Welgeteld zes maanden had vadertje staat nodig om de
terugbetalingprocedure op punt te zetten voor de tussen 2002 en 2004 ten
onrechte geheven beurs- en leveringstaksen (zie ook ons artikel). Opmerkelijk toch dat
onze politici veel minder geduld hebben met de belastingbetalers, die amper twee
maanden tijd krijgen om de som waarop ze recht hebben terug te
eisen.
Daarnaast puilt de hele procedure uit van andere ongerijmdheden. Zo
besliste de staat om niet meer dan twee jaar terug te gaan in de tijd. Het zou
nochtans een stuk logischer zijn geweest om toch minstens tot begin 2000 terug
te gaan, het jaar waarin de Europese Commissie ons land voor de tweede maal in
gebreke stelde.
Ook bent u, wanneer u de terugbetaling vraagt van de ten
onrechte opgehoeste taksen, verplicht om uw identiteit prijs te geven. Een
maatregel die fondsenbezitters die gehecht zijn aan hun papieren deelbewijzen
sterk zal ontmoedigen. De staat beseft dat natuurlijk maar al te goed: hoe
minder beleggers hun centen zullen terugeisen, hoe minder hij zelf over de brug
zal moeten komen. Als we daar nog aan toevoegen dat de hele procedure voor Jan
Publiek niet zo eenvoudig overkomt …
Gelukkig lijken de banken ditmaal wel
bereid om hun klanten bij te springen. Een mentaliteit die we enkel maar kunnen
toejuichen.