|

Bij een handgift gaat een goed gewoon over van de ene
hand in de andere, of m.a.w. van de ene persoon naar de andere, zonder verdere
formaliteiten. Handgiften kunnen dus uitsluitend met zaken als geld, aandelen
aan toonder, juwelen, antiek, …, en niet met gebouwen of aandelen op naam. Als u
geld wilt schenken via een handgift, gaat u best als volgt te werk. U nodigt de
begunstigde schriftelijk uit in uw bankkantoor. Op de afgesproken dag haalt u
het bedrag van uw rekening en zet de begiftigde het op zijn rekening. Daarna
bedankt hij u, eveneens schriftelijk, voor de schenking die u hebt gedaan. Deze
briefwisseling, in combinatie met dezelfde dag van afhalen en storten, volstaat
om de handgift te bewijzen. De operatie kan dan nog moeilijk worden weerlegd
door de fiscus of door andere erfgenamen. Twee zaken moet u wel absoluut
vermijden: stel nooit een document op waarin u verklaart dat u de begunstigde
een bedrag van bijvoorbeeld 25.000 euro schenkt, of een document waarin u samen
met de begiftigde het bestaan van een handgift erkent. Dergelijke documenten
kunnen worden beschouwd als een schriftelijke schenking, en zijn aanvechtbaar
door uw andere erfgenamen. Schriftelijke schenkingen moeten immers verplicht via
een notaris verlopen. Op een handgift hoeft u dus volgens de wet geen
registratierechten te betalen, maar het zou wel kunnen dat er alsnog
successierechten op het bedrag van de schenking verschuldigd zijn (zie
: ‘De driejarenregel’).

|