|

Men moet weten wie wat erft
|
Om de successierechten te berekenen, moet men eerst een raming
maken van de waarde van de erfopvolging. En als de overledene gehuwd was, moet
eerst het huwelijksstelsel worden vereffend. Als voorbeeld nemen we een koppel
dat gehuwd was volgens het wettelijk stelsel en dat enkel gemeenschappelijke
goederen bezit. Bij het overlijden van de man, worden de gemeenschappelijke
bezittingen gedeeld. De helft komt toe aan de vrouw als gevolg van het
huwelijksstelsel. Aangezien dit gedeelte niet tot de erfopvolging van de man
behoort, moeten er op deze helft geen successierechten worden betaald. De andere
helft van de gemeenschappelijke bezittingen vormt de erfopvolging van de man.
Die wordt verdeeld onder de erfgenamen en daarop zijn successierechten
verschuldigd. In dit voorbeeld is de vereffening van het huwelijksstelsel heel
eenvoudig, maar de zaken kunnen heel wat complexer liggen als de echtgenoten
eigen goederen bezitten, als er bijzondere clausules in hun huwelijkscontract
staan of als ze getrouwd zijn volgens een stelsel van scheiding van goederen met
daarbij soms clausules over de toekenning van bepaalde goederen aan de
echtgenoot, enzovoort.
Een bijkomende moeilijkheid treedt op als de overledene in de drie
jaar vóór zijn overlijden bepaalde schenkingen heeft gedaan, want die moeten aan
de erfopvolging worden toegevoegd. Het gaat bijvoorbeeld om handgiften of om
onrechtstreekse schenkingen via een overschrijvingsformulier, waarvoor op het
moment zelf geen registratierechten werden geïnd. Andere schenkingen (meer
bepaald van gebouwen), die zijn vastgelegd bij notariële akte in de drie jaar
vóór het overlijden, moeten bij de erfopvolging worden gevoegd, maar enkel om
het toe te passen tarief te berekenen. Omdat de registratierechten al werden
geïnd bij het verlijden van de notarisakte, worden die van de successierechten
afgetrokken.

|