… beursgenoteerde trackers, kortweg ETF’s genoemd.
Voor de laatste twijfelaars in de zaal: trackers hebben definitief
een plaats veroverd in de harten van de beleggers. Dat blijkt uit nog maar eens
een studie over het onderwerp. De laatste worp van specialist BlackRock klinkt
als een overwinningsspeech op een Oscaruitreiking. Zowel professionele als
particuliere beleggers, als de gunstige marktomstandigheden werden bedankt voor
al het lekkers dat in de ETF-schoot werd geworpen. Eind 2009 noteerde een
recordaantal trackers (zowat 2.000 stuks) op een recordaantal beurzen (40), goed
voor een recordaantal noteringen (4.000) en een dito beheerd vermogen (1.000
miljard dollar, zowat 730 miljard euro). Als dat geen applaus verdient!
De financiële sector zelf wrijft zich dik in de handen. Niet alleen
lag het dagelijkse handelsvolume nooit zo hoog (dank u transactiekosten), het
doorbreken van de magische 1.000 miljard dollar-grens werd aanzien als een
belangrijke mijlpaal (dank u beheerlonen). Niet slecht voor een product dat in
1993 de eerste schuchtere stappen in de wereld zette en sindsdien groeide met
61 % per jaar. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat er al een
recordaantal aanbieders van ETF’s op de markt zijn. Steeds meer financiële
instellingen willen immers een deel van dit snel groeiende fondsensegment.
Het succes is terecht maar we stellen ons vragen bij de weg die de
sector bewandelt. Nu al zitten meer dan 800 (!) nieuwe producten in de
pijplijn en die blinken op het eerste gezicht niet alle uit wat strategie
(almaar gespecialiseerder) en transparantie (almaar gecompliceerder) betreft.
Het ziet er dan ook naar uit dat het louter en alleen volgen
(= tracken) van een brede marktindex, dé essentie van een ETF, te
min is geworden voor steeds meer aanbieders. Een gevaarlijke evolutie die niet
in het voordeel speelt van elke belegger.