|
Joepie, de beurstaksen (TOB en TLT) verminderen...
|
Ten gevolge van een arrest van het Europese Hof van Justitie, heeft de
Belgische regering vanaf 15 juli 2004 zowel de taks op de beursverrichtingen
(TOB) als de leveringstaks (TLT) voor een hele rist financiële transacties
moeten afschaffen. Daarbij ook de aankoop van beleggingsfondsen. Laat ons even
nagaan wat dit nu concreet betekent.
Minder
taksen · Het Europese arrest
viseert uitdrukkelijk de taksen op de uitgifte van nieuwe deelbewijzen.
Wanneer u een beleggingsfonds koopt, worden er telkens nieuwe
aandelen gecreëerd.
Zij vertegenwoordigen een gelijkwaardige verhoging van het fondsenkapitaal. Noch
bij de aankoop van een beleggingsfonds, noch bij de overstap van het ene
compartiment naar het andere binnen hetzelfde fonds zal u dus nog een beurstaks
moeten betalen. · De fondsen van het
kapitalisatietype komen als grote winnaars uit de bus, want de
oorspronkelijke beurstaks van 1 % wordt opgeheven. Voor de fondsen van het
uitkeringstype is de winst minder
uitgesproken, omdat de beurstaks daar amper 0,14% bedroeg. · De TOB bij uitstap (0,50%) – enkel van
toepassing voor de een deelbewijs van het kapitalisatietype – blijft
evenwel nog steeds verschuldigd. Niet echt logisch, maar de Staat heeft het
Arrest, waarin geen sprake is van uittredingen, wellicht in de meest letterlijke
zin willen respecteren. Zo kan natuurlijk ook de budgettaire impact ervan zo
beperkt mogelijk worden gehouden… Opgelet ! Als gevolg van de
afschaffing van de beurstaks op nieuwe uitgiftes van effecten kan de
fiscus geen belasting meer heffen op de conversie van deelbewijzen uit
het ene compartiment van het fonds in het andere, want dat zou een belasting
betekenen op de uitgifte van het nieuwe deelbewijs. Niets belet echter
de fiscus om het terugkopen van het eerste deelbewijs te
belasten, en dat doet hij ook, ten minste voor de kapitalisatiedeelbewijzen.
De overstap van het ene compartiment naar het andere wordt
beschouwd als een terugkoop, gevolgd door een nieuwe uitgifte. - Indien
het teruggekochte deelbewijs een kapitalisatiedeelbewijs is, is een taks van
kracht van 0,50 %. - Er is geen taks indien het teruggekochte deelbewijs een
uitkeringsdeelbewijs is. - De vraag of het nieuwe deelbewijs een
kapitalisatiedeelbewijs is of een uitkeringsdeelbewijs, heeft geen enkele
invloed.
· Ook voor wie nogal vasthoudt aan de fysieke
levering van zijn waardepapieren is er goed nieuws, want de taks op materiële
levering (0,60%) werd ook voor de fondsen afgeschaft. Wat niet impliceert dat de
kosten die de banken vandaag eventueel aanrekenen voor de levering ook meteen
zullen verdwijnen!
Terugbetaling
eisen ? De regering besliste intussen ook dat alle taksen die
tussen 16 juli 2002 en 14 juli 2004 ten onrechte werden geheven
terugbetaald zullen worden. Het lijkt ons nochtans niet uitgesloten dat men ook
verder in de tijd zal moeten teruggaan. Hoe die terugbetaling juist in zijn werk
zal gaan, staat voorlopig nog niet vast, maar uit de eerste informatie daarover
blijkt dat u daarvoor rechtstreeks bij de Federale Overheidsdienst voor
Financiën, en dus niet bij de eigen bank, zal moeten aankloppen. Een maatregel
die de anonieme investeerders wel eens zou kunnen ontmoedigen… Hoe dan ook, werp
uw oude aankoopbewijzen voorlopig nog niet in de vuilbak!
Kapitalisatie of
distributie? Het merendeel van de fondsen die wij aanraden, zijn van
het kapitalisatietype. Vanuit fiscaal oogpunt zijn die immers meestal een stuk
aantrekkelijker. In hoeverre verandert dat, nu de beurstaks bij de aankoop
afgeschaft is? · Eerst nog even een kort overzicht van de
voornaamste verschillen tussen de kapitalisatiedeelbewijzen en de
uitkeringsbewijzen : – De inkomsten uit kapitalisatiedeelbewijzen (intresten of dividenden die
het fonds krijgt) worden aan het fondsvermogen toegevoegd en geherinvesteerd,
waardoor de inventariswaarde toeneemt. Doordat de meerwaarden bij verkoop niet
belast worden, is de beurstaks bij uittreding dan ook de enige belasting die u
hierop betaalt. – De uitkeringsdeelbewijzen zijn
aan geen enkele beurstaks meer onderworpen. De inkomsten – in de vorm van
een dividend – blijven wel onderworpen aan de roerende voorheffing
(15 % of 25 %, zie kaderstukje). Net zoals bij de
kapitalisatiedeelbewijzen wordt er geen taks geheven op de meerwaarde bij
verkoop. ·
Vanuit fiscaal oogpunt is het dus zaak om, bij de keuze tussen beide types, een
goed evenwicht te vinden tussen die twee taxatiesystemen. Daar waar je bij
kapitalisatiefondsen rekening moet houden met de beurstaks (bij uitstap), is het
bij uitkeringsdeelbewijzen uitkijken voor de roerende voorheffing. Bij uw
zoektocht naar dit evenwicht zal u dus rekening moeten houden met de waarde van
de uitgekeerde dividenden. Hoe hoger die waarde, hoe hoger ook het bedrag dat de
fiscus opstrijkt. Op een gegeven moment wordt het voordeel van de uitgespaarde
beurstaks bij de uitkeringsdeelbewijzen dan ook teniet gedaan. Met andere
woorden: hoe hoger de waarde van het dividend, hoe interessanter
kapitalisatieaandelen worden.
Een verhelderende
tabel De tabel geeft de periode aan waarin het fiscaal voordeliger
is om uitkeringsdeelbewijzen te bezitten, in functie van de waarde van het
dividend dat jaarlijks uitgekeerd wordt. · Eerste vaststelling: een uitkeringsfonds die nooit
een dividend uitkeert – al is dat eigenlijk puur theoretisch – is
altijd interessanter dan een fonds van het kapitalisatietype. · Van zodra er effectief
een dividend wordt uitgekeerd wordt het, naarmate de waarde daarvan hoger wordt,
steeds interessanter om te opteren voor kapitalisatiedeelbewijzen. · Voorbeeld: wanneer u
een fonds bezit die u jaarlijks recht geeft op een dividend van 2 %, wordt
het pas voordelig om te opteren voor dividenden wanneer u het fonds minstens
twee jaar bewaart. Indien u het fonds langer bewaart, wordt kapitalisatie
opnieuw interessanter.
|
FONDSENTRANSACTIES : DE
BEURSTAKS (TOB) EN LEVERINGSTAKS (TLT) |
|
|
Vroeger |
Nu |
|
|
BT |
TLT |
BT |
TLT |
|
Aankoop K |
1 %
(375) |
0,60 % |
0 % |
0 % |
|
Verkoop K |
0,50 %
(375) |
0 % |
0,50 %
(750) |
0 % |
|
Aankoop D |
0,14 %
(250) |
0,60 % |
0 % |
0 % |
|
Verkoop D |
0 % |
0 % |
0 % |
0 % |
|
Overgang van een compartiment naar een ander in hetzelfde
fonds |
|
Overstap K --> K |
1 %
(375) |
0,60 % |
0,50 % (750) |
0 % |
|
Overstap K --> D |
0,50 %
(375) |
0,60 % |
0,50 % (750) |
0 % |
|
Overstap D --> D |
0 % |
0,60 % |
0 % |
0 % |
|
0verstap D --> K |
1 %
(375) |
0,60 % |
0 % |
0 % |
Het cijfer tussen haakjes
geeft het plafond aan, in euro. K = fonds van het kapitalisatietype,
D = fonds van het distributietype.
|
WANNEER OPTEREN VOOR DISTRIBUTIE
? |
|
Dividend |
Aanbevolen
periode |
|
0% |
Altijd |
|
1% |
< 4 jaren |
|
2% |
< 2 jaren |
|
3% |
< 1,5 jaar |
|
4% |
< 1 jaar |
|
5% |
< 1
jaar |
Te
onthouden Het nieuwe taxatiesysteem mag dan vooral in het voordeel
spelen van de kapitalisatiedeelbewijzen, het verandert weinig aan ons.
· Wanneer u een
aandelenfonds, een obligatiefonds of een gemengd fonds,
koopt, kies dan eerder voor kapitalisatiedeelbewijzen. Het is immers vrij
waarschijnlijk dat u deze beschouwt als beleggingen op middellange of zelfs
lange termijn. · Bij aankoop van
kortetermijnfondsen raden we u eerder deelbewijzen van het
uitkeringstype aan. In dit geval gaat het immers
meestal om een belegging op heel korte termijn (enkele maanden), waarbij u wacht
op een geschikte gelegenheid om uw geld te herinvesteren. Gezien de huidige
tarieven is het bovendien ook
weinig waarschijnlijk dat deze fondsen een hoog dividend (meer dan 2 %)
zullen uitkeren.
Welke voorheffing
op de uitkeringsdeelbewijzen ?
Algemeen gesteld bedraagt de
roerende voorheffing op de dividenden die door de fondsen worden uitgekeerd
15 %. Dat is het geval voor alle beleggingsfondsen naar Belgisch recht.
Voor de fondsen die onder buitenlands – in de praktijk vooral
Luxemburgs – recht ressorteren, bedraagt de roerende voorheffing die
afgehouden wordt bij incassering in België 15 % voor alle fondsen die van
na 1 januari 1994 dateren. Voor oudere fondsen is dat
25 %.

|