|
Terugbetaling beurstaks en verwijlintresten
|
De jongste weken is duidelijk geworden
dat de staat achterstand heeft bij het terugbetalen van de eerder door de
beleggers onterecht betaalde taksen op beursverrichtingen en leveringstaksen.
Geeft dat de belastingbetaler het recht om verwijlintresten te eisen ? In
theorie wel, maar de vraag is of het sop echt de kool waard is en welke stappen
u daarvoor allemaal moet doen.
15 juli 2004 besliste het Europees
gerechtshof dat de taks op beursoperaties en de leveringstaks die de Belgische
staat inde op nieuwe uitgiftes een inbreuk vormde op de Europese richtlijn
terzake. Vanaf dan werden die taksen afgeschaft en de Belgische staat besliste
ook dat ze de onterecht door de belegger betaalde taksen tussen 16 juli 2002 en
15 juli 2004 zou terugbetalen.
Terugbetaling vragen · Het formulier om de
terugbetaling aan te vragen is nog maar sinds 21 januari beschikbaar.
· Het is nog
mogelijk om de aanvraag te doen, als de taksen minder dan 2 jaar geleden
werden geïnd. Als een taks bijvoorbeeld werd geïnd op 1 oktober 2003 kunt u
er nog de terugbetaling van te vragen. Vraag daarvoor best hulp bij uw bank.
Verwijlintresten De terugbetaalbare taksen werden door de staat minstens iets meer
dan een jaar geleden en hoogstens iets meer dan drie jaar geleden geïnd. De
terugbetaling ervan verloopt kennelijk te traag. Men kan dan ook terecht opperen
dat de staat intresten zou moeten betalen op de bedragen die u toebehoren maar
die al lang “slapen” in de schatkist. De wettelijke verwijlintrest bedraagt 7 % en die begint in principe
te lopen vanaf de dag van de ingebrekestelling. In dit geval is dit dus de datum
waarop het aanvraagformulier aan de administratie is overgemaakt, of zelfs
vroeger aangezien het formulier met vertraging ter beschikking van het publiek
werd gesteld. · Deze terechte vraag werd in de Senaat gesteld.
Financieminister Reynders antwoordde dat de staat zelf een procedure had
opgestart om kosten te vermijden voor de beleggers en dat er dus geen sprake kon
zijn van verwijlintresten. Hij zegde dat de staat op basis van het “Wetboek der
met zegel gelijkgestelde taksen” geen intresten moet betalen. · In dit wetboek staat
nochtans een artikel dat duidelijk gaat over verwijlintresten en dat verwijst
naar het artikel in het burgerlijk wetboek over verwijlintresten. Als
consumentenorganisatie, menen wij dan ook dat de belastingplichtigen recht
hebben op de verwijlintresten.
Is het sop de kool waard ?
Een klein voorbeeld geeft een idee van de bedragen die op het spel staan.
· De heer B. kocht in 2003 deelbewijzen voor
een bedrag van 50 000 EUR en betaalde daar 500 EUR taksen op.
· Midden februari 2005 diende hij het
formulier met de aanvraag voor de terugbetaling in. Stel dat de staat hem
terugbetaalt in februari 2006.
· Tegen het tarief van 7 % zou hij recht
hebben op een intrestbedrag van
– 35 EUR indien de
berekening begint op de dag van het indienen van het formulier.
– 55 EUR indien de
berekening begint op 15 juli 2004, de datum waarop de staat werd
veroordeeld.
Verwijlintresten vragen, zal dus jammer genoeg
enkel kunnen via een dure en omslachtige rechtsprocedure…

|