|

De nieuwe regelgeving is klaar.
De nieuwe regelgeving over de fiscaliteit op kapitalisatiefondsen is klaar.
Kapitalisatiefondsen worden daardoor iets minder interessant dan vroeger, maar
blijven bepaalde troeven behouden.
Roerende voorheffing Voortaan geldt er een
roerende voorheffing op kapitalisatiefondsen waarvan minstens 40 % van de
portefeuille is belegd in vastrentende beleggingen, zoals obligaties en
liquiditeiten. Ze geldt niet voor obligaties die zijn uitgegeven vóór 1 maart
2001 en die in de portefeuille van het fonds zitten, noch voor de
pensioenspaarfondsen.
· De maatregel treft enkel
fondsen met een Europees paspoort (wat het mogelijk maakt ze in heel de Europese
Unie te commercialiseren) en dus niet voor fondsen met kapitaalbescherming die
normaal geen zo’n paspoort hebben. De wet geeft aan de regering echter de
mogelijkheid om later de nieuwe regelgeving ook toe te passen op fondsen zonder
Europees paspoort. · Als u uw
fondsen verkoopt tussen 1 januari 2006 en 31 december 2007 zullen enkel de
intresten die afkomstig zijn van de beleggingen in vastrentende producten worden
belast. Het gaat om de ontvangen intresten sinds 1 juli 2005, behalve indien u
kunt bewijzen dat u uw deelbewijzen na die datum hebt gekocht. · Vanaf 1 januari 2008 zal normaal de totale
meerwaarde van uw fondsen belast. Het gaat dus om de intresten uit de
vastrentende beleggingen plus de eventuele koersstijging of -daling van de
obligaties die uw fonds in portefeuille heeft. De wet geeft de regering
evenwel ook de toestemming om enkel de intrestinkomsten te blijven belasten.
Taks op de beursoperaties (TOB) · In 2006 en 2007 zal de TOB bij de verkoop
van uw deelbewijzen of bij de omzetting van kapitalisatiedeelbewijzen in
uitkeringsdeelbewijzen 1,1 % bedragen. Het nu geldende maximum van 750 euro
blijft behouden. Deze taks geldt voor alle kapitalisatiefondsen, ook deze die in
aandelen beleggen. Behoudens een andere beslissing van de regering moet de TOB
dan begin 2008 opnieuw op 0,5 % worden gebracht. · Als u binnen hetzelfde fonds overstapt van
kapitalisatie- naar uitkeringsdeelbewijzen – die al hun inkomsten uitkeren
– tijdens de eerste twee maanden van 2006, kunt u de TOB terugkrijgen indien de
deelbewijzen gedurende één jaar op een effectenrekening staan of geregistreerd
worden op een rekening op uw naam. Een Koninklijk Besluit zal de voorwaarden om
de taksen terug te krijgen, vastleggen.
Concreet · Als u uitkeringsdeelbewijzen hebt,
verandert er u niets. U blijft een voorheffing van 15 % of 25 % betalen, maar u
wordt vrijgesteld van de TOB. · Als
u kapitalisatiefondsen hebt die niet onder de nieuwe maatregel vallen, ligt de
enige verandering in de te betalen TOB in 2006 en 2007. Die gaat bij een verkoop
van 0,5 % naar 1,1 % maar kan mogelijk in 2008 weer worden teruggebracht tot 0,5
%. · Als u
kapitalisatiedeelbewijzen hebt die onder de nieuwe maatregel vallen, hebt u twee
mogelijkheden : – overstappen op uitkeringsdeelbewijzen. U moet dan wel 1,1
% TOB betalen, maar indien u overstapt tijdens de overgangsperiode die loopt tot
eind februari 2006, kunt u die terugkrijgen (zie hoger). Op de intresten die
door de kapitalisatiedeelbewijzen werden geïnd sinds juli 2005 is een
voorheffing van kracht. – niets doen. In dat geval wordt u belast op
het ogenblik dat u uw deelbewijzen weer verkoopt. Vóór 2008 betaalt u een TOB
van 1,1 % op het verkoopbedrag plus een voorheffing van 15 % op de intresten die
afkomstig zijn uit vastrentende beleggingen. Na 2008 kan de TOB weer op 0,5 %
komen, maar de voorheffing kan worden geheven op de totaliteit van de meerwaarde
(intresten plus positieve of negatieve evolutie van de obligatiekoersen).
Wat moet u doen ? · Of de TOB nu 0 %, 0,5 % of 1,1 % bedraagt
heeft uiteindelijk weinig invloed op het rendement van uw kapitalisatiefondsen,
want het gaat in principe om een belegging op lange termijn, zodat een overstap
naar uitkeringsfondsen niet verantwoord is. · In verband met de eventuele belasting op de
totale meerwaarde na 2008, spreekt het vanzelf dat u meer belasting zult moeten
betalen als de koersen van de obligaties in de portefeuille stijgen en minder
als ze dalen. Op lange termijn hangt het rendement van een obligatiefonds echter
veel meer af van de door de obligaties gestorte intresten dan van de
koersschommelingen van die obligaties. Uiteindelijk zal de belasting niet
noodzakelijk hoger liggen voor kapitalisatiefondsen dan voor uitkeringsfondsen.
Temeer omdat elk jaar een voorheffing betalen als alles voor de rest gelijk
blijft financieel zwaarder is dan te betalen aan het einde van de rit. We zien
dan ook geen redenen om over te stappen naar uitkeringsfondsen. · Voorts betekent opteren voor
uitkeringsfondsen ook dat u op verschillende tijdstippen in het jaar (kleine)
dividendbedragen kunt innen, vaak in buitenlandse munten, wat weer kosten met
zich brengt.
Taks op levensverzekeringen Bij stortingen in
levensverzekeringscontracten die gekoppeld zijn aan een beleggingsfonds en in
spaarverzekeringen (First, Crest, Afer), wordt vanaf 2006 een taks van 1,1 %
afgehouden. Als u binnenkort een storting wilde doen is het nog niet te laat om
dat nog dit jaar te doen en de taks te ontlopen. Maar ook na 2005 zal het
interessant blijven om ondanks de hogere taksen, te storten in de producten die
wij gewoonlijk aanraden.

|