buitenaf (verzekeraars,
bedrijven die financiële diensten aanbieden, zoals Carrefour). Fusies/overnames
zijn er bovendien moeilijk te rentabiliseren en stoten op nationale
gevoeligheden. Denk maar aan Dexia en Sao Paolo IMI.
Voorzichtige
expansie… De banken gaan dan ook op zoek naar regio’s waar de
sector nog groeipotentieel heeft. Door scha en schande wijs geworden, leggen ze
nu meer voorzichtigheid aan de dag en letten ze beter op de gevraagde
overnameprijs. Over het algemeen beginnen ze met het aanbieden van basisdiensten
(zicht- en spaarrekeningen) en breiden ze het aanbod geleidelijk uit
(kredietkaarten, verbruikskredieten, hypotheekleningen….). Oost-Europa en Azië zijn de belangrijkste doelwitten. In
eerstgenoemde regio levert de overname van lokale banken tegen een zacht prijsje
marges op die makkelijk 4 keer hoger zijn dan in West-Europa. Zijn daar goed
vertegenwoordigd, KBC en Société Générale (Oost- en Centraal-Europa), Nordea
(Baltische staten) en BNP Paribas (leider voor gespecialiseerde financiële
diensten zoals leasing). In Azië gebeurt de expansie eerder via participaties in
of partnerships met lokale banken (ING in Zuid-Korea en India, Fortis in
Hongkong en China). Sommige groepen lonken ook, maar in mindere mate, naar de VS
omwille van de hoge rendabiliteit en de zwakke barrières tussen de staten. Zo
heeft BNP Paribas zich opgewerkt tot de vierde bank in Californië, terwijl ABN Amro een van de
grootste banken van de Middle West is. Nog andere wagen zich in Latijns-Amerika
: ABN Amro in Brazilië en ING in Mexico.
… maar niet zonder
risico Deze investeringen worden evenwel bedreigd door de
politieke en economische instabiliteit, de zwakke controlesystemen (Rusland,
Azië) en soms strenge toegangsvoorwaarden (China, India…). De toetreding van een
aantal Oost-Europese landen tot de EU zou deze problemen voor een deel moeten
oplossen.
Aandeelhouders rijkelijk
bedeeld De banken besteden weliswaar een deel van
hun (ruime) middelen aan overnames, maar ze kopen ook eigen aandelen terug
en
keren hoge dividenden uit. In 2003 en 2004 keerden de Europese banken een groter
deel van hun winst aan hun aandeelhouders uit dan gemiddeld. Op basis van
hun rendabiliteit en hun voorzichtiger overnamepolitiek denken we dat dit zo zal
blijven.
Onze
adviezen (met de koersen op het moment
van de analyse) · Wij KOPEN : Dexia
(16,48 EUR), Fortis (20,25 EUR) en ING (21,22 EUR)
die hun groei stoelen op hun knowhow inzake bankverzekeren, Nordea
(66 SEK), dat een uitgelezen positie bekleedt in Scandinavië en
in de Baltische staten, Allied Irish Banks (15,10 EUR), dat weinig
risico’s inhoudt en dat profiteert van het gunstige klimaat in Ierland,
Barclays (555 pence) dat geniet van de goede conjunctuur in
het UK en van zijn aanwezigheid in Spanje, BNP Paribas (53,10 EUR)
en Société Générale (74,05 EUR) die zich erg dynamisch tonen in het
buitenland, ook voor gespecialiseerde financiële diensten. · We HOUDEN KBC
(56,30 EUR) dat erg actief is in Oost-Europa, ABN Amro
(18,59 EUR) dat te sterk gediversifieerd blijft, BCP (1,84 EUR)
dat mogelijk af te rekenen krijgt met een toename van de concurrentie in
Portugal en Santander (9,03 EUR) dat zopas het Britse Abbey
overnam.


|