De olie- en gassector (05 mei 2008)
Dankzij de hoge olieprijzen hebben
de olie- en gasgroepen de voorbije jaren recordwinsten opgestreken. Nochtans
vertaalt zich dat niet altijd in de beurskoersen. Om de problematisch geworden
groei te verzekeren moeten de strategieën aangepast worden.
Gouden tijden voorbij
? · De recordwinsten
die de oliemaatschappijen vandaag boeken, zijn vooral te danken aan de hoge
olieprijs. De exploitatiekosten zijn immers gestegen (grondstoffen, lonen,
fiscaliteit, enz.). En de productie en de voorraden opvoeren is ook geen
sinecure doordat de machtsverhoudingen in de sector grondig gewijzigd zijn. In
de jaren 70 hadden de private bedrijven nog ruim 80 % van de internationale
reserves in handen, vandaag is dat nog geen 20 %. Wereldleider Exxon
beschikt over amper 2 %! Hoe dat komt? In de loop der jaren hebben veel
staatsbedrijven (Aramco in Saudi-Arabië, Gazprom in Rusland…) de nodige knowhow
verworven om zelf hun nationale reserves te ontginnen. Voor gespecialiseerde
activiteiten (bodemonderzoek, boringen) doen ze zo nodig een beroep op
privé-bedrijven. Ze breiden hun marktaandeel geleidelijk uit en leggen de
privé-bedrijven zwaardere voorwaarden op of verdrijven ze de facto (in Venezuela
hield Exxon de eer aan zichzelf en vertrok). En daar houdt het niet op : sommige
machtige staatsbedrijven ontwikkelen zich ook in het buitenland (bijv. Gazprom
in Europa, Chinese en Indiase maatschappijen in Afrika). · Daarnaast is het zo dat de bewezen reserves
slinken. Er zou nog voor ±40 productiejaren olie en ±65 jaar gas in de bodem
steken. Die "einddatum" kan wel nog worden uitgesteld dankzij de olieprijs, de
technologische vooruitgang, een hogere recuperatiegraad, de ontwikkeling van
niet-conventionele brandstoffen en de ontdekking van nieuwe lagen (zoals recent
nog in Brazilië), maar het valt niet te ontkennen dat de mogelijkheden om het
aanbod te doen stijgen, beperkter zijn geworden.
EVOLUTIE INTERNATIONALE OLIESECTOR en OLIEPRIJS

De laatste maanden profiteerde de olie- en
gassector (vet, basis 100) niet voluit van de gestegen prijs. De mindere groei-
en rentabiliteitsvooruitzichten op lange termijn wegen op de koersen.
Liever
voorzichtig Begin 1999 ligt bij de oliemaatschappijen nog
fris in het geheugen : toen zakte de prijs voor een vat ruwe olie naar
amper 10 USD. Ze zijn dan ook nog altijd erg voorzichtig en hoeden zich
voor zware investeringen. Van 1998 tot 2006 zijn de uitgaven voor exploratie in
reële cijfers niet gestegen. In plaats daarvan tonen de bedrijven zich gul voor
hun aandeelhouders (o.a. via dividenden, de inkoop van eigen aandelen) : in
2007 hebben Exxon en BP een bedrag uitgekeerd dat overeenstemt met 8 % van
hun beurskapitalisatie. Beleggers hoeven dus niet te vrezen dat hun centen
zullen verdwijnen in al te zware investeringen, die de maatschappijen zuur
zouden kunnen opbreken als de olieprijs plots toch zou ineenstuiken (bijv. bij
een aanhoudende internationale recessie).
Nieuwe uitdagingen en
kansen De toekomst van de sector ziet er zeker niet al te
somber uit. Volgens de OPEC, de organisatie van olieproducerende en
-exporterende landen, zal aardolie in 2030 nog altijd 36,5 % van de
internationale energiebehoefte dekken (t.o.v. 40 % vandaag). De beschikbare
reserves worden bovendien positief beïnvloed door andere factoren :
– De hogere recuperatiegraad in bestaande olievelden (technologische
vooruitgang). – Het succes van producten zoals LNG (vloeibaar gemaakt
aardgas) en de ontginning van minder conventionele bronnen: olielagen diep onder
water, zware olie (Venezuela), teerzanden (Canada). Die zijn dan wel moeilijker
te exploiteren (rentabiliteitsdrempel van ±50 USD per vat, t.o.v.
25 USD voor het oppompen van een vat in het Midden-Oosten), met de huidige
prijs van om en bij de 100 USD voor één vat ruwe olie, houd je nog altijd
een mooie marge over. – De olieprijs zal o.i. hoog blijven : het aanbod
is beperkt, de vraag zal groot blijven (onder impuls van China en India) en de
OPEC lijkt niet van plan om de productie op te voeren maar houdt de prijzen
liever hoog om de negatieve impact van de zwakke dollar te compenseren.
– Hernieuwbare energie vormt nog niet meteen een bedreiging (tegen 2030 naar
schatting 2 % van de totale energiebehoefte), maar de oliebedrijven kiezen
toch al positie en houden zich klaar om meer te investeren als de tijd er rijp
voor is.
Beleggingsadviezen De uitdagingen voor
de private olie- en gasgroepen zijn niet min. Ze verfijnen allemaal hun
strategie en doen zetten in bepaalde domeinen, maar het is moeilijk te zeggen
welke strategie op termijn het meest lonend zal blijken. Globaal genomen houden
de beurskoersen rekening met deze situatie en is de sector correct gewaardeerd.
Twee aandelen springen wat ons betreft in het oog en vinden we koopwaardig:
BP en Chevron. BP kon eerdere operationele problemen
oplossen, heeft een reorganisatieplan gelanceerd en toont zich gul voor zijn
aandeelhouders. Chevron getuigt van een deugdelijk beheer, beschikt over veel
expertise op het vlak van exploratie, is goed gepositioneerd in veelbelovende
gebieden (Golf van Mexico, Zuidoost-Azië) en beschikt over betere kansen dan de
meeste concurrenten om zijn productiecapaciteit te doen groeien. Voor de andere
aandelen uit de sector luidt ons advies: houden. In de ruimere energiesector
houden we trouwens ook Ion Geophysical (seismische beeldvorming) en ErSol Solar
Energy (zonne-energie). Vestas Wind Systems (windmolens) verkopen we.


|