|
Dogs of the Dow (19 aug 2008)
Waarover gaat het
? De aanhangers van dit uit de Verenigde Staten afkomstige
concept passen een eenvoudige strategie toe : op de eerste beursdag van het jaar
kopen ze van de dertig aandelen die samen deel uitmaken van de Dow Jones index
de tien aandelen die op dat moment het hoogste dividendrendement bieden (de
beste verhouding tussen het uitbetaalde dividend en de koers). En vervolgens
kijken ze het jaar nadien welke van die tien aandelen nog in de top tien staan
van de aandelen met het hoogste dividendrendement. Die houden ze in
portefeuille. De andere vervangen ze door nieuwkomers in de top 10 van aandelen
met het hoogste dividendrendement. Naar eigen zeggen slagen ze er op die manier
al vijftien jaar in om systematisch beter te doen dan de Amerikaanse gemiddelde
beursindexen. Toen de beurs na het uiteenspatten van de internetzeepbel
bijvoorbeeld klappen kreeg, konden de aanhangers van deze strategie veel betere
resultaten voorleggen omdat ze tijdens de internetgekte van de jaren voordien
geen technologieaandelen hadden gekocht, omdat die nu eenmaal geen dividend
uitkeerden.
Logische
redenering… Volgens de aanhangers van deze strategie zijn
aandelen met een hoog dividendrendement niet zozeer te beschouwen als aandelen
met een abnormaal hoog dividend maar wél als aandelen met een te lage koers. Het
dividendrendement van een aandeel is immers niets anders dan het uitgekeerde
dividend afgezet tegen de koers van het aandeel. Dat de koers van deze aandelen
zo laag ligt, komt doordat ze om één of andere reden uit de gratie van de
beleggers zijn gevallen. Rendementsaandelen kunnen dus eigenlijk beschouwd
worden als de “underdogs” van de beurs. Vandaar ook hun naam “Dogs of the Dow”.
Maar de cijfers kunnen natuurlijk ook bedrieglijk zijn, want bij een hoog
dividendrendement omwille van een lage koers die te maken heeft met problemen
bij het bedrijf, zoals bij General Motors, is het lang niet zeker dat het
aandeel een koersstijging zal boeken.
…maar klopt ze ook ?
Recent onderzoek toonde alvast dat die strategie ook in
Europa tussen 1995 en 2007 lonend zou zijn geweest, niet alleen wegens de hogere
dividenden, maar ook wegens het positieve koersverloop van de betrokken
aandelen. In negen van de dertien jaren klopte de groep van bedrijven die een
stevig dividend betalen de ondernemingen die een laag of middelgroot dividend
toekennen. Die deden het vooral goed in 1998 en 1999, de jaren waarin een
zeepbel ontstond rond de internetaandelen. Ook andere onderzoeken bevestigen de
betere prestaties van de zogenaamde rendementsaandelen. Dimson, Marsh &
Staunton bijvoorbeeld becijferden dat tussen 1926 en 2000 Amerikaanse aandelen
met een hoog dividendrendement een jaarlijkse return behaalden van 12,2 procent
ten opzichte van 10,4 procent voor de rest van de beurs.
Niet alleenzaligmakend
In principe kan het dus geen kwaad om bij uw aandelenkeuze
goed rekening te houden met het dividendrendement. Toch zou het wat kort door de
bocht gaan zijn om enkel aandelen te kiezen op basis van een hoog
dividendrendement. In de eerste plaats omdat het niet zeker is dat bedrijven die
in het verleden een hoog dividend hebben uitgekeerd dat ook in de toekomst
zullen doen. De recente actualiteit heeft trouwens opnieuw aangetoond dat
ondernemingen kunnen beslissen om lagere of zelfs helemaal geen dividenden uit
te keren. En in de tweede plaats omdat bedrijven die een vrij gul dividend
toekennen, daardoor misschien niet voldoende middelen overhouden om in hun
toekomst te investeren.


|