|

· Financiële transparantie is de derde pijler
van corporate governance. Binnen een redelijke termijn over betrouwbare
informatie kunnen beschikken over de gang van zaken is het minimum dat men als
aandeelhouder van een onderneming zou mogen verwachten. Nochtans publiceren
momenteel nog niet alle ondernemingen voldoende gedetailleerde
kwartaalresultaten. Sommige bedrijven doen dat nooit, en dat geldt zelfs
voor grotere groepen zoals Reed-Elsevier. Hoewel de vraag kan gesteld worden of
kwartaalresultaten in sommige gevallen – bijvoorbeeld bij holdings en
cyclische bedrijven – wel pertinent zijn, zijn ze toch belangrijk voor de
bescherming van de belegger. Over een maximum aan informatie beschikken kan
nooit schadelijk zijn. Het is immers aan de belegger om te bepalen wat hij
daarmee wil doen.
· Over
de verloning van de managers blijft nog vaak een waas van
grote geheimzinnigheid hangen. Meer transparantie in dat domein zou volgens
ons nochtans sneller leiden tot het ontmaskeren van misbruiken en ze beperken. We
zijn zelfs van oordeel dat de vergoeding van de belangrijkste managers zou
moeten worden goedgekeurd door de algemene vergadering en niet door de raad van
bestuur. Gouden handdrukken, zoals aan Antoine Zaccharias die van Vinci 13
miljoen euro kreeg toen hij daar weg moest, en andere stock options die vaak al
te lichtzinnig werden toegekend aan enkele gelukkige managers, bewijzen maar al
te duidelijk dat de bedrijfsleiders zeker niet altijd de belangen van de kleine
aandeelhouders voor ogen hebben.

|