|

Voorheffing op fondsen.
In verband met het project om een belasting te heffen op fondsen heeft de
regering een bijzonder ingewikkeld en onzeker systeem in elkaar geknutseld.
Omdat de wet nog niet gestemd is, is het nog te vroeg om een definitief advies
te geven. Toch staan we even stil bij de laatste ontwikkelingen.
OVERGANGSPERIODE · Vanaf 1 januari 2006
moet u 15 % roerende voorheffing betalen als u deelbewijzen verkoopt van
fondsen die minstens 40 % van hun portefeuille beleggen in vastrentende
beleggingen (obligaties, liquiditeiten). Bij gemengde fondsen van dit type zal
de belasting enkel van kracht zijn op het gedeelte dat belegd is in obligaties.
De nieuwe fiscale maatregelen zullen normaal ook enkel gelden voor fondsen met
een Europees paspoort. In de praktijk gaat het om de meerderheid van de fondsen,
behalve die met kapitaalbescherming. De regering houdt zich echter het recht
voor om in een later stadium de maatregel ook toe te passen op fondsen die niet
over zo’n paspoort beschikken. · De regering heeft een
overgangsperiode voorzien die loopt in 2006 en 2007. Tijdens die twee jaar zal
de voorheffing van 15 % enkel worden geheven op de intresten die de
obligaties in de portefeuille hebben opgeleverd. De intresten die in rekening
worden gebracht zijn die sinds 1 juli 2005 of sinds de datum van de aankoop van
uw fonds, als die later was dan 1 juli 2005. Dit laatste moet u wel zelf
bewijzen, bijvoorbeeld via het aankoopborderel. ·
Tenzij de regering er anders over beslist, zal de voorheffing vanaf
2008 worden geheven op de totale inkomsten uit vastrentende beleggingen (de
intresten vermeerderd met de meerwaarde of verminderd met de minwaarde die voortvloeit uit de koersschommelingen van
de obligaties in portefeuille).
BEURSTAKS · Vanaf 1 januari 2006 bedraagt de beurstaks
(TOB) bij de verkoop van alle kapitalisatiedeelbewijzen – ook die
van aandelenfondsen – 1,1 % in plaats van 0,5 % nu. · De regering zou evenwel hebben voorzien dat
u in januari en februari 2006 geen TOB moet betalen, als u de geviseerde
kapitalisatiedeelbewijzen omruilt tegen deelbewijzen van uitkeringsfondsen. Die
laatste zouden dan gedurende één jaar niet verkocht mogen worden. Als
uitkeringsfondsen worden die deelbewijzen beschouwd die minstens 90 % van
hun ontvangen inkomsten uitkeren. · Vanaf 2008 zou de TOB dan opnieuw op
0,5 % worden gebracht, maar de regering houdt zich het recht voor hem te
handhaven op 1,1 %.
WAT MOET U DOEN ? · Omdat geen enkele wettekst definitief klaar
is, is het te vroeg om gefundeerde adviezen te geven. Zo kunnen we nog niet
zeggen of uitkeringsfondsen interessanter zullen zijn dan kapitalisatiefondsen.
En als dat het geval zou zijn, is het niet zeker dat het interessanter is uw
deelbewijzen nu al om te ruilen dan wel te wachten tot januari (de afhouding van
de voorheffing zou dan gecompenseerd kunnen worden door het feit dat er geen TOB
is). · De al weken heersende
onzekerheid en de mogelijkheden die de regering zich voor de toekomst
voorbehoudt zijn zeer slechte signalen voor de spaarders die vooral behoefte
hebben aan stabiliteit. Ook is het niet normaal dat de regering alleen zou
kunnen beslissen om de belasting uit te breiden, terwijl de grondwet het
democratische principe naleeft dat een belasting enkel kan worden geheven als
het parlement daarvoor een wet heeft gestemd. · We zullen uiteraard niet nalaten om u van
het vervolg van het dossier op de hoogte te houden.

|