Unilever blijft inspanningen leveren om
opnieuw met een bevredigende en duurzame winstgroei aan te knopen. Op
vergelijkbare basis steeg de winst per aandeel vorig jaar wel met 21 %,
maar als we de cijfers ontleden, blijkt die groei voornamelijk te danken aan het
feit dat er minder herstructureringskosten geboekt werden dan in 2004. Zonder
dat element zou de bedrijfsmarge 0,8 % lager zijn uitgekomen. En dat de omzet
groeide (+3,1 %, maar slechts +2 % bij gelijkblijvende wisselkoersen)
was enkel te danken aan de hogere marketinginspanningen die er voor zorgden dat
de verkoop in volume steeg. De groep slaagde er echter niet in om haar
verkoopprijzen op te trekken. Blijkbaar heeft ze er moeite mee om de consumenten
van de intrinsieke kwaliteit van haar producten te overtuigen. Vooral in Europa
(43 % van de omzet) is de toestand zorgwekkend (vergelijkbare jaaromzet
-0,8 %). Unilever gaat evenwel niet bij de pakken zitten en blijft aan de
productiekosten sleutelen en zijn portefeuille uitzuiveren (verkoop van
niet-rendabele diepvriesproducten). Voor 2006 ramen we de winst per aandeel op
3,65 EUR (+7,5 %), maar waar de groei op lange termijn moet vandaan
komen, zien we niet onmiddellijk.