Wanneer een bedrijf een andere onderneming overneemt, betaalt het
een bepaalde prijs. Die prijs komt niet noodzakelijk overeen met de
boekhoudkundige waarde van het gekochte bedrijf. Vaak stellen we vast dat de
overnemer een hogere prijs neertelt. Waarom ? Omdat het overgenomen bedrijf
een belangrijk merk commercialiseert, symbool staat voor de sector, een
interessante klantenportefeuille heeft, aanzienlijke groeimogelijkheden biedt,
enzovoort. Dit supplement, de "goodwill", wordt geboekt in de balans van het
bedrijf en werd volgens de oude regels dan meestal geleidelijk aan afgeschreven.
Ieder jaar daalde de post dan met een bepaald bedrag. Volgens de nieuwe
IFRS-regels (zie “Met de I van... IFRS-boekhouding) mag de goodwill niet meer
lineair worden afgeschreven, maar moet telkens op het einde van het jaar worden
gekeken, of de betaalde goodwill nog bedrijfseconomisch gerechtvaardigd is. Is
dit niet het geval, bijvoorbeeld indien de perspectieven voor de activa waaraan
de goodwill gekoppeld is duidelijk verslechterd zijn, dan volgt er een eenmalige
gehele of gedeeltelijke afboeking van de goodwill, die men ook “impairment”
noemt. Uiteraard zal dat ervoor zorgen dat het resultaat in dat jaar sterk zal
afgeroomd worden. In tegenstelling tot de lineaire afschrijving zorgt de nieuwe
methode ervoor dat de bedrijfsresultaten minder voorspelbaar en volatieler zijn.
Anderzijds betekent het feit dat er een impairment gebeurt dat problemen
duidelijk aan het licht komen, terwijl ze vroeger misschien onopgemerkt zouden
zijn gebleven.