|
AFSCHAFFING VAN DE TAKSEN : WAAROM EN HOE ?
|
Waarom worden de taks op de beursoperaties (TOB) en de
leveringstaks in sommige gevallen afgeschaft ?
De Belgische staat heeft dat gedaan omdat hij ertoe werd
gedwongen door een arrest dat op 15 juli 2004 werd geveld door het Gerechtshof
van de Europese Gemeenschap.
Vanwaar dit arrest
? De beslissing van het
Gerechtshof is gebaseerd op de inhoud van de Europese richtlijn van
17 juli 1969. Deze richtlijn heeft betrekking op directe
belastingen op het inzamelen van kapitaal (richtlijn 69/335).
De richtlijn bepaalt onder andere in artikel 11 dat de
lidstaten van de Europese Gemeenschap geen enkele belasting kunnen heffen op
de creatie, de uitgifte, de toelating tot de beurs en het in omloop brengen
van aandelen, deelbewijzen of andere effecten van dezelfde aard en van
obligaties. Als gevolg daarvan stipuleert ze ook dat de lidstaten de
nodige maatregelen moeten nemen om de uitgifte en de eerste verwerving van
effecten vrij te stellen van belastingen.
De Belgische staat pleegde daarom een inbreuk op deze richtlijn bij het
heffen van een taks van :
· 0,35 % op het verwerven
van nieuw uitgegeven aandelen · 0,14 % op de intekening op obligaties,
staatsbons en kasbons · 1 % op
de aankoop van deelbewijzen van kapitalisatiefondsen · 0,5 % of 1 % op de overstap van
het ene compartiment naar het andere binnen hetzelfde fonds · 0,6 % op de materiële levering van
deze effecten (of 0,2 % voor 01/01/2004).
Opgelet ! Als gevolg van de afschaffing van de beurstaks op nieuwe
uitgiftes van effecten kan de fiscus geen belasting meer heffen op de
conversie van deelbewijzen uit het ene compartiment van het fonds in het
andere, want dat zou een belasting betekenen op de uitgifte van het
nieuwe deelbewijs. Niets belet echter de fiscus om het terugkopen
van het eerste deelbewijs te belasten, en dat doet hij ook, ten minste
voor de kapitalisatiedeelbewijzen. De overstap van het ene
compartiment naar het andere wordt beschouwd als een terugkoop, gevolgd door een
nieuwe uitgifte. - Indien het teruggekochte deelbewijs een
kapitalisatiedeelbewijs is, is een taks van kracht van 0,50 %. - Er is
geen taks indien het teruggekochte deelbewijs een uitkeringsdeelbewijs
is. - De vraag of het nieuwe deelbewijs een kapitalisatiedeelbewijs is
of een uitkeringsdeelbewijs, heeft geen enkele invloed.
Artikel 12 van dezelfde richtlijn stipuleert evenwel dat de lidstaten
taksen mogen heffen op de overdracht van roerende waarden (wat impliceert
dat de verkoop van effecten of de aankoop van bestaande effecten effectief mogen
worden belast).
Chronologie · 10 mei 1999 : de Commissie
stelt inbreuken vast op artikel 11 en stelt het Koninkrijk België in
gebreke; hij krijgt 2 maanden om opmerkingen over te maken. · 2 augustus 1999 : de Belgische
regering antwoordt de Commissie dat ze van oordeel is dat de taksen mogen worden
geheven op basis van de inhoud van artikel 12. · 26 januari 2000 : de Commissie
geeft aan dat ze niet tevreden is met dit antwoord en nodigt het Koninkrijk
België uit om zich binnen de twee maanden naar dit advies te schikken. · 29 maart 2000 : de Belgische
regering verklaart dat ze bij haar standpunt blijft en vraagt om een
vergadering. · 14 december
2000 : de vergadering vindt plaats maar er wordt geen akkoord
bereikt. ·19 november
2002 : de Commissie maakt de zaak aanhangig bij het
Gerechtshof. · 15 juli
2004 : het Hof maakt zijn beslissing bekend. · 27 december 2004 : de Belgische
wetgeving wordt aangepast aan de beslissing van het Gerechtshof en bepaalt
tevens dat de normale periode van twee jaar die in de Belgische wet is voorzien
voor de terugbetaling van taksen, zal worden toegepast. Dat betekent dat de
taksen die onterecht werden betaald tussen 16 juli 2002 en 14 juli 2004 kunnen
worden teruggevorderd. · 17
januari 2005 : een koninklijk besluit reglementeert de
terugbetalingsmodaliteiten en publiceert een terugvorderingsformulier dat
beschikbaar is op het adres : http://www.minfin.fgov.be/portail1/nl/cadrenl.htm
 |

|