|

CLAUSULES : schenking bij vooruitmaking en buiten erfdeel
|
Als een erfgenaam een schenking krijgt, gaat de wet ervan uit dat deze
schenking eigenlijk een voorschot is op zijn deel in de nalatenschap. Als de
schenker overlijdt, moet de schenking altijd opnieuw in de nalatenschap worden
ingebracht als de andere erfgenamen erom vragen. Als het om een schenking van
roerende goederen gaat, zal de begunstigde dan een kleiner erfdeel krijgen,
omdat men ervan uitgaat dat hij bij de schenking al een voorschot heeft
gekregen. Als het echter om een onroerend goed gaat, moet het in principe in
natura in de nalatenschap worden ingebracht, tenzij de nalatenschap nog andere
onroerende goederen bevat die mogelijk aan de erfgenamen kunnen worden toegekend
of tenzij het onroerend goed ondertussen werd verkocht. Het principe komt er dus
op neer dat een erfgenaam die een schenking heeft ontvangen bij de verdeling van
de erfenis minder zal krijgen. De schenker kan evenwel stipuleren dat het om een
schenking bij vooruitmaking en buiten erfdeel gaat. In dat geval kunnen de
andere erfgenamen niet vragen om de schenkingen terug in de nalatenschap te
brengen. De begunstigde kan dus zijn schenking behouden en de rest van de
nalatenschap in gelijke mate delen met de andere erfgenamen. Eén kanttekening
daarbij : de schenking buiten erfdeel wordt afgetrokken van het beschikbare
gedeelte van de nalatenschap (het deel waarover de schenker vrij mag beschikken
ondanks het bestaan van reservataire erfgenamen). Indien de schenking meer waard
is dan dit beschikbare gedeelte, kunnen de andere erfgenamen vragen dat de
waarde ervan wordt verminderd, zodat ze minstens het gereserveerde gedeelte
krijgen waarop ze recht hebben.

|